DE STANK UIT TRAUMAKAMER 2 — HET EINDE VAN PROJECT ZERO
DEEL 17 — PROJECT ZERO: FASE TWEE
FASE TWEE — ACTIVATIE BEGINT OVER 24 UUR.
Ik staarde naar de woorden op het metalen schijfje.
Vierentwintig uur.
Nog maar vierentwintig uur.
“Sarah?”
De stem van Marcus bracht me terug naar de werkelijkheid.
“We moeten Emma hier weg krijgen.”
Ik knikte.
“Nu.”
Maar voordat ik kon bewegen, greep Emma mijn hand.
“Mama.”
“Wat is er?”
“Dat kunnen we niet.”
“Wat kunnen we niet?”
“Weggaan.”
Ik keek haar verbaasd aan.
“Waarom niet?”
Emma wees naar het metalen schijfje.
“Het telt niet voor ons af.”
“Wat bedoel je?”
Ze keek naar het blauwe licht.
“Het telt af voor hen.”
Een koude rilling liep over mijn rug.
Marcus pakte voorzichtig het schijfje.
“Sarah, misschien is dit een volgapparaat.”
“Dan moeten we het vernietigen.”
Hij haalde een metalen doos uit zijn tas en legde het schijfje erin.
Op het moment dat hij het deksel wilde sluiten, begon het apparaat te piepen.
BEEP.
Het blauwe scherm lichtte opnieuw op.
SUBJECT E-07 DETECTED.
Marcus keek naar Emma.
“E-07…”
Ik voelde mijn hart sneller slaan.
“Dat is haar code.”
Emma keek naar de grond.
“Zo noemden ze me.”
Ik knielde voor haar neer.
“Wie?”
“De dokters.”
“Welke dokters?”
Ze zweeg even.
“Dr. Cole ook.”
Mijn adem stokte.
“Wat deed hij met je?”
“Hij wilde me geen pijn doen.”
“Wat wilde hij dan?”
“Hij wilde me beschermen.”
Marcus keek naar mij.
“Misschien heeft Cole Project Zero verlaten.”
“Of hij speelt nog steeds een rol.”
Voor we verder konden praten, hoorden we buiten een vreemd geluid.
Marcus liep naar het raam.
“Er klopt iets niet.”
“Wat?”
“De politieauto’s.”
Ik keek naar buiten.
Er stonden meerdere politieauto’s voor ons huis.
De zwaailichten draaiden.
Maar er zat niemand achter het stuur.
“Waar zijn de agenten?”
Marcus schudde zijn hoofd.
“Ik weet het niet.”
Emma legde haar handen tegen haar oren.
“Mama…”
Ik draaide me naar haar om.
“Wat is er?”
“Ze roepen me.”
“Wie?”
“De kinderen.”
“Welke kinderen?”
Emma wees naar de vloer.
“Ze zijn beneden.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Dat kan niet.”
“Jawel.”
Emma liep naar het midden van de kamer.
Ze knielde neer en legde haar hand op de vloer.
Een zacht gezoem vulde de kamer.
Toen begon de vloer te trillen.
Marcus deed een stap achteruit.
“Sarah…”
Een dunne blauwe lijn verscheen onder onze voeten.
De lijn vormde langzaam een cirkel.
In het midden verscheen het bekende symbool van Project Zero.
Maar deze keer stond er een nummer naast.
02.
Marcus keek naar mij.
“Fase Twee.”
Ik knikte.
Plotseling schoof een deel van de vloer open.
Daaronder verscheen een metalen trap.
Koude lucht stroomde omhoog.
Emma keek naar beneden.
“Daar moeten we heen.”
“Absoluut niet.”
“Mijn oma is daar.”
Ik verstijfde.
“Emily?”
Emma knikte.
“Ze wacht op ons.”
Marcus controleerde zijn wapen.
“Ik ga voorop.”
We daalden langzaam af.
Hoe dieper we kwamen, hoe kouder het werd.
Er waren geen normale lampen.
Alleen blauwe lichtstrips langs de muren.
