DE STANK UIT TRAUMAKAMER 2 — HET LAATSTE DOSSIER
DEEL 13
De stem uit de telefoon bleef in mijn hoofd hangen.
"Project Zero is niet mislukt."
Ik keek naar het brandende ziekenhuis.
Rook steeg op boven de donkere hemel.
Emma hield mijn hand vast.
"Mama?"
Ik keek naar haar.
"Ja?"
"Waarom zijn ze bang voor jou?"
Ik wist niet wat ik moest antwoorden.
Misschien omdat ik zelf het antwoord nog niet wist.
Marcus kwam naar ons toe.
Hij hield een dik, zwart dossier vast.
"Sarah."
"Waar komt dat vandaan?"
"Uit het puin."
Hij gaf het aan mij.
Op de voorkant stond:
RICHARD JENKINS — PROJECT DIRECTOR
Mijn handen begonnen te trillen.
"Mijn vader."
Marcus knikte.
"Er staat iets in dat je moet zien."
Ik opende het dossier.
De eerste pagina was een foto.
Een jonge man.
Donker haar.
Een witte laboratoriumjas.
En naast hem stond mijn moeder.
Ik herkende hem.
Niet uit mijn herinneringen.
Maar uit de foto die Cole me had laten zien.
Mijn vader.
Richard Jenkins.
Onder de foto stond:
PROJECT ZERO — FASE I
Ik bladerde verder.
Pagina's vol medische gegevens.
Experimenten.
Kinderen.
Resultaten.
Maar toen vond ik een document dat me deed stoppen.
SUBJECT ZERO — SARAH JENKINS
Geboortedatum.
12 mei 1993.
Ik keek naar Marcus.
"Dat klopt."
"Lees verder."
Ik keek naar de volgende regel.
Biologische moeder: Emily Jenkins.
Biologische vader: Richard Jenkins.
Mijn adem stokte.
"Dit wist ik al."
Marcus schudde zijn hoofd.
"Lees de laatste regel."
Ik keek.
Status: overleden — 15 mei 1993.
Mijn hart sloeg over.
"Drie dagen."
"Ja."
"Ik stierf drie dagen na mijn geboorte."
Marcus knikte.
"Maar jij leeft."
Ik bladerde verder.
Een foto.
Een baby in een glazen couveuse.
Mijn moeder stond ernaast.
Op haar gezicht stonden tranen.
Onder de foto stond:
SUBJECT ZERO — CARDIAC ARREST.
Daaronder:
REANIMATIE MISLUKT.
En daaronder:
TWEEDE EXEMPLAAR GEACTIVEERD.
Ik keek naar Emma.
Mijn handen begonnen te trillen.
"Wat betekent 'tweede exemplaar'?"
Marcus keek weg.
"Sarah..."
"Wat betekent het?"
Hij zuchtte.
"Er waren twee baby's."
"Ik weet dat."
"Nee."
Hij wees naar het dossier.
"Niet jij en Emma."
Ik voelde mijn bloed koud worden.
"Wie dan?"
Hij sloeg een pagina om.
Daar stond een foto van twee baby's.
Eén met een klein metalen bandje.
De andere zonder.
Onder de eerste stond:
ORIGINEEL.
Onder de tweede:
KOPIE.
Ik keek naar de gezichten.
Ze waren identiek.
"Welke ben ik?"
Marcus zei niets.
"Welke?"
Hij wees naar de baby zonder bandje.
"Die."
Ik voelde mijn knieën slap worden.
"Ik ben de kopie."
Emma keek me aan.
"Wat is een kopie?"
Ik knielde naast haar.
"Dat betekent niets."
Maar mijn stem trilde.
"Jij bent mijn dochter."
Ze glimlachte.
"Dat weet ik."
Een auto stopte vlak naast ons.
Twee rechercheurs stapten uit.
"Dr. Jenkins?"
"Ja."
"We moeten u onmiddellijk meenemen."
"Waarom?"
De agent keek naar Emma.
"Vanwege haar."
Ik ging voor haar staan.
"Ze gaat nergens heen."
"U begrijpt het niet."
"Dan leg het uit."
Hij haalde een tablet tevoorschijn.
Een satellietbeeld.
Een afgelegen gebouw.
Midden in een bos.
"Dit is twee minuten geleden geactiveerd."
Ik keek naar het scherm.
"Wat is het?"
"Een laboratorium."
Marcus kwam naast me staan.
"Waar?"
De agent zoomde in.
Mijn adem stokte.
Ik kende die plek.
"Dat is..."
Mijn ouderlijk huis.
"Dat huis bestaat niet meer," zei ik.
"Volgens onze gegevens wel."
De agent keek naar mij.
"En iemand heeft zojuist de stroom ingeschakeld."
