DEEL 6 — “MIJN DOCHTER WAS NIET DOOD”
Ik kon niet bewegen.
Niemand kon bewegen.
Sophie stond in de deuropening.
Mijn dochter.
Levend.
Het gezicht dat ik die ochtend nog in een kist had gezien, stond nu enkele meters van me vandaan.
Mijn knieën begaven het.
“Sophie…”
Ze keek naar mij.
Haar lip trilde.
“Papa.”
Ik liep naar haar toe.
Ik wilde haar aanraken, maar stopte halverwege.
Alsof ik bang was dat ze zou verdwijnen zodra mijn vingers haar raakten.
“Ben jij het echt?”
Ze knikte.
Ik sloeg mijn armen om haar heen.
Ze huilde tegen mijn schouder.
“Ik dacht dat je dood was.”
“Ik weet het.”
“Waarom?”
“Daarom.”
Ze keek naar Thomas' handlanger.
“Hij heeft alles gezien.”
De man die geboeid op de stoel zat, keek naar de grond.
Anna liep naar Sophie.
“Mevrouw Van Dijk, u bent officieel als overleden geregistreerd.”
“Ik weet het.”
“U moet ons alles vertellen.”
Sophie keek naar haar drie dochters.
Lotte rende naar haar toe.
“Mama!”
Sophie zakte onmiddellijk op haar knieën.
Lotte sloeg haar armen om haar nek.
Emma en Fleur volgden.
Drie meisjes huilden tegelijk.
Ik keek weg.
Ik kon mijn tranen niet tegenhouden.
Maar toen ik weer naar Sophie keek, zag ik iets in haar ogen.
Angst.
Niet de angst van iemand die net was ontsnapt.
De angst van iemand die wist dat het gevaar nog niet voorbij was.
“Waar is Thomas?” vroeg ik.
Sophie verstijfde.
“Hij is niet hier.”
“Waar is hij?”
“Ik weet het niet.”
Anna keek naar haar.
“Maar u weet wel wie hem helpt.”
Sophie knikte.
“Ja.”
Ze keek naar Pieter.
Mijn broer.
“Hij.”
Pieter sloot zijn ogen.
“Sophie…”
“Zeg mijn naam niet alsof je om me geeft.”
Pieter begon te huilen.
“Ik wilde je beschermen.”
“Je hebt me verraden.”
“Ik had geen keuze.”
“Er is altijd een keuze.”
Ik keek naar Pieter.
“Wat heeft hij gedaan?”
Sophie antwoordde:
“Hij vertelde Thomas waar ik was.”
Mijn maag draaide om.
“Wanneer?”
“Op de avond van 17 april.”
Pieter keek naar mij.
“Dat was niet zo bedoeld.”
“Je wist dat Thomas me wilde vermoorden.”
“Ik wist dat hij je bedreigde.”
“Je wist genoeg.”
Sophie draaide zich naar Anna.
“Hij heeft mijn locatie doorgestuurd.”
Anna keek naar Pieter.
“Waarom?”
Pieter zweeg.
Sophie antwoordde:
“Omdat Thomas hem geld betaalde.”
“Hoeveel?”
“Vijftigduizend euro per maand.”
Ik keek naar mijn broer.
“Vijftigduizend?”
Pieter zakte op een stoel.
“Ik had schulden.”
“Dus je verkocht je eigen nichtje?”
“Ik wilde haar niet laten sterven!”
Sophie schudde haar hoofd.
“Maar dat gebeurde bijna.”
Anna kwam tussen hen staan.
“Genoeg.”
Ze keek naar Sophie.
“Vertel me vanaf het begin wat er op 17 april gebeurde.”
Sophie haalde diep adem.
“Thomas had ontdekt dat ik de financiële fraude had gevonden.”
“Hoe?”
“Ik zag geldstromen tussen drie bedrijven.”
“Welke bedrijven?”
“Bedrijven die officieel niets met elkaar te maken hadden.”
“Maar?”
“Ze hadden dezelfde bankrekening als tussenrekening.”
Anna schreef mee.
“En wie stond achter die rekening?”
Sophie keek naar mij.
“Je vader.”
Ik fronste.
“Mijn vader?”
“Ons familiebedrijf.”
Ik begreep het niet.
“Dat bedrijf bestaat al twintig jaar.”