Na ongeveer een minuut bereikten we een lange gang.
Aan beide kanten stonden glazen kamers.
In iedere kamer stond een bed.
En op ieder bed lag een kind.
Mijn hand ging naar mijn mond.
“Mijn God…”
Er waren tientallen kinderen.
Sommigen sliepen.
Anderen hadden hun ogen open.
Een klein meisje keek rechtstreeks naar mij.
Ze liep naar het glas en legde haar hand ertegen.
Ik kwam dichterbij.
“Hallo.”
Ze fluisterde:
“Emma.”
Ik keek naar mijn dochter.
“Ken je haar?”
Emma knikte.
“We hebben samen geslapen.”
“Hoe lang?”
Het meisje keek omhoog.
“Ik weet het niet meer.”
Ik voelde tranen in mijn ogen.
“We halen jullie hier weg.”
Het meisje schudde langzaam haar hoofd.
“Te laat.”
“Waarom?”
Ze wees naar haar arm.
Onder haar huid liep een donkere lijn.
“Fase Twee is begonnen.”
Marcus keek naar zijn horloge.
“Volgens het apparaat hebben we nog bijna vierentwintig uur.”
Het meisje schudde haar hoofd.
“Dat is niet de echte tijd.”
“Welke tijd is dan wel echt?”
Ze wees naar het einde van de gang.
Daar hing een grote rode digitale klok.
00:47:12
Marcus verstijfde.
“Zevenenveertig minuten?”
Ik keek naar Emma.
“Begint Fase Twee over zevenenveertig minuten?”
Emma schudde haar hoofd.
“Nee.”
“Wat telt die klok dan af?”
Ze keek naar het einde van de gang.
“Totdat ze komen.”
“Wie?”
Emma antwoordde niet.
Op dat moment gingen alle lichten uit.
De glazen deuren vergrendelden zich tegelijk.
Een stem klonk door de luidsprekers.
SUBJECT E-07 HAS BEEN LOCATED.
Marcus trok zijn wapen.
RETRIEVAL TEAM ACTIVATED.
“Sarah, blijf achter mij.”
Ik trok Emma tegen me aan.
“Niemand neemt mijn dochter mee.”
Een zware metalen deur aan het einde van de gang begon langzaam open te schuiven.
Voetstappen klonken.
Rustig.
Gelijkmatig.
Iemand kwam onze kant op.
Emma keek naar de donkere opening.
“Mama…”
“Wat?”
“Dat is opa.”
Ik keek naar de gang.
Mijn hart sloeg over.
Richard Jenkins stapte uit de schaduw.
Hij leefde.
En hij glimlachte.
“Hallo, Sarah.”
Ik hield Emma stevig vast.
Richard keek naar haar.
“Mijn kleindochter.”
Emma deed een stap achteruit.
“U bent mijn opa niet.”
Zijn glimlach verdween.
“Je begrijpt het nog steeds niet.”
Hij keek naar mij.
“Sarah, jij weet nog altijd niet waarom Emma moest blijven leven.”
“Blijf bij haar vandaan.”
“Dat hoeft niet.”
Hij wees naar de kinderen achter ons.
“Zij zullen haar beschermen.”
Marcus richtte zijn wapen.
“Geen stap verder.”
Richard keek hem rustig aan.
“Je denkt dat dit een gijzelingssituatie is.”
“Dat is het ook.”
“Nee.”
Richard keek naar de kinderen.
“Ik heb hen niet gevangen.”
Hij wees naar hun kamers.
“Ik heb hen voorbereid.”
“Waarop?”
Richard keek naar de rode klok.
00:43:06.
“Op wat er gaat komen.”
Ik voelde mijn stem trillen.
“Wat gaat er komen?”
Richard keek mij recht aan.
“Het einde van de wereld.”
Op dat moment gingen achter hem tientallen glazen deuren tegelijk open.
De kinderen kwamen langzaam overeind.
Eén voor één.
Ze keken allemaal naar Emma.
En toen spraken ze tegelijk.
“We zijn wakker.”






