De Dokter Keek Naar Mijn Pasgeboren Zoon En Begon Plotseling Te Huilen
News Story

De Dokter Keek Naar Mijn Pasgeboren Zoon En Begon Plotseling Te Huilen

0 weergaven

Deel 5: De Stem uit de Diepte

Het geluid van de hartmonitor bleef op regelmatig tempo piepen, een vervreemdend, mechanisch geluid in de buik van het vervallen herenhuis. Mijn ademhaling stokte. Mijn naam. De stem die uit de duisternis van de kelder kwam, was zwak, hees en doordrenkt van pijn, maar ik zou hem uit duizenden herkennen.

"Daniel?" fluisterde ik in de opening van het luik.

Geen rechtstreeks antwoord, alleen het eentonige piepen en het ruisen van koude lucht die uit het gat omhoog steeg. De stank van chemicaliën en vochtige aarde sloeg op mijn adem.

Ik keek neer op mijn baby. Hij sliep wonderbaarlijk genoeg nog steeds, warm ingepakt tegen mijn borst. "Houd je vast, kleintje," mompelde ik tegen hem. Met één hand klemde ik het draagzakje stevig vast en met de andere voelde ik langs de ruwe, houten muur van de trap. Stap voor stap daalde ik af in de duisternis.

Onderaan de trap kwam ik in een lange, smalle gang. Aan het einde brandde een enkel, flikkerend TL-licht. Ik liep er langzaam naartoe, mijn hart kloppend in mijn keel. Aan weerszijden van de gang stonden oude, stalen kasten vol met verstofte glazen potten, medische instrumenten en vergeelde dossiers. Dit was geen gewone kelder; dit ছিল het geheime laboratorium van Julian Vandenberg.

Aan het einde van de gang bevond zich een ruimte die leek op een intensive care-unit, maar dan uit de jaren tachtig. Tussen de verroeste apparaten en bungelende kabels stond een medisch bed. En op dat bed lag een man.

"Daniel!" riep ik, terwijl de tranen nu onophoudelijk over mijn wangen stromen.

Ik rende naar het bed toe. Maar toen ik dichterbij kwam, bevroor ik.

De man op het bed wás Daniel... maar hij zag er verschrikkelijk uit. Hij was mager, hologig en zijn huid had een ziekelijke, grijze tint. Diverse infusen liepen in zijn armen, verbonden met oude, pruttelende zakken vloeistof. Zijn ogen gingen langzaam open toen hij mijn stem hoorde.

"Eva...?" fluisterde hij. Zijn lippen waren droog en gebarsten. "Nee... nee, je had hier niet mogen komen... Het is te gevaarlijk..."

"Daniel! Wat hebben ze met je gedaan?!" Ik liet me naast zijn bed op mijn knieën vallen en pakte zijn trillende hand vast. Zijn huid voelde ijskoud aan. "Ze zeiden dat je gevlucht was! Ze zeiden dat je me verlaten had!"

"Ik wilde je beschermen," zei Daniel, terwijl een traan over zijn ingevallen wang rolde. "Op de dag dat je me vertelde dat je zwanger was... ontdekte ik het dagboek van mijn vader. Ik kwam erachter wie jouw familie werkelijk was. Onze vaders... ze waren partners in dit verdomde experiment. Jij bent niet zomaar een geadopteerd kind, Eva. Jij bent de enige overlevende van de eerste generatie."

Mijn hoofd tolde. "Mijn vader... was een partner van Julian?"

"Ja," knikte Daniel zwak. "Zij dachten dat ze de menselijke genetica konden verbeteren. Ze wilden een kind creëren dat immuniteit bezat tegen elke erfelijke ziekte. Maar in plaats daarvan creëerden ze een genetische tijdtests bom. De ziekte die jouw moeder doodde... het zit ook in jou. En het zat in mij."

"Wat bedoel je met 'zat'?" vroeg ik angstig.

Daniel keek naar de apparatuur naast zijn bed. "Vance en zijn organisatie... de 'Aegis Foundation'... zij hebben mij zeven maanden geleden opgespoord. Ze hielden me hier vast, gebruikten mij als proefkonijn om het serum te verfijnen. Ze wisten dat jouw zwangerschap de sleutel was. De vloeistof die nu door mijn aderen stroomt... het is de enige reden dat ik nog leef. Maar het is onvolledig."

Hij draaide zijn hoofd moeizaam naar de baby die op mijn borst rustte. Zijn ogen vulden zich met een mengeling van intense liefde en diepe wanhoop. "Is dat... onze zoon?"

"Ja," zei ik, en ik boog me voorover zodat hij het gezichtje van onze baby kon zien. "Hij is vanmorgen geboren. Hij is gezond, Daniel... maar Dr. Vandenberg zei dat de symptomen al beginnen."

Daniel sloot zijn ogen en een pijnlijk gekreun ontsnapte aan zijn lippen. "Thomas heeft gelijk. De genetische afwijking activeert zich binnen vierentwintig uur na de geboorte. Als we het serum niet voltooien, zal hij... hij zal het niet overleven."

"Waar is het serum?!" riep ik wanhopig. "Dr. Vandenberg zei dat er een sleutel was onder het bad!"

"De sleutel... onder het bad..." bracht Daniel er met moeite uit, "opent niet een kluis met medicijnen, Eva. Het opent de kluis met het originele DNA van jouw moeder. Dat is het enige ontbrekende ingrediënt om het serum definitief te maken."

Hij reikte met zijn trillende hand naar zijn hals en trok een klein, zilveren kettinkje los. Er hing een piepklein, glazen doosje aan met een vreemde, blauwe vloeistof.

"Neem dit," zei hij hees. "Meng het met het DNA uit de kluis achter de wandspiegel. Thomas weet hoe hij het moet synthetiseren. Je moet terug naar hem!"

"Ik laat je niet achter!" schreeuwde ik. "Ik ga niet weg zonder jou, Daniel!"

"Je moet wel," smeekte hij. "Vance is onderweg. Hij heeft het ziekenhuis door. Hij weet dat Thomas hem voor de gek heeft gehouden. Als ze hier komen en het DNA ontdekken, is alles voor niets geweest!"

Op dat moment weerklonk er boven ons het geluid van zware laarzen die over de houten vloer van het herenhuis liepen. De houten balken boven ons hoofd kraakten hevig onder het gewicht van meerdere personen.

"Ze zijn er," fluisterde Daniel met paniek in zijn ogen. "Eva, ga! Er is een vluchtdeur achter de stroomgenerator! Neem de baby en ren!"

Ik keek naar Daniel, verscheurd door een onmenselijke keuze: de man van wie ik hield achterlaten om te sterven, of mijn pasgeboren kind redden.

De zware metalen deur aan het begin van de gang werd met een luide knal opengetrapt.