DEEL 10 — “NIET MIJN DOCHTER”
Thomas richtte het pistool op Sophie.
Mijn lichaam reageerde voordat mijn verstand dat kon.
Ik stapte voor mijn dochter.
“Schiet mij maar neer.”
Thomas glimlachte.
“Dat is precies wat ik wil.”
Sophie greep mijn arm.
“Papa, nee!”
Anna richtte haar wapen op Thomas.
“Laat het pistool vallen!”
Thomas lachte.
“Als ik het laat vallen, sterft iedereen.”
Hendrik stond naast hem alsof hij naar een toneelstuk keek.
Mijn vader keek hem woedend aan.
“Je hebt dit allemaal gepland.”
“Niet alles.”
Hendrik tikte met zijn wandelstok op de vloer.
“Maar genoeg.”
Pieter stond versteend.
“Waarom doe je dit?”
Hendrik keek naar hem.
“Omdat geld niet het echte doel was.”
Ik voelde een koude rilling.
“Wat dan wel?”
Hendrik keek rechtstreeks naar mij.
“Controle.”
Hij glimlachte.
“Je vader dacht dat hij zijn bedrijf kon redden door te verdwijnen.”
Hij wees naar mijn vader.
“Je moeder dacht dat ze de waarheid kon verbergen.”
Toen keek hij naar Sophie.
“En jij dacht dat je slim genoeg was om mijn geldstromen te volgen.”
Sophie antwoordde:
“Je hebt mijn moeder vermoord.”
Hendrik werd stil.
“Je weet niets van je moeder.”
“Ik weet genoeg.”
“Nee.”
Hij stapte langzaam naar voren.
“Je moeder wist wie ik werkelijk was.”
Mijn vader onderbrak hem.
“Laat haar erbuiten.”
Hendrik lachte.
“Daar ben je weer.”
Hij keek naar mijn vader.
“Altijd de held.”
Mijn vader zette een stap naar voren.
“Laat mijn zoon en zijn familie gaan.”
Hendrik schudde zijn hoofd.
“Jouw zoon?”
Hij keek naar mij.
“Dat is het grappige.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Wat bedoel je?”
Hendrik antwoordde:
“Je bent helemaal geen De Vries.”
Ik keek naar mijn vader.
“Zeg dat hij liegt.”
Mijn vader zweeg.
Dat was genoeg.
Mijn wereld begon te draaien.
“Wie ben ik dan?”
Hendrik zei:
“Je bent een Vermeer.”
Sophie hapte naar adem.
“Dus…”
Hendrik knikte.
“Jij en Sophie zijn familie via haar moeder.”
Ik keek naar de oude foto.
Elise Vermeer.
De vrouw die mijn echte moeder zou zijn.
“Waarom heb je mij dan mijn hele leven laten geloven dat ik Willem de Vries was?”
Mijn vader keek me aan.
“Omdat Elise wilde dat je veilig was.”
“Waar is ze?”
Niemand antwoordde.
Ik keek naar Hendrik.
“Waar is mijn moeder?”
Hendrik glimlachte.
“Dood.”
Mijn vader sloot zijn ogen.
“Je hebt haar laten vermoorden.”
“Ze maakte een keuze.”
“Ze koos haar kinderen!”
“Ze koos tegen mij.”
Ik voelde woede door mijn lichaam trekken.
“Waarom?”
Hendrik keek naar mij.
“Omdat ze ontdekte dat jij de erfgenaam was.”
“Van wat?”
“Alles.”
Hij wees naar Sophie.
“De aandelen.”
Naar mijn vader.
“De oude bedrijven.”
Toen naar mij.
“En de verborgen rekening.”
Anna keek naar hem.
“Welke rekening?”
Hendrik glimlachte.
“De rekening waar meer dan honderd miljoen euro op staat.”
De kamer werd stil.
Ik keek naar mijn vader.
“Bestaat dat geld echt?”
Hij knikte.
“Ja.”
“Waar?”
“Niemand weet het.”
Hendrik lachte.
“Ik weet het.”
Mijn vader keek hem aan.
“Je hebt de sleutel niet.”
Hendrik wees naar mijn hand.
“Maar hij wel.”
Ik keek naar de sleutel.
De sleutel van Sophie.
Plotseling begreep ik het.
“De kluis.”
Hendrik knikte.
“Precies.”
Thomas zette een stap naar voren.
“Geef me de sleutel.”
Ik keek hem aan.
“En daarna?”
“Dan laat ik Sophie gaan.”
Sophie schudde haar hoofd.
“Papa, geloof hem niet.”
Thomas richtte het pistool hoger.
“Hou je mond!”
Ik zag iets in Sophies ogen.
Ze keek niet naar mij.
Ze keek naar Anna.
Toen naar de deur.
Ze wilde iets zeggen.