“Precies.”
Sophie keek me aan.
“Maar de persoon die toegang had tot de oude bedrijfsrekening…”
Ze stopte.
“Was jij.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Ik heb nooit geld verplaatst.”
“Ik weet het.”
“Hoe weet jij dat?”
“Omdat ik het heb gecontroleerd.”
Sophie haalde een klein mapje uit haar jas.
“De transacties zijn gedaan met een digitale handtekening die op jouw naam stond.”
Anna pakte het mapje.
“Maar?”
“Mijn vader was niet degene die de transacties uitvoerde.”
“Wie dan?”
Sophie keek naar Pieter.
“Hij.”
Pieter barstte uit:
“Nee!”
“Je hebt mijn vaders digitale certificaat gestolen.”
“Dat heb ik niet gedaan!”
“Je gaf het aan Thomas.”
Pieter schudde zijn hoofd.
“Hij dwong me.”
“Hoe?”
Hij zweeg.
Sophie liep naar hem toe.
“Vertel het.”
Pieter keek naar mij.
“Thomas had bewijs dat ik geld had verduisterd.”
Ik staarde hem aan.
“Had je dat?”
Hij knikte.
“Een klein bedrag.”
“Hoeveel?”
“Zeventigduizend.”
Ik voelde teleurstelling en woede tegelijk.
“Dus Thomas chanteerde je.”
“Ja.”
“En jij hielp hem?”
“Ik had geen keuze.”
Sophie lachte bitter.
“Dat zei je net ook.”
Anna keek naar Pieter.
“Waar is het geld nu?”
Pieter antwoordde niet.
Anna sloeg met haar hand op tafel.
“Waar is het geld?”
“Op een buitenlandse rekening.”
“Welke?”
Pieter keek naar Sophie.
“Zij weet het.”
Sophie schudde haar hoofd.
“Niet alles.”
Anna keek tussen hen in.
“Wat missen we?”
Sophie werd stil.
Toen zei ze:
“De naam van de persoon die Thomas de opdrachten gaf.”
“Wie?”
“Dat weet ik niet zeker.”
“Maar je hebt een vermoeden.”
Sophie knikte.
“Ja.”
Ze haalde haar telefoon tevoorschijn.
“Voor mijn dood heb ik alle gesprekken opgenomen.”
Ze speelde een geluidsfragment af.
Thomas' stem klonk duidelijk.
“Ik doe alleen wat hij zegt.”
Een andere stem antwoordde:
“Als Sophie praat, verlies jij alles.”
Het fragment eindigde.
Anna keek op.
“Wie was dat?”
Sophie keek naar mij.
“Dat is het probleem.”
“Wie?”
“De stem is vervormd.”
“Maar?”
Sophie pakte een ander bestand.
“Dit is het originele gesprek.”
Ze drukte op afspelen.
Een mannenstem klonk.
“Thomas, je hebt te lang gewacht.”
Mijn bloed stolde.
Ik kende die stem.
Anna zag mijn reactie.
“Wie?”
Ik antwoordde nauwelijks hoorbaar:
“De directeur van onze bank.”
Sophie knikte.
“Hij werkte samen met Thomas.”
Anna pakte onmiddellijk haar telefoon.
“Dan hebben we een netwerk.”
Maar voordat ze kon bellen, trilde Sophies telefoon.
Een onbekend nummer.
Ze keek naar het scherm.
Haar gezicht veranderde.
“Wat is er?” vroeg ik.
Ze gaf de telefoon aan mij.
Er stond één bericht.
“Je hebt je vader gered. Maar je hebt je dochters niet gered.”
Mijn hart stopte.
Ik keek naar Lotte.
Ze stond naast Fleur.
Emma zat op de bank.
Alle drie waren veilig.
Of dat dacht ik.
Toen hoorde ik achter ons een harde klap.
Een agent keek naar de deur.
“Wat was dat?”
De lichten gingen uit.
Fleur begon te gillen.
Anna trok haar wapen.
“Niemand bewegen!”
In het donker hoorde ik voetstappen.
Eén.
Twee.
Drie.
Toen een fluistering vlak achter me:
“Willem…”
Ik draaide me om.
Een hand greep mijn schouder.
En iemand fluisterde:
“Je had Sophie nooit mogen vinden.”






