DEEL 14 — “DE JACHT OP MIJN MOEDER”
FASE DRIE: DE JACHT OP ELISE.
Ik staarde naar het scherm.
Mijn vingers werden koud.
“Wat betekent dit?”
Elise antwoordde niet.
Ze keek alleen naar de deur.
Sophie pakte haar arm.
“Mama?”
Elise fluisterde:
“Ze hebben ons gevonden.”
“Wie?”
“De mensen die ik twintig jaar geleden heb ontvlucht.”
Op dat moment begon het derde telefoontoestel te rinkelen.
Niemand durfde het aan te raken.
Het rinkelen vulde de kluis.
Eén keer.
Twee keer.
Drie keer.
Toen pakte ik het op.
“Hallo?”
Een mannenstem antwoordde.
“Willem.”
“Wie ben jij?”
“Je kent mijn naam niet.”
“Zeg hem.”
“Mijn naam is Adrian.”
Elise werd lijkbleek.
Ik keek naar haar.
“Adrian?”
Ze deed een stap achteruit.
“Nee.”
De stem aan de telefoon lachte.
“Dag, Elise.”
Mijn moeder begon te trillen.
“Dat kan niet.”
Adrian antwoordde:
“Je zei dat ik dood was.”
Elise fluisterde:
“Dat was je ook.”
“Niet lang genoeg.”
Ik voelde een koude rilling.
“Ben jij mijn vader?”
De lijn werd stil.
Heel stil.
Toen zei hij:
“Dat hangt ervan af welke versie van de waarheid je wilt horen.”
Sophie keek me aan.
“Papa…”
Ik drukte de telefoon steviger tegen mijn oor.
“Zeg het.”
“Ja.”
Mijn adem stokte.
“Ja, wat?”
“Jij bent mijn zoon.”
Elise sloot haar ogen.
Ik voelde mijn benen bijna bezwijken.
“Waarom heb je me nooit gezocht?”
Adrian lachte bitter.
“Omdat ik dacht dat jij dood was.”
“Wie heeft dat tegen je gezegd?”
“Je moeder.”
Ik keek naar Elise.
“Waarom?”
Ze schudde haar hoofd.
“Hij liegt.”
Adrian antwoordde onmiddellijk:
“Vraag haar wie jouw geboorteakte heeft veranderd.”
Ik keek naar de documenten op tafel.
“Mijn vader?”
“Vraag haar wie de tweede geboorteakte heeft vernietigd.”
Elise zweeg.
Adrian vervolgde:
“En vraag haar waarom Lucas je al die jaren heeft gevolgd.”
Ik keek naar de deur.
“Lucas werkt voor jou?”
“Lucas werkt voor niemand.”
“Waar is hij?”
“Dichter bij je dan je denkt.”
Op dat moment hoorde ik een metalen klik achter ons.
Ik draaide me om.
De deur van de kluis stond open.
Maar Lucas was verdwenen.
Sophie keek geschokt.
“Hij was hier.”
Elise fluisterde:
“Hij wilde dat we dat zouden denken.”
Ik keek haar aan.
“Wat?”
“Lucas heeft ons nooit naar de kluis geleid.”
“Wie dan?”
Mijn moeder keek naar de telefoon.
“Adrian.”
Plotseling begon het licht te knipperen.
Anna trok haar wapen.
“Blijf bij elkaar!”
Er klonk een harde knal.
De lampen gingen uit.
Sophie greep mijn hand.
“Papa!”
“Ik ben hier.”
Ik voelde haar vingers trillen.
Toen hoorde ik voetstappen.
Eén persoon.
Heel langzaam.
Vanuit de donkere gang.
Stap.
Stap.
Stap.
Anna richtte haar wapen op het geluid.
“Blijf staan!”
De voetstappen stopten.
Een stem antwoordde:
“Anna.”
Anna verstijfde.
Ik keek naar haar.
“Ken je hem?”
Ze antwoordde niet.
De stem lachte.
“Je hebt me twintig jaar geleden al gezien.”
Anna's gezicht werd bleek.
“Dat is onmogelijk.”
“Niet alles wat onmogelijk lijkt, is een leugen.”
Het licht sprong weer aan.
Een man stond in de deuropening.
Grijs haar.
Donkere jas.
Een litteken boven zijn rechteroog.
En in zijn hand…
een foto.
Hij keek naar Elise.
“Je bent ouder geworden.”
Elise keek hem aan.
“Adrian.”
Mijn hart sloeg over.
De man keek naar mij.
“Willem.”
Ik zette een stap naar voren.
“Ben jij mijn vader?”
Hij antwoordde:
“Ja.”
Sophie fluisterde:
“Dan is Lucas…”
Adrian keek naar haar.
“Jouw broer.”
“Waar is hij?”
Adrian glimlachte.
“Hij is niet ver weg.”
“Waarom verstopt hij zich?”
“Omdat hij niet wil dat jij hem vindt.”
Ik keek hem aan.
“Waarom?”
Adrian keek naar Elise.
“Vraag haar wat er gebeurde op de dag dat Lucas werd geboren.”
Elise begon te huilen.
“Niet hier.”
“Waarom niet?”