Emma pakte mijn hand.
"Mama?"
"Ja?"
"Ik weet waar dat is."
Ik keek haar aan.
"Hoe?"
Ze wees naar haar hoofd.
"Ik heb het gedroomd."
Ik voelde een rilling.
"Wat zag je?"
"Een man."
"Welke man?"
Ze keek naar het brandende ziekenhuis.
"Mijn opa."
Ik kon niet ademen.
"Richard Jenkins is dood."
Emma schudde haar hoofd.
"Nee."
"Hoe weet je dat?"
Ze keek me recht aan.
"Omdat hij tegen mij praat."
Mijn hart stopte bijna.
"Wanneer?"
"Elke nacht."
Ik keek naar Marcus.
Hij werd lijkbleek.
"Dat kan niet."
Emma wees naar de telefoon.
"Net zoals hij nu tegen jou praat."
De telefoon ging opnieuw.
Ik nam hem op.
"Hallo?"
Een mannenstem.
Oud.
Kalm.
"Sarah."
Mijn adem stokte.
"Papa?"
Een zachte lach.
"Je hebt eindelijk je dochter gevonden."
Ik keek naar Emma.
"Waar ben je?"
"Waar het allemaal begon."
"Het laboratorium?"
"Nee."
"Waar dan?"
Een stilte.
Toen:
"Onder jullie."
Ik fronste.
"Wat?"
"Je staat boven mijn graf."
Ik keek naar de grond.
Onder mijn voeten.
"Mijn vader ligt hier begraven."
"Nee."
Zijn stem werd zachter.
"Daar ligt alleen wat ze wilden dat je geloofde."
Ik voelde mijn hartslag versnellen.
"Ben je levend?"
"Dat is de verkeerde vraag."
"Welke vraag moet ik stellen?"
Hij antwoordde:
"Waarom denk je dat je moeder me heeft vermoord?"
Ik zweeg.
"Wat bedoel je?"
"Vraag haar."
"Mijn moeder is dood."
Een lange stilte.
Toen:
"Nee, Sarah."
"Emily leeft."
Ik keek naar Marcus.
Hij verstijfde.
"Waar is ze?"
"Onder het huis."
De verbinding werd verbroken.
Ik draaide me om.
Achter het brandende ziekenhuis stond een oude politieauto.
De achterdeur ging open.
Een vrouw stapte uit.
Grijs haar.
Bloed op haar gezicht.
Ik herkende haar.
Mijn moeder.
Emily liep langzaam naar ons toe.
Ik rende naar haar.
"Mam!"
Ze pakte mijn gezicht vast.
"Sarah..."
"Papa leeft."
Ze sloot haar ogen.
"Ik weet het."
"Waarom zei je dat hij dood was?"
"Omdat hij moest verdwijnen."
"Waar is hij?"
Emily keek naar Emma.
Haar gezicht veranderde.
"Ze hebben haar gevonden."
"Wie?"
Ze keek naar de hemel.
"De derde generatie."
Ik begreep het niet.
"Wat betekent dat?"
Emily pakte Emma's hand.
"Je dochter is niet het einde van Project Zero."
"Wat dan?"
Emily keek me aan.
"Ze is het begin."
Achter ons klonk plotseling een sirene.
Toen nog één.
En nog één.
Op de heuvel verschenen tientallen zwarte auto's.
Marcus trok zijn wapen.
"Wie zijn dat?"
Emily fluisterde:
"Ze zijn gekomen om haar op te halen."
Ik trok Emma tegen me aan.
"Ze krijgen haar niet."
Emily keek me aan.
"Dan moeten we naar het laboratorium."
"Waarom?"
"Omdat daar het enige bewijs ligt dat hen kan stoppen."
"En mijn vader?"
Emily keek naar de donkere auto's.
"Die wacht daar al op je."
Ik keek naar Emma.
Toen naar mijn moeder.
En eindelijk begreep ik het.
De nacht in Traumakamer 2 was nooit het begin geweest.
Het was een waarschuwing.
En nu stond ik voor de deur van het geheim dat mijn hele leven had bepaald.
Ik pakte Emma's hand.
"We gaan."
Maar voordat we konden bewegen, ging op alle telefoons tegelijk een bericht binnen.
Eén zin.
Van hetzelfde onbekende nummer.
"BRING SUBJECT ZERO HOME."
Daaronder stond een adres.
Ik kende het adres.
Het was mijn ouderlijk huis.
En daaronder stond nog één regel:
"JE VADER WACHT OP JE."
Ik keek naar Emily.
"Is dit echt het einde?"
Ze schudde langzaam haar hoofd.
"Nee."
Ze keek naar Emma.
"Dit is waar het echte verhaal begint."
EINDE VAN DEEL 13.