Ik begreep haar.
Ze wachtte op een kans.
Ik hield de sleutel omhoog.
“Goed.”
Thomas glimlachte.
“Gooi hem hierheen.”
Ik deed alsof ik hem wilde gooien.
Maar op het laatste moment gooide ik hem naar Pieter.
Thomas draaide zich om.
Anna schreeuwde:
“NU!”
Alles gebeurde tegelijk.
Anna sprong naar Thomas.
Mijn vader greep Hendrik vast.
Pieter rende met de sleutel naar de andere kant.
Sophie trok haar dochters achter een tafel.
Er klonk een schot.
De kogel sloeg in de muur.
Fleur schreeuwde.
Ik dook naar Sophie.
Thomas worstelde met Anna.
Hendrik sloeg mijn vader met zijn wandelstok.
Pieter rende naar de nooduitgang.
“Pieter!” riep ik.
Hij keek om.
“Ik weet waar de kluis is!”
Toen werd hij door iemand van achteren neergeslagen.
Een onbekende man stond boven hem.
Hij pakte de sleutel.
Maar voordat hij kon vluchten, werd hij door twee agenten overmeesterd.
Anna kreeg Thomas op de grond.
“Handen op je rug!”
Thomas schreeuwde:
“Jullie weten niet wat jullie doen!”
“Je bent gearresteerd.”
Hendrik probeerde weg te lopen.
Mijn vader hield hem tegen.
“Het is voorbij.”
Hendrik keek hem aan.
“Nee.”
Hij glimlachte.
“Jullie hebben nog steeds geen idee wat er in die kluis ligt.”
Toen werd hij geboeid.
De ruimte werd eindelijk stil.
Ik rende naar Pieter.
Hij bloedde aan zijn voorhoofd.
“Heb je de sleutel?”
Hij schudde zijn hoofd.
“Nee.”
Mijn hart zonk.
“Wie heeft hem?”
Iedereen keek om zich heen.
De sleutel was verdwenen.
Anna controleerde de vloer.
“Nergens.”
Sophie stond op.
“Wacht.”
Ze liep naar de tafel.
Daar lag een klein metalen voorwerp.
Ze pakte het op.
“Dit is geen sleutel.”
“Wat dan?”
Ze draaide het om.
Aan de achterkant stond een nummer.
17-04-2006.
Mijn vader werd lijkbleek.
“Waar heb je dat gevonden?”
Sophie antwoordde:
“Naast mijn vader.”
Mijn vader keek naar het nummer.
“Dat is de datum waarop Elise verdween.”
Ik keek naar hem.
“Mijn moeder.”
Hij knikte.
“Ze heeft de kluis zelf geopend.”
“Maar waar is de sleutel?”
Mijn vader keek naar Sophie.
“Ze had geen sleutel nodig.”
Ik fronste.
“Waarom niet?”
Hij keek naar mij.
“Omdat de kluis niet met een sleutel opent.”
“Hoe dan?”
Hij wees naar mijn hand.
“Met jouw DNA.”
Ik staarde hem aan.
“Mijn DNA?”
“Ja.”
“Waarom?”
Mijn vader slikte.
“Omdat Elise wist dat alleen haar biologische zoon ooit bij haar erfenis mocht komen.”
Op dat moment kwam Anna naar ons toe.
“Willem.”
“Wat?”
Ze hield een tablet vast.
“Er is zojuist een nieuwe banktransactie uitgevoerd.”
Mijn hart zonk.
“Door wie?”
Ze draaide het scherm naar mij.
Mijn naam stond opnieuw als ondertekenaar.
Maar dit keer was het bedrag veel groter.
€100.000.000.
De bestemming was onbekend.
Sophie keek naar het scherm.
“Papa…”
Ik keek naar haar.
“Wat?”
Ze wees naar de tijd.
“Die transactie is zojuist uitgevoerd.”
Ik keek naar mijn vader.
“Maar niemand heeft mijn digitale handtekening.”
Hij antwoordde zacht:
“Dat is niet waar.”
“Wat bedoel je?”
Hij keek naar mijn telefoon.
“Ze hebben jouw handtekening al twintig jaar.”
Ik voelde een koude rilling.
“Wie?”
Mijn vader keek naar de gearresteerde Hendrik.
Toen naar Thomas.
Toen naar Pieter.
“De persoon die dit allemaal heeft voorbereid.”
Hij pauzeerde.
“Werkt al die tijd naast jou.”
Ik voelde mijn hart stoppen.
“Wie?”
Mijn vader keek naar de deur.
Daar stond iemand.
Iemand die ik kende.
Iemand die de hele avond bij ons was geweest.
En toen besefte ik wie het was.
Mijn eigen advocaat.
Hij glimlachte.
“Eindelijk heb je het begrepen.”






