DE STANK UIT TRAUMAKAMER 2 — HET EINDE VAN PROJECT ZERO
DEEL 22 — DE LAATSTE PROEF
“Ik herinner me alles.”
Emma keek Richard recht aan.
“Alles wat je met ons hebt gedaan.”
Richard zei niets.
Zijn gezicht was lijkbleek geworden.
Ik had mijn vader nog nooit zo gezien.
Niet boos.
Niet machtig.
Niet zelfverzekerd.
Bang.
“Emma,” zei hij uiteindelijk.
Zijn stem trilde.
“Je begrijpt niet wat je je herinnert.”
Emma schudde haar hoofd.
“Jawel.”
Ze wees naar de kinderen.
“Ik herinner me hun namen.”
Een meisje begon te huilen.
Emma keek naar haar.
“Lena.”
Het meisje verstijfde.
“Hoe weet je mijn naam?”
“Omdat ik jou kende.”
Emma wees naar een jongen.
“Thomas.”
Hij keek haar met grote ogen aan.
“En jij bent Noah.”
Noah begon te huilen.
“Ik dacht dat ik je nooit meer zou zien.”
Emma liep naar hem toe.
“Je hebt nooit echt geslapen.”
Ik keek naar Daniel.
“Wat betekent dat?”
Hij keek naar de machine.
“Hun herinneringen zijn nooit verdwenen.”
“Waar waren ze dan?”
“In de kern.”
Mijn maag draaide zich om.
“Dus Emma kan alles zien?”
Daniel knikte.
“Niet alleen zien.”
Hij keek naar Emma.
“Ze kan het voelen.”
Op dat moment begon de machine opnieuw te trillen.
WARNING.
PHASE THREE — 00:08:12
Marcus, die nog steeds zijn gewonde schouder vasthield, keek naar het scherm.
“Wat gebeurt er als de teller nul bereikt?”
Emily antwoordde vanuit de glazen kamer.
“De synchronisatie wordt permanent.”
“En daarna?”
“De kern neemt controle over alle proefpersonen.”
Ik keek naar Emma.
“Dan moeten we die machine stoppen.”
Daniel schudde zijn hoofd.
“Dat is niet genoeg.”
“Waarom niet?”
“Omdat de kern niet de bron is.”
“Wat is dan wel de bron?”
Daniel keek naar Richard.
Richard deed een stap achteruit.
“Niet doen.”
Ik keek naar mijn vader.
“Wat weet jij?”
Hij zweeg.
“Richard!”
Hij keek me aan.
“Je wilt de waarheid?”
“Ja.”
“Dan zul je hem moeten horen.”
Hij keek naar Emma.
“De kern is slechts een opslagplaats.”
“Voor wat?”
“Voor bewustzijn.”
Marcus fronste.
“Van wie?”
Richard antwoordde:
“Van Emily.”
Ik keek naar mijn moeder.
Ze sloot haar ogen.
“Het klopt,” zei ze.
Mijn hart brak.
“Dus jij hebt dit allemaal gedaan?”
Emily schudde haar hoofd.
“Niet vrijwillig.”
“Maar je bent onderdeel van de kern.”
“Ja.”
“Waarom?”
“Omdat ik probeerde het systeem van binnenuit te vernietigen.”
Daniel keek naar haar.
“Maar Richard ontdekte het.”
Richard lachte bitter.
“Ze dacht werkelijk dat ze me kon tegenhouden.”
Ik draaide me naar hem om.
“Wat heb je met haar gedaan?”
“Ik heb haar keuze gegeven.”
“Welke keuze?”
“Of ze haar dochter wilde redden.”
Mijn adem stokte.
“En?”
Richard keek naar Emily.
“Ze koos voor jou.”
Ik voelde tranen in mijn ogen.
Mijn moeder had haar leven opgeofferd.
Voor mij.
Voor Emma.
Voor ons allemaal.
De klok tikte verder.
00:06:47.
Emma liep naar de kern.
“Mama.”
Ik pakte haar hand.
“Wat?”
“Ik weet hoe we dit kunnen stoppen.”
“Hoe?”
“De verbinding moet terug naar de eerste bron.”
“Welke bron?”
Emma keek naar mij.
“Jij.”
Ik verstijfde.
“Wat?”
“Jij was S-01.”
Ik keek naar Daniel.
Hij knikte langzaam.
“Sarah is de oorspronkelijke drager.”
“Van wat?”
“De eerste genetische sleutel.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Waarom heb je me dat nooit verteld?”
