Het gevoel van gewichtloosheid duurde slechts een seconde, maar voor Bep voelde het als een eeuwigheid. Met een doffe klap landden Bep en inspecteur Bakker op een houten platform dat een paar meter onder de studeerkamer zweefde, opgehangen aan zware ijzeren kettingen. Stof, brokstukken van de marmeren schouw en verrotte vloerdelen stortten om hen heen in de diepte.
'Bep! Gaat het?' schreeuwde Bakker door haar ademhalingsmasker, terwijl ze overeind krabbelde en Bep overeind hielp.
'Ik... ik denk het wel,' hoestte Bep. Haar schouder deed hevig pijn van de val, maar haar zuurstofmasker zat gelukkig nog goed.
Ze keken om zich heen. Het platform waarop ze stonden bevond zich in een gigantische, cirkelvormige ruimte die diep onder het fundament van het huis was uitgehakt. De muren waren bedekt met dikke stalen platen, vastgezet met duizenden klinknagels. In het midden van de ruimte stond een enorme, cilindervormige tank van donker metaal. De tank vertoonde een lange, scheurende barst aan de zijkant, waar een dikke, fluorescerende groene vloeistof uit sijpelde en zich mengde met het water op de vloer.
'Dit is de hoofdmengkamer,' zei Bep, haar stem trillend via de intercom van het masker. 'Kijk daar!'
Ze wees naar de zijkant van het platform, waar een dikke, stalen trechter met een diameter van een meter uit de muur stak. Daarboven hing een verroest bord met de tekst: Invoer Neutralisatiemiddel - Maximale Capaciteit 500 KG.
'Het mechanisme werkt nog!' roep Bakker uit. Ze keek omhoog naar de opening in het plafond waar ze zojuist doorheen waren gevallen. Boven hen waren de gezichten van twee brandweermannen te zien, verlicht door de felle schijnwerpers van de hulpdiensten.
'Houd vol beneden!' schreeuwde een van de brandweermannen van boven. 'We laten de eerste zakken ongebluste kalk aan kabels naar beneden zakken!'
Binnen enkele minuten zakte de eerste zware zak kalk via een lier naar het platform. Bakker en Bep grepen de zak vast, sneden de bovenkant open met het mes van Bakker, en stortten het witte poeder in de grote stalen trechter.
Zodra het poeder de trechter raakte, begon er diep in de muren een zwaar mechanisch gebrom te klinken. Oude pompen, die vijftig jaar stil hadden gestaan, sloegen met een schok aan. Het witte poeder werd met een luid gesis de mengkamer in gezogen.
Bij het contact tussen de ongebluste kalk en de groene vloeistof onder in de ruimte ontstond een heftige chemische reactie. Een dikke, witte stoomwolk vulde de kamer, en het kolkende groen begon langzaam te veranderen in een dichte, grijze, meelachtige substantie die stijf werd zodra het met de lucht in aanraking kwam.
'Het werkt!' roep Bakker blij uit. 'Het spul stolt! De lekkage stopt!'
Ze bleven zak na zak kalk in de trechter storten. Het zware fysieke werk liet Bep zweten onder haar dikke beschermende kleding, maar de opluchting die zich van haar meester maakte, gaf haar onmenselijke kracht. Met elke zak die ze leegstortte, voelde ze dat ze de erfenis van haar vader aan het zuiveren was.
Na meer dan een uur hardwerken was de groene gloed onder in de kamer volledig verdwenen, vervangen door een massieve, grijze rotslaag van gestolde chemische massa die de barst in de tank hermetisch had afgesloten. Het gebrom van de oude pompen stierf langzaam uit.
'De sensoren buiten geven aan dat de chemische concentratie in de lucht en het grondwater drastisch daalt,' meldde de brandweerman via de portofoon. 'Het gevaar is geweken. We laten nu de takel zakken om jullie omhoog te halen.'
Tien minuten later stonden Bep en inspecteur Bakker weer buiten op het terrein voor het oude huis. De ochtendzon begon langzaam door de grijze wolken over de heuvels van Ubbergen te breken. De regen was eindelijk opgehouden.
Het oude huis van haar vader stond er nog steeds, gehavend en zwartgeblakerd door de rook, maar het leek alsof de duistere dreiging die er decennialang omheen had gehangen, definitief was opgelost.
De brandweerlieden en politieagenten keken Bep met diep respect aan toen ze haar zuurstofmasker afzette. Inspecteur Bakker legde een warme hand op Beps schouder.
'U heeft vandaag duizenden levens gered, mevrouw Van Leeuwen. Uw vader zou trots op u zijn geweest.'
Bep glimlachte zwak. Ze voelde een diepe, bevrijdende vermoeidheid in al haar spieren. Ze tastte in haar jas en voelde het dagboek van haar vader. 'Ik wil de rest van het dagboek lezen,' zei ze zacht. 'Ik wil alles weten.'
'Dat mag u,' zei Bakker. 'Maar eerst moeten we naar het bureau in Nijmegen om uw officiële verklaring op te nemen. En daarna breng ik u persoonlijk naar huis.'
Bep stapte in de politiewagen. Terwijl de auto langzaam het terrein verliet en over de Rijksstraatweg reed, keek Bep nog één keer achterom naar het oude huis. Ze dacht dat het verhaal hier zou eindigen. Ze dacht dat het geheim van Ubbergen definitief gesloten was.
Maar toen ze op de achterbank van de auto het dagboek van haar vader op sloeg op de allerlaatste pagina, die met een rood lakstempel was dichtgeplakt, stokte haar adem opnieuw.
Met haar vingernagel verbrak ze het lakstempel en klapte de dubbelgevouwen pagina open.
Op het papier stond niet het handschrift van haar vader. Het was een recente aantekening, geschreven met een vulpen. Het handschrift was strak en elegant.
‘Lieve Bep,’ las ze in zichzelf. ‘Als je dit leest, is de tank in Ubbergen geneutraliseerd. Maar de tank in Ubbergen was slechts opslaglocatie Alpha. Locatie Beta bevindt zich onder het oude Stadhuis van Arnhem. En de sleutel daarvan… draag je om je eigen nek.’
Bep bracht met trillende vingers haar hand naar haar hals. Onder haar trui voelde ze het kleine, gouden medaillon dat haar moeder haar op haar twaalfde verjaardag had gegeven en dat ze haar hele leven nooit af had gedaan.
Ze klikte het medaillon open. Binnenin, verborgen achter een mini-foto van haar ouders, blonk een piepklein, koperen sleuteltje met het gegraveerde nummer: 209.
En vanuit de voorstoel keek inspecteur Bakker via de binnenspiegel met een vreemde, onleesbare blik naar Bep.






