DEEL 2 — “OPEN DE ENVELOP NIET HIER”
Ik keek naar de rechercheur alsof ik haar niet goed had verstaan.
“Wat bedoelt u met gevaarlijk?”
Ze keek opnieuw naar Thomas.
Mijn schoonzoon stond inmiddels bij zijn zwarte Mercedes.
Zijn telefoon aan zijn oor.
Hij lachte.
Alsof hij zojuist niet had aangekondigd dat hij zijn drie dochters naar Jeugdzorg wilde sturen, minder dan een uur nadat hij hun moeder had begraven.
“Wie bent u?” vroeg ik.
“Rechercheur Anna Meijer. Team Zware Criminaliteit, politie Midden-Nederland.”
Ze liet haar politielegitimatie kort zien.
“Uw dochter heeft drie dagen voor haar overlijden contact met ons opgenomen.”
Mijn hart sloeg over.
“Waarom heeft niemand mij dat verteld?”
“Omdat Sophie ons vroeg om u pas na haar begrafenis te benaderen.”
“Waarom?”
Anna keek naar de drie meisjes.
“Vanwege hen.”
Lotte greep mijn hand steviger vast.
Emma keek naar de envelop.
Fleur begon zacht te huilen.
Ik hurkte voor haar neer.
“Fleur, lieverd… wat is er?”
Ze keek naar Thomas.
Toen fluisterde ze:
“Papa heeft mama verteld dat hij haar zou laten verdwijnen.”
Mijn lichaam verstijfde.
“Wat?”
Thomas keek plotseling onze kant op.
Zijn glimlach verdween.
“Wat bespreken jullie daar?”
Anna stapte onmiddellijk tussen ons in.
“Mijnheer Van Dijk, wij hebben enkele vragen voor u.”
Thomas keek haar geïrriteerd aan.
“Vandaag?”
“Ja.”
“Mijn vrouw is net begraven.”
Anna antwoordde kalm:
“Precies daarom.”
Thomas keek naar mij.
Zijn ogen waren koud.
“Willem, ik hoop dat je niet van plan bent om mijn kinderen tegen mij op te zetten.”
Ik stond langzaam op.
“Dat doe jij zelf.”
Hij kneep zijn ogen samen.
“Wat bedoel je?”
“Je zei net dat je ze naar Jeugdzorg brengt.”
“Dat was een emotionele reactie.”
“Je zei dat je geen kinderen wilt opvoeden van wie de moeder dood is.”
Hij zweeg.
Toen glimlachte hij.
“Je begrijpt het niet. Ik heb een toekomst.”
Zijn telefoon trilde opnieuw.
Hij keek naar het scherm.
Dit keer zag ik de naam.
Mila.
Mijn maag draaide om.
Sophie had die naam eerder genoemd.
Mila Vermeer.
Een vrouw van wie ze zei dat ze “alleen een collega van Thomas” was.
Maar Lotte had me ooit verteld dat ze die vrouw bij hun huis had gezien.
Hand in hand met haar vader.
Ik keek naar Thomas.
“Is zij jouw toekomst?”
Zijn gezicht veranderde.
Maar hij antwoordde niet.
Anna keek naar hem.
“Mijnheer Van Dijk, u moet met ons meekomen voor een verklaring.”
“Ik ga nergens heen.”
“Dat is geen verzoek.”
Thomas lachte kort.
“Hebben jullie een arrestatiebevel?”
Anna keek hem recht aan.
“Nog niet.”
Thomas ontspande zichtbaar.
“Dan heb ik niets te zeggen.”
Hij stapte naar zijn auto.
Maar voordat hij instapte, keek hij naar Lotte.
“Kom.”
Lotte bleef staan.
“Lotte.”
Ze schudde haar hoofd.
“Papa…”
“Stap in.”
“Waar gaan we heen?”
“Je gaat met mij mee.”
Ik legde mijn hand op haar schouder.
“Ze gaat nergens heen.”
Thomas draaide zich om.
“Dat is mijn dochter.”
“En jij wilde haar naar Jeugdzorg sturen.”
Zijn gezicht werd rood.
“Bemoei je met je eigen zaken!”
Anna hief haar hand.
“Genoeg.”
Ze keek naar Thomas.
“De kinderen blijven voorlopig bij hun grootvader.”
Thomas wilde protesteren.
Maar toen haalde Anna een document uit haar tas.
“Dit is een tijdelijke beschermingsmaatregel.”
Thomas las het papier.
Zijn gezicht werd lijkbleek.
“Dit kan niet.”
“Het is al geregeld.”
Voor het eerst zag ik angst in zijn ogen.
Niet verdriet.
Niet woede.
Angst.
Hij keek naar de drie meisjes.
Toen naar mij.
En vervolgens naar de envelop in mijn hand.
“Wat heeft Sophie jullie verteld?”
Niemand antwoordde.
Hij stapte achteruit.
“Wat staat daarin?”
Anna keek hem strak aan.
“Dat is precies wat we gaan uitzoeken.”
Thomas stapte in zijn auto.
De motor brulde.
Hij reed weg zonder afscheid te nemen.
Fleur keek hem na.
“Papa is bang.”
Ik keek naar haar.
“Waarom denk je dat?”
“Omdat mama zei dat hij alleen bang zou zijn als wij de waarheid zouden vertellen.”
Mijn keel werd droog.
Anna keek me aan.
“Nu begrijpt u waarom ik zei dat u de envelop niet hier moest openen.”
Ik knikte.
We liepen naar mijn auto.
De drie meisjes stapten in.
Anna ging naast mij zitten.
“Rijd naar uw huis. Wij volgen.”