“Omdat je het anders nooit zou hebben overleefd.”
Richard lachte.
“Precies.”
Ik keek naar hem.
“Wat bedoel je?”
“Je lichaam draagt nog steeds de originele code.”
Emma keek naar mijn arm.
De donkere lijn verscheen opnieuw.
Maar deze keer begon hij vanuit mijn pols naar boven te lopen.
Ik schrok.
“Wat gebeurt er met mij?”
Daniel rende naar me toe.
“Sarah, blijf rustig.”
“Hij gaat naar mijn hart.”
“Dat is niet de bedoeling.”
“Wat dan?”
Daniel keek naar Emma.
“De kern probeert de oorspronkelijke bron te vinden.”
“En dat ben ik?”
“Ja.”
Emma pakte mijn hand.
“Laat me helpen.”
Ik voelde de warmte door mijn arm stromen.
De donkere lijn stopte.
Emma keek naar de machine.
“Nu.”
Ik keek naar haar.
“Wat moet ik doen?”
“Leg je hand op de kern.”
“En jij?”
“Mijn hand ook.”
We liepen samen naar de machine.
Richard schreeuwde:
“NEE!”
Hij rende naar ons toe.
Marcus richtte zijn wapen.
“Blijf staan!”
Richard stopte.
Maar achter hem kwamen plotseling nog meer mannen binnen.
Daniel keek naar de deur.
“Ze hebben versterking.”
Marcus keek naar zijn lege magazijn.
“Dit wordt lastig.”
Emily schreeuwde vanuit de glazen kamer:
“Sarah!”
Ik keek naar haar.
“Wat?”
“Luister goed.”
Haar stem werd zwakker.
“Als jullie de kern activeren, zal het systeem proberen jullie herinneringen te wissen.”
“Wat betekent dat?”
“Emma kan vergeten wie ze is.”
Ik keek naar mijn dochter.
“Nee.”
Emma keek me rustig aan.
“Dan moet jij mij herinneren.”
“Wat?”
“Als ik vergeet wie ik ben…”
Ze kneep in mijn hand.
“Vertel me dan wie ik ben.”
Mijn ogen vulden zich met tranen.
“Je bent mijn dochter.”
Emma glimlachte.
“Dat is genoeg.”
De klok:
00:03:21.
Daniel riep:
“Nu!”
Emma en ik legden onze handen op de kern.
Een enorme lichtflits vulde de ruimte.
Ik schreeuwde.
Plotseling zag ik alles.
De eerste proefpersonen.
De eerste operatie.
Emily die huilde.
Daniel die me vasthield.
Richard die achter glas toekeek.
Emma als baby.
De eerste keer dat ik haar vasthield.
En toen zag ik iets wat ik nog nooit eerder had gezien.
Een vierde persoon.
Een man stond naast Richard.
Hij droeg een zwart pak.
Zijn gezicht was onbekend.
Maar ik kende zijn stem.
Diezelfde stem uit de boodschap.
“Als Project Zero mislukt, beginnen we opnieuw.”
Ik keek naar Emma.
“Wie is dat?”
Emma keek naar dezelfde herinnering.
Ze fluisterde:
“De oprichter.”
“Wie?”
Ze wees naar het beeld.
“Hij.”
De man draaide zich om.
Voor het eerst zag ik zijn gezicht duidelijk.
Ik verstijfde.
Want ik kende hem.
Niet persoonlijk.
Maar van een foto.
Hij stond op de oude documenten van het ziekenhuis.
De directeur.
De man die twintig jaar geleden de afdeling had geopend.
De man die iedereen had vertrouwd.
Dr. Victor Hale.
De kern begon te kraken.
Daniel schreeuwde:
“Sarah, stop!”
Maar het was te laat.
De stem van Victor Hale klonk door de hele ruimte.
“Fase Drie is slechts het begin.”
De klok sprong naar:
00:00:10.
Emma keek naar mij.
“Mama…”
“Ja?”
“Er komt nog iemand.”
“Wie?”
De deuren van de kern begonnen open te gaan.
Een silhouet verscheen in het licht.
En toen hoorde ik een stem.
“Sarah.”
Ik kende die stem.
Het was Emily.
Maar mijn moeder stond nog steeds in de glazen kamer.
Ik keek naar haar.
Emily keek geschokt.
“Dat is onmogelijk…”
Het silhouet kwam dichterbij.
En ik begreep eindelijk waarom.
Er waren twee Emily’s.






