DE STANK UIT TRAUMAKAMER 2 WAS ONVERDRAAGLIJK
News Story

DE STANK UIT TRAUMAKAMER 2 WAS ONVERDRAAGLIJK

0 weergaven

DE STANK UIT TRAUMAKAMER 2 — DE VROUW DIE DOOD HAD MOETEN ZIJN

DEEL 8

Mijn moeder stond in de deuropening.

Levend.

Na drieëntwintig jaar.

Ik kon geen woord uitbrengen.

Elias keek naar haar alsof hij een geest zag.

Thomas deed een stap achteruit.

"Emily..."

Mijn moeder keek hem aan.

"Je hebt te lang gewacht."

Toen keek ze naar mij.

Haar ogen vulden zich met tranen.

"Sarah."

Ik voelde mijn keel dichtknijpen.

"Ben jij echt mijn moeder?"

Ze glimlachte verdrietig.

"Niet op de manier waarop jij denkt."

Ik wilde naar haar toe lopen.

Maar mijn benen weigerden.

"Je bent dood."

"Dat moesten ze geloven."

"Waarom?"

"Omdat Cole me wilde vinden."

Ik keek naar Thomas.

"Jij wist dat ze leefde."

Hij knikte.

"Ja."

Ik voelde woede opkomen.

"Jullie hebben allemaal tegen me gelogen."

Emily schudde haar hoofd.

"Ik heb je laten leven."

"Door mijn herinneringen te wissen?"

"Door je te beschermen."

"Waartegen?"

Ze keek naar Elias.

"De waarheid."

Elias kwam naast me staan.

"Waar is mijn echte moeder?"

Emily keek hem aan.

"Ik ben nooit jouw moeder geweest."

De jongen verstijfde.

"Maar papa zei..."

"Je vader loog om je te beschermen."

Elias keek naar mij.

"Wie ben jij dan?"

Emily antwoordde:

"Jullie zijn genetisch verbonden."

"Broer en zus?"

"Nee."

Ze liep langzaam naar het dossier.

"Jullie zijn twee versies van hetzelfde experiment."

Ik voelde een koude rilling.

"Wat bedoel je?"

"Jij bent gemaakt om te overleven."

Ze wees naar Elias.

"Hij is gemaakt om te veranderen."

Elias trok zijn mouw omhoog.

De donkere lijn onder zijn huid bewoog opnieuw.

"Wat verandert er?"

Emily keek hem aan.

"Zijn bloed."

Ik keek naar mijn eigen pols.

"En mijn bloed?"

"Geneest."

"Waarom?"

"Om te bewijzen dat het mogelijk was."

Ik lachte bitter.

"Jullie hebben kinderen gebruikt om iets te bewijzen."

Emily keek naar de grond.

"Ik weet het."

"Hoeveel?"

Ze zweeg.

"Hoeveel kinderen?"

"Drieënveertig."

Mijn maag draaide zich om.

"Drieënveertig..."

"De meesten haalden het eerste jaar niet."

Elias begon te huilen.

"Waarom ik?"

Emily knielde voor hem.

"Omdat jouw lichaam anders reageerde."

"Hoe?"

"Je lichaam hield het middel vast."

Ze wees naar zijn arm.

"Daarom zit het in je bloed."

Ik keek naar de donkere lijn.

"En het gips?"

Emily werd plotseling ernstig.

"Dat was geen gips."

Ik keek naar haar.

"Wat?"

"Het materiaal rond zijn arm was een isolatielaag."

Thomas keek geschokt.

"Je bedoelt..."

"Ze probeerden te voorkomen dat het middel zich door zijn lichaam verspreidde."

Ik voelde mijn hartslag versnellen.

"Maar waarom liet Martha hem wekenlang rondlopen met dat ding?"

Emily keek naar mij.

"Omdat Martha dacht dat het hem beschermde."

"En deed het dat?"

Emily schudde haar hoofd.

"Nee."

"Wat zat er dan in het gips?"

Emily keek naar de vloer.

"Een zender."

Ik dacht aan het metalen plaatje.

"Daarom stond Elias' naam erop."

"Niet alleen zijn naam."

Emily pakte het plaatje.

Aan de achterkant drukte ze op een klein verborgen knopje.

Een rood lampje begon te knipperen.

"Dit is een tracker."

Marcus keek naar Thomas.

"Wie volgde hem?"

Thomas antwoordde:

"Cole."

Emily schudde haar hoofd.

"Niet alleen Cole."

Ze keek naar mij.

"De hele organisatie."

Ik voelde een rilling.

"Welke organisatie?"

"Een netwerk van ziekenhuizen, laboratoria en private onderzoekscentra."

"En mijn ziekenhuis?"

"Het was hun belangrijkste locatie."

Ik dacht aan alle patiënten die ik daar had behandeld.

Alle kinderen.

Alle dossiers.

Mijn handen begonnen te trillen.

"Hoe lang?"

"Drieëntwintig jaar."

"En ik werkte daar acht jaar."

Emily knikte.

"Precies."

Ik keek haar aan.

"Je hebt me daar laten werken?"

"Ik moest weten of je herinneringen terugkwamen."

Mijn ogen vulden zich met tranen.

"Dus mijn hele carrière..."

"Was een test."

Die woorden deden meer pijn dan alles wat ik die nacht had gehoord.

Ik had mensen geholpen.

Ik had kinderen gered.

Ik had nachtenlang gewerkt.

En misschien had iemand al die tijd naar me gekeken.

Wachtend.

Tot ik me iets herinnerde.

"Waarom heb je me niet gewoon verteld wie ik was?"

Emily keek naar mij.

"Omdat jij het laatste onderdeel van het project was."

"Wat bedoel je?"

Ze pakte een oud dossier.

Op de eerste pagina stond een foto van mij.

Niet als kind.

Als volwassene.

De foto was genomen op mijn eerste werkdag in het ziekenhuis.

Onder de foto stond:

SUBJECT ZERO — ACTIVATION PENDING.

Mijn adem stokte.

"Activatie?"

Emily knikte.

"Ze hebben je niet alleen geobserveerd."

"Wat hebben ze gedaan?"

"Ze hebben gewacht op een bepaald moment."

"Waarop?"

"Op de juiste trigger."

Ik keek naar Elias.

"Welke trigger?"

Emily antwoordde:

"De infectie."

Ik voelde mijn hartslag versnellen.

"Welke infectie?"

Ze keek naar zijn arm.

"Wat onder zijn huid zit."

Elias greep plotseling naar zijn borst.

Hij viel op zijn knieën.

"Elias!"

Ik knielde naast hem.

Zijn huid werd bleek.

Zijn hartslag versnelde.

Emily schreeuwde:

"Raak hem niet aan!"

Maar ik had zijn hand al vast.

Op het moment dat onze huid elkaar raakte, gebeurde er iets.

De donkere lijn op Elias' arm stopte.

Zijn ademhaling werd rustiger.

Zijn hartslag normaliseerde.

Iedereen keek geschokt.

Ik keek naar mijn eigen hand.

"Wat heb ik gedaan?"

Emily fluisterde:

"Je hebt het gestopt."

Thomas keek haar aan.

"Dat kan niet."

"Het kan wel."

Emily keek naar mij.

"Daarom ben jij Subject Zero."

Ik voelde een koude rilling door mijn lichaam gaan.

"Ik kan het genezen?"

Emily schudde haar hoofd.

"Nee."

"Wat dan?"

Ze keek naar de deur.

"Jij kunt het beheersen."

Een harde knal klonk vanuit de gang.

Iedereen verstijfde.

Emily pakte een pistool.

"Ze zijn hier."

Marcus trok zijn wapen.

"Wie?"

Emily keek naar mij.

"Cole."

Toen klonk zijn stem door de luidspreker:

"Emily."

Een korte stilte.

"Je had haar nooit wakker mogen maken."

Emily keek naar mij.

"Als hij je te pakken krijgt, gebruikt hij jouw bloed om alle andere proefpersonen te activeren."

Ik keek naar Elias.

"Hoeveel zijn er nog?"

Emily antwoordde:

"Negentien."

Op dat moment gingen alle deuren van de kamers tegelijk open.

Uit de duisternis kwamen kinderen.

Tien.

Twintig.

Misschien meer.

Sommigen droegen ziekenhuisjassen.

Sommigen hadden verband om hun armen.

Allemaal keken ze naar mij.

Een klein meisje stapte naar voren.

Ze wees naar mijn pols.

"Jij bent het."

"Wat?"

Ze glimlachte.

"De vrouw uit onze dromen."

Ik voelde mijn bloed koud worden.

"Welke dromen?"

Het meisje antwoordde:

"De vrouw die ons allemaal komt bevrijden."

Achter haar verscheen een tweede figuur.

Dr. Cole.

Maar hij stond niet alleen.

Naast hem stond Martha.

Met een pistool tegen haar hoofd.

Cole keek naar mij.

"Kom naar mij toe, Sarah."

Martha huilde.

"Niet doen!"

Cole glimlachte.

"Of je pleegmoeder sterft."

Ik keek naar Martha.

"Pleegmoeder..."

Mijn hele wereld stortte opnieuw in.

Ze was niet mijn moeder.

Ze had me alleen opgevoed.

Maar voordat ik iets kon zeggen, richtte Cole zijn wapen op Elias.

"Vijf seconden."

Emily stapte voor mij.

"Neem mij."

Cole schudde zijn hoofd.

"Jou heb ik niet nodig."

Hij keek naar mij.

"Ik heb haar nodig."

Toen begon de donkere lijn onder Elias' huid plotseling fel te bewegen.

En alle kinderen in de gang begonnen tegelijk te schreeuwen.

"Ze zijn wakker."