Onderweg zei niemand iets.
Toen we twintig minuten later mijn huis in Utrecht bereikten, deed ik de voordeur op slot.
Anna legde de envelop op de keukentafel.
“Uw dochter heeft ons gevraagd om deze alleen aan u te geven nadat de begrafenis voorbij was.”
“Waarom?”
“Ze zei dat u de enige persoon was die ze volledig vertrouwde.”
Ik keek naar de envelop.
Mijn naam stond erop.
Willem.
Mijn vingers trilden toen ik hem opende.
Binnenin zat een USB-stick.
Een sleutel.
En een brief.
Ik vouwde de brief open.
De eerste zin was:
“Papa, als Thomas je vertelt dat mijn dood een ongeluk was, geloof hem dan niet.”
Ik voelde tranen in mijn ogen.
Ik las verder.
“Hij heeft me maandenlang gevolgd.”
“Hij heeft mijn bankrekening gecontroleerd.”
“Hij heeft geprobeerd mijn aandelen over te nemen.”
“En drie weken geleden ontdekte ik waarom.”
Ik stopte.
Anna keek me aan.
“Ga door.”
Ik slikte.
Sophie had geschreven:
“Papa, Thomas heeft niet alleen mijn leven willen vernietigen.”
“Hij heeft iets gedaan met het geld van ons familiebedrijf.”
Ik keek op.
“Welk geld?”
Anna antwoordde:
“Uw dochter werkte samen met Thomas in hun investeringsbedrijf, toch?”
Ik knikte.
“Een bedrijf met ongeveer achttien miljoen euro aan activa.”
Anna keek ernstig.
“Volgens onze eerste bevindingen zijn er de afgelopen zes maanden grote bedragen verdwenen.”
Ik staarde naar de USB-stick.
“Hoeveel?”
“Ongeveer vier miljoen.”
Emma, die stil aan tafel had gezeten, fluisterde plotseling:
“Dat is niet alles.”
Iedereen keek naar haar.
Ze keek naar haar zus Lotte.
Lotte knikte langzaam.
“Laat opa het zien.”
Emma liep naar haar rugzak.
Ze haalde er een kleine doos uit.
“Dit vonden we in mama's slaapkamer.”
Ze zette de doos op tafel.
Ik opende hem.
Binnenin lagen foto's.
Bankafschriften.
Een tweede USB-stick.
En een foto van Thomas.
Maar niet alleen.
Hij stond naast Mila Vermeer.
Voor een gebouw in Rotterdam.
Op de achterkant van de foto stond Sophies handschrift:
“Dit is waar het geld naartoe gaat.”
Anna pakte de foto.
“Rotterdam…”
Ze keek naar mij.
“Wacht.”
Ze draaide de foto om.
Er stond een adres.
Wijnhaven 107.
Anna's gezicht veranderde onmiddellijk.
“Dat adres ken ik.”
“Wat is daar?”
Ze antwoordde niet meteen.
Toen zei ze zacht:
“Een kantoor dat officieel niet meer bestaat.”
Ik keek haar aan.
“Wat betekent dat?”
Anna haalde diep adem.
“Het was onderdeel van een onderzoek naar witwaspraktijken.”
Mijn hart bonsde.
“En Thomas?”
“Thomas was nooit officieel als verdachte geregistreerd.”
“Maar?”
“Zijn naam kwam wel voor in documenten.”
Op dat moment klonk er buiten een geluid.
Een auto.
Langzaam.
Te langzaam.
Anna liep naar het raam.
Ze keek naar buiten.
Een zwarte Mercedes stond aan de overkant van de straat.
Thomas.
Hij zat achter het stuur.
Maar hij stapte niet uit.
Hij keek rechtstreeks naar mijn huis.
Toen ging mijn telefoon.
Een onbekend nummer.
Ik nam op.
Niemand sprak.
Alleen ademhaling.
Toen hoorde ik een mannenstem.
“Willem…”
Ik herkende hem onmiddellijk.
Thomas.
“Als je wilt dat je kleinkinderen morgenochtend nog veilig wakker worden…”
Mijn bloed stolde.
“…verbrand dan die envelop.”
De verbinding werd verbroken.
Fleur begon te huilen.
Lotte stond plotseling op.
“Opa…”
Ze keek me aan.
“Dat was niet papa.”
Ik draaide me om.
“Wat?”
Lotte wees naar mijn telefoon.
“Papa praatte altijd anders.”
Ze keek naar Anna.
“Dit was de man die mama belde.”
Anna verstijfde.
“Welke man?”
Lotte fluisterde:
“De man die elke keer zei dat mama moest zwijgen.”
Op hetzelfde moment begon de tweede USB-stick op tafel plotseling te knipperen.
Anna keek ernaar.
“Zit daar een wachtwoord op?”
Lotte knikte.
“Ja.”
“Wat is het?”
Lotte keek naar mij.
“Mama zei dat opa het moest raden.”
Ik fronste.
“Wat is het wachtwoord?”
Lotte antwoordde:
“De datum waarop papa probeerde mama te vermoorden.”
Niemand bewoog.
En toen herinnerde ik me iets.
Een datum die Sophie me drie maanden geleden had genoemd.
17 april.
Ik keek naar Anna.
“Als dit klopt…”
Ze knikte.
“Dan hebben we misschien eindelijk bewijs.”
Maar precies toen ik de datum wilde invoeren, verscheen er een bericht op mijn telefoon.
AFZENDER: SOPHIE VAN DIJK
Mijn hart stopte bijna.
Dat kon onmogelijk.
Sophie was dood.
Toch stond er één zin op mijn scherm:






