Deel 10: Vlucht in de Nacht
De helikopterrotoren draaiden met een oorverdovend kabaal, terwijl de wind de deken van mijn baby bijna wegblies. Ik klemde het kind tegen mijn borst, terwij ik met mijn andere arm probeerde Daniel over het gladde dak te slepen. Clara hielp me met al haar overgebleven krachten. Daniel was bewusteloos, zijn lichaam zwaar en koud.
Eleanor Vance stond bij het geopende portier van de helikopter. Ze had de sleutels in het contact gestoken en de instrumentenborden lichten op in een kille, groene gloed.
"Schiet op!" schreeuwde Eleanor boven het lawaai uit. "De zoeklichten van de politie naderen de onderkant van het gebouw! We hebben minder dan zestig seconden!"
"Waarom helpt u ons ineens?!" riep ik wanhopig, terwij we Daniel op de achterbank van de helikopter hezen. "U wilde mijn kind net nog opsluiten!"
Eleanor keek me aan, haar gezicht strak en onleesbaar in het rood flikkerende licht van de noodsignalen. "Omdat Vance het project wilde verkopen aan een militair consortium. Ze wilden het DNA van jouw zoon gebruiken voor biologische wapenontwikkeling, niet voor genezing. Dat was niet het levenswerk van mijn familie. Ik wil het serum beschermen... en de enige manier om dat te doen, is door het levende bewijs te laten verdwijnen."
"Verdwijnen?" herhaalde ik angstig.
"Instappen!" beval ze.
Clara klom achterin bij Daniel om zijn wonden te verzorgen met een EHBO-kit die in de helikopter lag. Ik stapte voorin naast Eleanor en klemde de riem om mij en mijn baby heen.
Eleanor trok aan de besturingshendel. De helikopter kwam met een hevige schok los van het dak, precies op het moment dat de deuren van het helikopterplatform openbraken en gewapende eenheden van de politie het dak op stormden. Zwaailichten verlichtten de regen, maar we waren al buiten bereik. De stad kromp onder ons toe tot een verzameling van wazige, natte lichtjes.
De vlucht was een nachtmerrie. De storm beukte tegen het kleine toestel. Eleanor stuurde de helikopter laag over de bossen, onder de radar van de luchtverkeersleiding.
"Waar gaan we naartoe?" vroeg ik, terwijl ik voortdurend achterom keek naar Daniel. Clara was bezig zijn schouder te verbinden. Zijn ademhaling was zwak, maar stabiel.
"Naar een plek waar Aegis noch de overheid jullie kan vinden," zei Eleanor. "Een oud onderzoeksstation in de Ardennen. Het staat niet op de kaart. Daar kunnen we Daniel lafhartig lappen en ervoor zorgen dat de genetische structuur van je baby stabiel blijft."
Ik keek neer op mijn zoon. Hij lag rustig te slapen, zijn handjes tot kleine vuistjes gebald. De moedervlek boven zijn linkeroog leek lichter te zijn geworden, alsof het merkteken van de vloek langzaam vervaagde.
"Hoe heet hij?" vroeg Eleanor plotseling. Haar stem was zachter geworden, bijna menselijk.
Ik aarzelde even. "Thomas," zei ik. "Hij heet Thomas. Naar de dokter die zijn leven heeft gegeven zodat hij kon bestaan."
Eleanor knikte stil. Er gleed een schaduw van verdriet over haar gelaat. "Thomas was een goede man. Beter dan mijn broer. Beter dan ik."
Na twee uur vliegen begon de ochtendzon door de wolken te breken. Het landschap onder ons veranderde van steden in dichte, donkere bossen en bergachtige heuvels.
Eleanor zette de helikopter neer op een kleine, overwoekerde landingsplaats midden in het bos. Vlakbij stond een houten cabine die half verscholen lag onder de bomen.
We hielpen Daniel uit de helikopter en brachten hem naar binnen. De cabine was eenvoudig, maar uitgerust met medische apparatuur, stroomgeneratoren en voedselvoorraden. Het was duidelijk dat dit station was ingericht als een ultiem vluchtadres.
Clara legde Daniel op een bed en sloot hem aan op een infuus. "Hij heeft rust nodig," zei ze. "En antibiotika. Maar hij gaat het overleven, Eva. Hij is sterk."
Ik liet me op een stoel naast de wieg vallen die in de hoek van de kamer stond. Voor het eerst in vierentwintig uur voelde ik de gigantische vermoeidheid die mijn lichaam probeerde te verlammen. De bevalling, de vlucht, het geweld... alles kwam in één klap aan.
Eleanor liep naar het raam en stak een sigaret op. "Jullie zijn hier veilig voor nu. Maar je moet begrijpen, Eva... het geheim van jouw zoon kan nooit meer aan de wereld geopenbaard worden. Hij mag nooit naar een normale school. Hij mag nooit een normale DNA-test ondergaan. Hij moet een spook blijven."
"Dat is een vreselijk leven voor een kind," zei ik fel.
"Het is het enige leven dat hij heeft," antwoordde Eleanor koud. "Als de wereld erachter komt wat hij is, wordt hij gejaagd tot aan het einde van zijn dagen."
Op dat moment hoorden we een vreemd, piepend geluid uit de helikopter buiten komen.
Eleanor verstijfde. Ze liet haar sigaret vallen en rende naar buiten. Ik volgde haar op de voet, met Thomas in mijn armen.
Het radiosysteem van de helikopter stond aan. Een elektronische, vervormde stem klonk door de luidsprekers:
"Dr. Eleanor Vance. We weten dat u het prototype heeft meegenomen. Het zendsignaal in de helikopter is geactiveerd. Onze eenheden sluiten de Ardennen af. U heeft twee uur om het kind te overhandigen, anders vernietigen we de hele sector."
Eleanor keek naar het dashboard. Er knipperde een klein, rood lampje dat verstopt zat onder het stuur.
Een GPS-tracker.