“Omdat de waarheid hem zal vernietigen.”
Adrian antwoordde:
“De waarheid heeft hem twintig jaar geleden al vernietigd.”
Ik keek tussen hen heen en weer.
“Wat is er gebeurd?”
Niemand antwoordde.
Ik schreeuwde:
“Wat is er gebeurd met mijn broer?”
Elise zakte langzaam op een stoel.
“Lucas werd ontvoerd.”
Mijn adem stokte.
“Door wie?”
Ze keek naar Adrian.
“Door jouw vader.”
Ik keek naar Adrian.
“Jij?”
Hij schudde zijn hoofd.
“Nee.”
“Maar zij zei…”
“Ze bedoelt Hendrik.”
Ik voelde mijn hart sneller kloppen.
“Waarom zou mijn grootvader zijn eigen kleinzoon ontvoeren?”
Adrian keek me aan.
“Omdat Lucas anders zou bewijzen wie de echte erfgenaam was.”
Ik fronste.
“Maar ik ben de erfgenaam.”
Adrian schudde zijn hoofd.
“Nee.”
Hij liep naar de tafel en pakte het document.
“Jij bent slechts één helft.”
Hij legde het document open.
“De Vermeer-erfenis kan niet door één persoon worden geactiveerd.”
Sophie begreep het.
“Daarom hebben we allebei DNA nodig.”
Adrian knikte.
“Precies.”
Ik keek naar Elise.
“Dus waarom hebben ze Lucas nodig?”
Adrian antwoordde:
“Omdat Lucas de derde sleutel is.”
Ik keek naar hem.
“Welke sleutel?”
“De sleutel tot het echte vermogen.”
Mijn moeder fluisterde:
“En tot de namenlijst.”
Anna keek scherp op.
“Welke namenlijst?”
Adrian keek haar aan.
“De lijst met alle mensen die Hendrik heeft betaald.”
“Politici?”
“Ja.”
“Bankiers?”
“Ja.”
“Politie?”
Adrian knikte.
“Ook politie.”
Anna werd stil.
“Wie?”
Adrian keek naar haar.
“Dat is precies waarom ze je partner hebben vermoord.”
Anna verstijfde.
“Hij wist te veel.”
Adrian knikte.
“En jij weet inmiddels ook te veel.”
Anna richtte haar wapen opnieuw.
“Wie heeft hem vermoord?”
Adrian antwoordde:
“Victor.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Victor is nog steeds vrij?”
Adrian knikte.
“Hij was nooit van plan gearresteerd te worden.”
“Waar is hij?”
Adrian keek naar Elise.
“Hij is onderweg naar haar.”
Mijn moeder stond onmiddellijk op.
“Dan moeten we gaan.”
“Waarheen?”
“Mijn oude huis.”
Ik fronste.
“Welk huis?”
Elise keek me aan.
“Het huis waar jij bent geboren.”
Sophie pakte haar jas.
“Dan gaan we.”
Adrian schudde zijn hoofd.
“Jullie gaan niet allemaal.”
Ik keek hem aan.
“Waarom?”
“Omdat iemand hier moet blijven.”
“Wie?”
Adrian keek naar Anna.
“Zij.”
Anna keek hem wantrouwend aan.
“Waarom ik?”
Adrian wees naar de derde telefoon.
“Omdat die telefoon niet alleen een telefoon is.”
Hij pakte hem op.
Op het scherm verscheen een kaart.
Een rode stip knipperde.
Anna keek naar het scherm.
“Dat is…”
“De locatie van Victor.”
Ik keek naar de kaart.
De rode stip stond midden in de stad.
Bij een oud ziekenhuis.
Elise zag het adres.
Haar gezicht veranderde onmiddellijk.
“Daar.”
Ik keek haar aan.
“Wat?”
“Daar werd Lucas geboren.”
Mijn hart bonsde.
“En waarom gaat Victor daarheen?”
Elise antwoordde zacht:
“Omdat daar nog één bewijsstuk ligt.”
“Welk bewijs?”
Ze keek me recht aan.
“De originele geboorteakte van jullie drieën.”
Op dat moment kreeg Anna een bericht.
Ze keek naar haar telefoon.
Haar gezicht werd lijkbleek.
“Hij heeft de akte al gevonden.”
Ik keek naar haar.
“Wie?”
Anna draaide het scherm naar mij.
Een foto.
Victor stond voor het oude ziekenhuis.
Naast hem stond Lucas.
Maar Lucas keek niet naar Victor.
Hij keek rechtstreeks naar de camera.
En onder de foto stond slechts één zin:
“WILLEM, ALS JE MIJ WILT REDDEN, KOM ALLEEN.”
Elise fluisterde:
“Het is een val.”
Ik keek naar mijn broer op het scherm.
Toen naar mijn moeder.
En ik wist dat ik maar één keuze had.
Ik moest gaan.
Maar voordat ik de deur bereikte, kwam er een nieuw bericht binnen.
Deze keer van Lucas.
“PAPA IS NIET ADRIAN.”
Mijn hart stopte.
Daaronder verscheen:
“EN JE MOEDER WEET WIE JE VADER ECHT IS.”






