Deel 11: De Vallei van de Stilte
Het rode lampje op het dashboard knipperde als de hartslag van een dodelijke dreiging. Het zendsignaal was geactiveerd. De Aegis Foundation had ons niet alleen gevolgd; ze hadden ons rechtstreeks naar onze schuilplaats geleid.
Eleanor vloekte binnensmonds en sloeg met haar vuist op het stuur van de helikopter. "Die rotzak van een Vance heeft een secundaire tracker ingebouwd vóór hij stierf. Ze weten exact waar we zijn."
"Hoeveel tijd hebben we?" vroeg ik, de paniek stak opnieuw als een vlijmscherp mes door mijn borst.
"Twee uur zeiden ze op de radio," antwoordde Eleanor, terwij ze het dashboard inspecteerde. "Maar ze liegen. Aegis wacht nooit. Hun snelle interventieteam bevindt zich waarschijnlijk al in het luchtruim boven de Belgische grens. We hebben hooguit twintig minuten voordat de eerste drones hier hangen."
Clara kwam de cabine uit gerend, haar handen bedekt met Daniels bloed. "Wat is er aan de hand?! Ik hoorde de radio!"
"We moeten weg," zei ik kramphachtig. "Nu meteen."
"Daniel kan niet verplaatst worden!" riep Clara wanhopig. "Zijn wonden zijn weer opengegaan toen we hem binnen legden! Als we hem nu weer gaan sjouwen, bloedt hij dood voordat we honderd meter verder zijn!"
Mijn wereld leek opnieuw in te storten. We zaten klem. Vluchten met de helikopter was zelfmoord; ze zouden ons uit de lucht schieten zodra we opstegen. Lopen door de dichte bossen met een zwaargewonde man en een pasgeboren baby was eveneens onmogelijk.
Eleanor keek van de helikopter naar de cabine, en daarna naar het dichte woud dat ons omringde. Haar ogen stonden strak. Er leek zich een duister besluit in haar hoofd te vormen.
"Er is een manier," zei Eleanor langzaam.
"Welke manier?" vroeg ik.
"De Vallei van de Stilte," antwoordde ze, wijzend naar een diepe, mistige kloof die een kilometer verderop tussen de bergen lag. "Het is een oud militair oefenterrein uit de Koude Oorlog. Onder de grond bevindt zich een netwerk van munitiebunkers. Het is volledig afgeschermd met lood en beton. Geen enkel radiosignaal of thermische camera kan erdoorheen dringen. Als jullie daar zitten, zijn jullie onzichtbaar."
"En hoe komen we daar met Daniel?" vroeg Clara.
Eleanor keek naar de helikopter. "Dat doen jullie niet. Jullie gaan te voet door het ravijn. Het is een smal pad, onbereikbaar voor voertuigen. Ik neem de helikopter en vlieg in de tegenovergestelde richting."
Ik staarde haar vol ongeloof aan. "U gaat uzelf als lokvogel gebruiken?"
Eleanor glimlachte wrang. "Aegis wil het serum. Ze denken dat het serum zich nog steeds in het laboratoriumflesje in de helikopter bevindt. Ze weten niet dat het al in de bloedbaan van je zoon zit. Als ik wegvlieg, zullen alle drones en helikopters mij volgen."
"Dat overleef je nooit," zei ik zacht.
"Ik heb mijn hele leven gebouwd op de ruggen van slachtoffers van deze waanzin," zei Eleanor, en voor het eerst zag ik echte menselijkheid in haar ijskoude ogen. "Mijn broer is dood. Thomas is dood. Mijn hele familie is verwoest door deze zucht naar genetische perfectie. Dit is het enige wat ik nog kan doen om de balans een klein beetje te herstellen."
Ze stapte naar me toe, boog zich voorover en keek naar de kleine Thomas. Ze raakte met een zachte vinger zijn babwwangetje aan.
"Zorg dat hij opgroeit als een mens, Eva," fluisterde ze. "Niet als een nummer."
Ze draaide zich om naar Clara. "Er staat een medische brancard op wielen in de schuur achter de cabine. Gebruik die voor Daniel. Het pad naar de kloof is verhard."
Zonder te wachten op ons antwoord klom Eleanor terug in de helikopter. De motoren begonnen weer te loeien. De draaiende wieken sneden door de mistige ochtendlucht.
"GA!" schreeuwde ze door het geopende raam.
We rennen terug naar de schuur. Clara haalde de brancard op. Samen tilden we Daniel – die heel even zijn ogen opendeed en mijn hand vastklemde – op de brancard. Ik bond Thomas stevig in de draagzak tegen mijn borst en pakte de handgrepen van de brancard vast.
Terwijl we over het smalle, steile pad richting de kloof rennen, hoorden we achter ons het opstijgen van de helikopter.
Ik keek om. Eleanor vloot de helikopter steil omhoog, recht tegen de donkere wolken in, richting het noorden. Binnen een minuut zagen we in de verte drie zwarte, onbemande straaljagers uit de wolken duiken. Ze zetten de achtervolging in op de helikopter.
Een gigantische lichtflits verlichtte de horizon in het noorden, gevolgd door een doffe, vertraagde klap die door de bergen echode.
Eleanor was niet meer.
Tranen van dankbaarheid en verdriet brandden in mijn ogen, maar we konden niet stoppen. We bereikten de ingang van de ondergrondse bunker net toen de mist in het ravijn dichttrok.
Clara duwde de zware, verroeste stalen bunkerdeur open. We rolden de brancard naar binnen en trokken de gigantische deur achter ons dicht.
Het viel stil. Een absolute, ijzingwekkende stilte.
Het enige geluid dat overbleef in de duisternis van de bunker was het rustige ademhalen van mijn zoon... en een zwak gefluister van het bed.
"Eva...?"
Daniel was wakker.






