Deel 7: De Vrouw in de Schaduw
De kille loop van het pistool drukte stevig tegen mijn achterhoofd. De geur van duur parfum en verbrand kruit vulde de kleine, verduisterde kantoorruimte. Mijn hele lichaam verstijfde. Mijn baby, die vreemd genoeg stil was geworden, lag zwaar in mijn armen.
"Draai je langzaam om," beval de vrouwelijke stem.
Ik gehoorzaamde voorzichtig, millimeter voor millimeter, totdat ik oog in oog stond met de vrouw.
Ze was gestroomlijnd, strak gekleed in een donkergrijs maatpak. Haar grijze haar was strak naar achteren gebonden in een knot, en haar gelaatstrekken waren scherp, bijna aristocratisch. Maar wat me het meeste raakte, waren haar ogen. Ze waren koud, maar er zat een ijzingwekkende vorm van intelligentie achter.
"Wie bent u?" vroeg ik met trillende stem.
Een schaduw van een glimlach verscheen op haar lippen. "Mijn naam is Dr. Eleanor Vance. Het hoofd van de Aegis Foundation. En de vrouw die vijfentwintig jaar van haar leven heeft gewijd aan het rechtzetten van de fouten van die oude gek daar op de vloer." Ze wierp een minachtende blik op het ontzielde lichaam van Dr. Thomas Vandenberg.
"U heeft hem vermoord..." fluisterde ik.
"Hij was een obstakel," zei Eleanor ijskoud. "Thomas was een sentimentalist. Hij begreep de grotere waarde van de wetenschap niet. Hij wilde de doorbraak die zijn broer Julian heeft bereikt vernietigen, puur uit een misplaatst schuldgevoel over jouw biologische moeder."
"Mijn moeder stierf door jullie experimenten!" schreeuwde ik, de woede won het even van de angst.
"Jouw moeder was een pionier!" kaatste Eleanor fel terug. "Ze wist precies waar ze aan begon. En dankzij haar offer dragen jij en je zoon het genetische geheim in jullie bloed dat de mensheid kan bevrijden van erfelijke ziektes. Je begrijpt het niet, Eva. Je zoon is niet zomaar een baby. Hij is de voltooiing van het meest geavanceerde gen-therapeutische project ter wereld."
"Hij is mijn kind!" roep ik uit, terwij ik de baby dichter tegen me aan drukte. "Hij is geen wetenschappelijk project! Hij is ziek door wat jullie gedaan hebben!"
Eleanor deed een stap dichterbij. Het pistool bleef strak op mijn voorhoofd gericht. "En het enige dat hem kan redden, is het serum dat je zojuist uit de kluis van Julian hebt gehaald. Geef het aan mij. Mijn team van genetici in onze kliniek kan het binnen tien minuten synthetiseren en toedienen. Als je het hier houdt, sterft hij binnen twee uur aan een acute hersenbloeding. Je hebt geen keus, Eva."
Mijn gedachten tolde. Was dit de waarheid? Was dit de enige manier om mijn baby te redden? Dr. Vandenberg was dood. Daniel lag machteloos en op sterven na dood in de kelder van Oosterbeek. Ik had de medische kennis niet om de twee vloeistoffen zelf te mengen of toe te dienen.
Ik voelde aan het ijskoude buisje in de zak van de draagzak.
"Hoe weet ik dat u hem niet van me afneemt zodra hij genezen is?" vroeg ik wanhopig.
"Dat weet je niet," antwoordde Eleanor eerlijk. "Maar je hebt geen alternatief. Een levend kind in onze kliniek, of een dood kind in jouw armen. Wat kies je?"
Ik keek neer op het gezichtje van mijn zoon. Zijn ademhaling werd luider, een reutelend, schokkend geluid dat me met afgrijzen vervulde. Zijn lipjes begonnen lichtblauw te kleuren. De symptomen van de genetische afwijking begonnen zich inderdaad in razendsnel tempo te manifesteren.
Trillend reikte ik naar mijn zak. Ik haalde het roestvrijstalen buisje en het glazen flesje tevoorschijn.
Eleanor’s ogen lichtten op met een mengeling van triomf en begeerte. Ze stak haar vrije hand uit. "Verstandige keuze, Eva."
Ik stak de flesjes langzaam naar haar uit. Maar net op het moment dat haar vingers het glas raakten, ging de deur achter haar met een kletterend geluid open.
Een verpleegkundige – het was Clara – stond in de deuropening met een zware, metalen brandblusser in haar handen. Zonder te aarzelen zwaaide ze het zware object met volle kracht tegen het achterhoofd van Eleanor.
Er klonk een doffe klap. Eleanor slaakte een korte kreet en ging knock-out naar de grond. Het pistool kletterde over de linoleumvloer.
"Snel!" schreeuwde Clara met paniek in haar stem. "Ze hebben de liften geblokkeerd, maar de helikopter op het dak is klaargezet door het medisch transportteam! Ik heb het gehoord op de marifoon!"
"Kun jij het serum maken?!" riep ik, terwijl ik de flesjes weer opraapte.
Clara keek me met grote ogen aan. "Ik ben een verpleegkundige, geen geneticus! Maar ik ken iemand die het kan. Iemand die drie verdiepingen hieronder in het laboratorium werkt en de Aegis Foundation haat. We moeten nu rennen!"
We stormden het kantoor uit, de trappen op richting het dak. Maar toen we de zware deur naar het helikopterplatform openstootten, ontdekte ik dat we recht in een val waren gelopen.
Op het landingsplatform stond een zwarte helikopter met draaiende rotoren. En voor de helikopter stond niemand minder dan Vance, geflankeerd door drie gewapende bewakers.
"Bedankt voor het meebrengen van het serum, mevrouw," riep Vance boven het kabaal van de helikopter uit. "Het bespaart ons een hoop zoekwerk."






