DE STANK UIT TRAUMAKAMER 2 WAS ONVERDRAAGLIJK
News Story

DE STANK UIT TRAUMAKAMER 2 WAS ONVERDRAAGLIJK

0 weergaven

DE STANK UIT TRAUMAKAMER 2 — DE DOCHTER DIE GEEN DOCHTER WAS

DEEL 7

"Je bent niet mijn dochter."

De woorden bleven door mijn hoofd echoën.

Mijn moeders stem.

Onmogelijk.

Ik had haar stem jarenlang gehoord in oude video's, voicemails en herinneringen.

Maar dit was anders.

Dit kwam niet uit een opname.

Het kwam uit mijn hoofd.

"Sarah?"

Thomas greep mijn schouder.

"Wat is er?"

Ik keek hem aan.

"Mijn moeder zei dat ik niet haar dochter ben."

Thomas werd lijkbleek.

Cole glimlachte.

"Zie je?"

"Wat?"

"Ze begint zich alles te herinneren."

Ik keek naar Cole.

"Wat ben ik dan?"

Cole antwoordde niet.

Hij keek naar het jongetje in mijn armen.

"Vraag het hem."

Ik keek naar de jongen.

Hij huilde stilletjes.

"Hoe heet je?"

"Elias."

"De echte Elias?"

Hij knikte.

"En jij weet wie ik ben?"

Hij keek naar mijn gezicht.

"Mijn vader zei dat je ooit mijn zus was."

Mijn hart sloeg over.

"Wat?"

Thomas sloot zijn ogen.

"Sarah..."

"Zeg het."

Hij zweeg.

"ZEG HET!"

Thomas fluisterde:

"Je bent geboren uit dezelfde donor als Elias."

Mijn adem stokte.

"Donor?"

"Jullie zijn genetisch verwant."

"Broer en zus?"

"Niet helemaal."

Ik begreep het niet.

"Wat betekent dat?"

Thomas keek naar Cole.

"Dat jij en Elias uit hetzelfde experiment kwamen."

Cole glimlachte.

"Nu komen we ergens."

Ik zette Elias voorzichtig op de grond.

"Waarom heb je ons gemaakt?"

Cole schudde zijn hoofd.

"Wij hebben jullie niet gemaakt."

"Wie dan?"

"Je moeder."

Mijn hart brak.

"Ze zou dit nooit doen."

Cole keek me aan.

"Je moeder was bereid alles te doen om haar onderzoek af te maken."

"Dat geloof ik niet."

"Dan herinner je je haar nog niet goed genoeg."

Een scherpe pijn schoot door mijn hoofd.

Ik greep mijn slapen.

Flitsen.

Een witte kamer.

Fel licht.

Een glazen wand.

Een vrouw in een witte jas.

Mijn moeder.

Ze huilde.

Een baby lag in een metalen wieg.

Een tweede baby ernaast.

Ik hoorde haar zeggen:

"Als ze het ontdekken, nemen ze ze allebei mee."

Toen een mannenstem.

"Dan moeten we één van hen verbergen."

De herinnering verdween.

Ik zakte op mijn knieën.

"Ik heb het gezien."

Thomas hurkte naast me.

"Wat?"

"Mijn moeder."

"Wat deed ze?"

"Ze had twee baby's."

Iedereen werd stil.

Ik keek naar Elias.

"Jij."

Hij knikte.

"En ik."

Cole zei:

"Ja."

"Maar waarom dacht ik altijd dat ik enig kind was?"

"Dat was precies de bedoeling."

Plotseling klonk er een harde knal.

De tunnellichten sprongen uit.

Een seconde later begon het brandalarm te loeien.

Marcus keek naar de uitgang.

"Er komt iemand."

Voetstappen.

Snel.

Veel.

Thomas trok zijn wapen.

"Ze hebben versterking."

Cole bleef rustig staan.

"Jullie begrijpen nog steeds niet."

"Wat?"

"Jullie kunnen hier niet weg."

Hij wees naar de muur.

"De hele kelder is afgesloten."

Marcus keek naar hem.

"Dan gaan we door de tunnel."

Cole glimlachte.

"Die tunnel eindigt nergens."

Ik keek naar Thomas.

"Is dat waar?"

Hij aarzelde.

"Niet helemaal."

"Thomas."

