ZE GAAN NAAR EEN PLEEGGEZIN!”
News Story

ZE GAAN NAAR EEN PLEEGGEZIN!”

0 weergaven

DEEL 17 — “DE MAN DIE MIJN VADER SPEELDE”

Ik kon alleen maar naar het scherm kijken.

De man naast Lucas…

Hij had mijn vaders gezicht.

Dezelfde ogen.

Dezelfde stem.

Dezelfde houding.

Maar dat kon niet.

Mijn vader stond boven.

Ik had hem daar nog geen tien minuten geleden gezien.

“Wie is hij?”

Cornelis antwoordde nauwelijks hoorbaar:

“Zijn naam is Marcus.”

“Je tweelingbroer?”

Cornelis knikte.

“Mijn identieke tweelingbroer.”

Ik keek opnieuw naar het scherm.

Marcus glimlachte.

“Willem.”

Mijn hart sloeg over.

“Ken je mij?”

Hij lachte.

“Beter dan je denkt.”

Sophie stapte naast me.

“Waar is onze vader?”

Marcus keek recht in de camera.

“Welke vader?”

Mijn maag draaide zich om.

“Mijn vader.”

“De man die je twintig jaar lang heeft opgevoed?”

“Ja.”

Marcus glimlachte.

“Dat is niet je vader.”

Ik keek naar Cornelis.

“Maar hij is mijn vader.”

Cornelis schudde zijn hoofd.

“Nee.”

“Wie is hij dan?”

Cornelis antwoordde:

“Een man die ik ooit vertrouwde.”

Marcus begon te lachen.

“Je vertrouwt nog steeds de verkeerde mensen.”

Ik keek naar mijn moeder.

“Wie heeft mij opgevoed?”

Elise keek naar de grond.

“Zijn naam is Willem De Vries.”

“Mijn vader.”

“Nee.”

Ze slikte.

“Hij was je voogd.”

Ik voelde mijn hele lichaam verstijven.

“Voogd?”

Elise knikte.

“Hij heeft je gered.”

“Waarvan?”

“Van Hendrik.”

Ik keek naar het scherm.

Marcus zei:

“Dat is slechts een deel van het verhaal.”

“Vertel me de rest.”

“Je voogd heeft je niet alleen gered.”

Hij pauzeerde.

“Hij heeft je ook bespioneerd.”

Mijn handen werden koud.

“Waarom?”

“Omdat hij voor Victor werkte.”

Sophie fluisterde:

“Dus…”

Ik keek haar aan.

“Onze vader…”

“Is nooit jullie vader geweest.”

Een diepe stilte.

Toen verscheen er plotseling een tweede beeld op de livestream.

Mijn echte vader.

Cornelis.

Maar op het scherm stond hij…

vastgebonden.

Ik draaide me om.

Cornelis stond nog steeds naast mij.

Ik keek terug naar het scherm.

De man op het scherm was niet Cornelis.

Hij was een kopie.

Marcus lachte.

“Je ziet het nu.”

Ik begreep het.

De man die Victor had vastgebonden…

was een dubbelganger van Cornelis.

Maar waarom?

“Waarom doet Victor dit?”

Marcus antwoordde:

“Omdat Victor niet alleen geld wil.”

“Wat wil hij dan?”

“De erfenis.”

“Die is van mij.”

“Nee.”

Hij keek naar Sophie.

“Van jullie.”

“Dat weten we.”

“Jullie weten niet alles.”

Marcus keek naar Lucas.

“Vraag je broer.”

Ik keek naar Lucas.

“Lucas?”

Hij keek zwijgend naar de camera.

“Wat weet jij?”

Lucas zei:

“De erfenis gaat niet naar de oudste zoon.”

“Wie dan?”

“Degene die de familie kan verenigen.”

Ik fronste.

“Wat betekent dat?”

Lucas antwoordde:

“Drie DNA-profielen.”

“Willem.”

“Sophie.”

“En Emma.”

Ik keek naar Elise.

“Emma?”

Ze knikte.

“Zonder haar kan de erfenis niet volledig worden geopend.”

Marcus lachte.

“Daarom heeft Victor haar.”

Sophie werd woedend.

“Waar is ze?”

Marcus keek haar aan.

“Dichtbij.”

“Waar?”

“Onder het ziekenhuis.”

Ik keek naar de klok.

Nog vier minuten.

Victor verscheen opnieuw op het scherm.

“Willem.”

“Laat mijn broer gaan.”

“Kom naar mij.”

“Waar?”

“De operatiekamer.”

Ik fronste.

“Waarom daar?”

Victor glimlachte.

“Omdat je daar geboren bent.”

Mijn moeder begon te huilen.

“Niet doen.”

Ik keek haar aan.

“Waarom?”

“Je moet niet naar die kamer.”

“Waarom?”

“Omdat daar…”

Ze stopte.

“Wat?”