"Er is een uitgang."

"Waar?"

"Onder het oude mortuarium."

Marcus keek verbaasd.

"Dat ligt drie verdiepingen boven ons."

"Ja."

"Hoe komen we daar?"

Thomas keek naar Elias.

"Via de lift."

Ik lachte ongelovig.

"De lift werkt niet."

"De oude wel."

Hij wees naar een metalen deur achter ons.

Ik had hem niet eens gezien.

Hij liep ernaartoe.

Drukte drie keer op een verborgen knop.

De deur schoof open.

Achter de deur stond een kleine lift.

Geen knoppen.

Geen licht.

Alleen een scanner.

Thomas pakte mijn pols.

"Leg je hand erop."

Ik trok mijn arm terug.

"Waarom?"

"Omdat hij alleen reageert op jou."

Ik keek naar de scanner.

Toen legde ik mijn hand erop.

Een groen licht verscheen.

De lift ging open.

Iedereen stapte naar binnen.

Behalve Cole.

Hij bleef in de tunnel staan.

"Ga je niet mee?" vroeg ik.

Hij glimlachte.

"Ik hoef nergens heen."

De deuren begonnen te sluiten.

Op het laatste moment riep hij:

"Sarah!"

Ik keek hem aan.

"Je moeder heeft één ding voor je verborgen."

"Wat?"

Zijn glimlach verdween.

"Wie van jullie twee werkelijk het origineel is."

De deuren sloten.

De lift begon omhoog te bewegen.

Elias hield mijn hand vast.

"Wat bedoelde hij?"

"Ik weet het niet."

Thomas keek naar de vloer.

"Ik wel."

Ik draaide me naar hem om.

"Vertel."

"Er waren twee embryo's."

"En?"

"De ene werd natuurlijk geboren."

"En de andere?"

"De andere werd in een laboratorium gekweekt."

Mijn hart sloeg sneller.

"Welke ben ik?"

Thomas keek me recht aan.

"Dat weten we niet."

"Waarom niet?"

"Omdat je moeder de gegevens heeft gewist."

De lift schudde.

Elias greep mijn arm.

"Wat was dat?"

Een metalen geluid kwam van boven.

Alsof iemand op het dak van de lift liep.

Marcus keek omhoog.

"Dat vond ik minder leuk."

Toen stopte de lift.

De deuren gingen open.

Een donkere kamer.

Geen mensen.

Geen geluid.

Alleen een oud ziekenhuisbed in het midden.

Op het bed lag een dossier.

Ik liep ernaartoe.

Op de voorkant stond:

SARAH JENKINS — ORIGINEEL.

Mijn hart sloeg over.

Ik sloeg het dossier open.

De eerste pagina bevatte een foto van een baby.

Ik keek naar de foto.

Toen naar Elias.

Zijn gezicht werd wit.

"Dat..."

"Wat?"

Hij wees naar de baby.

"Dat ben jij niet."

Ik keek hem aan.

"Wat bedoel je?"

Hij schudde zijn hoofd.

"Dat is mijn zus."

Ik voelde mijn bloed koud worden.

"Maar ik ben je zus."

Hij keek naar mij.

"Nee."

Hij wees naar de foto.

"Mijn zus stierf toen ze drie dagen oud was."

De kamer werd stil.

Ik keek opnieuw naar de foto.

Onder de afbeelding stond een datum.

12 MEI 1993.

Daaronder:

SUBJECT ZERO — OVERLEDEN.

Ik voelde mijn adem verdwijnen.

Mijn hele leven...

mijn naam...

mijn herinneringen...

waren gebaseerd op iemand die al dood was.

Toen draaide Elias zich langzaam naar de deur.

"Sarah..."

"Wat?"

Hij fluisterde:

"Als jij niet mijn zus bent..."

Hij wees naar de donkere gang.

"...wie heeft jou dan drieëndertig jaar geleden uit het laboratorium gehaald?"

Op dat moment klonk achter ons een vrouwenstem.

"Ik."

Ik draaide me om.

Een vrouw stond in de deuropening.

Oud.

Bleek.

Met grijs haar.

En een litteken over haar gezicht.

Ik herkende haar onmiddellijk.

Mijn moeder.

Dr. Emily Jenkins.

Maar ze was volgens alle officiële documenten al drieëntwintig jaar dood.