“Daar is je tweede geboorteakte.”

Ik keek naar haar.

“En?”

“Daar staat de naam van je echte vader.”

Ik voelde mijn hartslag versnellen.

“Cornelis?”

Ze schudde haar hoofd.

“Nee.”

“Wie dan?”

Ze fluisterde:

“De naam die ik heb proberen te vernietigen.”

Ik keek naar Cornelis.

Hij antwoordde:

“Ga.”

“Waarom?”

“Omdat je eindelijk recht hebt op de waarheid.”

Ik pakte Sophie bij de hand.

“We gaan.”

Cornelis hield me tegen.

“Willem.”

Ik keek hem aan.

“Ja?”

“Vertrouw niemand.”

Ik knikte.

Zelfs mijn moeder.

Zelfs mijn eigen familie.

Niemand.

We renden door de gang.

Achter ons riep Elise:

“Willem!”

Ik draaide me om.

Ze stond daar met tranen in haar ogen.

“Wat er ook gebeurt…”

Ze slikte.

“Vergeef me.”

Ik antwoordde:

“Dat hangt ervan af wat ik straks vind.”

We renden verder.

Toen kwamen we bij een stalen deur.

Op het bord stond:

OPERATIEKAMER 4.

Sophie keek naar mij.

“Dit is het.”

Ik duwde de deur open.

De kamer was leeg.

Geen Victor.

Geen Lucas.

Geen Emma.

Alleen een oude metalen kast.

Ik liep ernaartoe.

Op de deur stond:

VERMEER — 17-04-2006.

Ik trok eraan.

Op slot.

Sophie zag een kleine scanner.

“DNA.”

Ik legde mijn hand erop.

TOEGANG GEWEIGERD.

Ik probeerde opnieuw.

Weer rood.

Sophie legde haar hand erop.

TOEGANG GEWEIGERD.

Toen hoorden we een stem achter ons.

“Jullie missen iemand.”

We draaiden ons om.

Lucas stond in de deuropening.

Alleen.

Geen Victor.

Geen bewakers.

“Lucas!”

Sophie rende naar hem toe.

Ze omhelsden elkaar.

“Ben je gewond?”

“Nee.”

“Waar is Victor?”

Lucas keek naar mij.

“Hij komt.”

Ik voelde een koude rilling.

“Waar is Emma?”

Lucas keek naar de kast.

“Daar.”

Sophie verstijfde.

“Wat?”

Lucas wees naar de metalen kast.

“Niet achter de kast.”

Hij keek me aan.

“Erin.”

Ik voelde mijn hart stoppen.

“Emma zit daarin?”

Lucas knikte.

We renden naar de kast.

“Emma!”

Geen antwoord.

Ik sloeg tegen de deur.

“Emma!”

Toen hoorde ik een zwakke stem.

“Willem?”

Mijn adem stokte.

Een meisje.

Een vrouw.

Levend.

Sophie begon te huilen.

“Emma…”

Lucas haalde een klein apparaat uit zijn zak.

“De kast opent alleen met drie DNA-profielen.”

“Maar Emma zit erin.”

“Precies.”

Ik keek naar hem.

“Hoe krijgen we haar eruit?”

Lucas keek naar de deur.

“Door de vierde persoon te vinden.”

“Welke vierde persoon?”

Hij antwoordde:

“De persoon die haar hier heeft opgesloten.”

Op dat moment klonk achter ons langzaam applaus.

Klap.

Klap.

Klap.

Victor stond in de deuropening.

Zijn pistool was op Lucas gericht.

“Eindelijk.”

Hij glimlachte.

“Alle vier de kinderen bij elkaar.”

Ik keek hem aan.

“Je wilde dit.”

“Ja.”

“Waarom?”

Victor keek naar de metalen kast.

“Omdat alleen jullie samen de laatste rekening kunnen openen.”

“Welke rekening?”

Victor glimlachte.

“De rekening van jullie vader.”

Ik keek naar hem.

“Cornelis?”

Victor schudde zijn hoofd.

“Nee.”

Hij keek rechtstreeks naar mij.

“De rekening van de man die jouw geboorte heeft betaald.”

Mijn hart stopte.

“Wat bedoel je?”

Victor antwoordde:

“Jij bent niet geboren om een erfgenaam te worden, Willem.”

Hij hief zijn pistool.

“Je bent geboren als de sleutel.”

Toen klonk er achter de metalen kast een harde klik.

De deur begon vanzelf open te gaan.

En vanuit de donkere binnenkant klonk een stem:

“Victor…”

Victor verstijfde.

De stem vervolgde:

“Je hebt één fout gemaakt.”

“Welke?”

“Je hebt mijn zoon naar mij gebracht.”

De kastdeur zwaaide volledig open.

Daar stond Emma.

Maar ze keek niet naar mij.

Ze keek naar Victor.

En ze zei:

“Papa.”