De stank die uit de scheur in de rotsen omhoog spoot, was zo penetrant dat Bep onmiddellijk haar handen voor haar mond en neus klemde. Het rook naar een mengsel van verbrand rubber, zwavel en een vieze, metaalachtige chemische stof. Haar ogen begonnen hevig te branden en de tranen stroomden over haar wangen.
'Iedereen achteruit!' schreeuwde inspecteur Bakker, terwijl ze haar portofoon naar haar mond bracht. 'Centrale, hier Eenheid 4! We hebben een acuut milieugevaar en een mogelijke chemische Lekkage bij de oude kleigroeve in Ubbergen! Stuur de Hazmat-teams en de brandweer met spoed! Ik herhaal, code rood!'
De twee agenten duwden Victor en Charlotte von Berg hardhandig in de achterbank van de terreinwagen. Victor vloekte en tierde, terwijl Charlotte met een emotieloos gezicht naar de zwarte rook keek die in de regen opsteeg.
'Het heeft geen zin, rechercheur,' zei Charlotte met een kille stem vanuit het raam van de auto. 'De oude tanks van mijn vader waren ontworpen met een vertraagd corrosiemechanisme. Zodra de druk in de kelderkamer veranderde door het openen van deur 109, werd het proces versneld. Binnen twee uur bereikt de stof de ondergrondse bronnen van de Waal. Jullie kunnen niks doen zonder de originele neutralisatie-formule.'
Inspecteur Bakker draaide zich om naar Bep. 'Mevrouw Van Leeuwen... Bep. In dat dagboek dat u bij u heeft... staat daar iets in over een neutralisatie-proces? Ger heeft me verteld dat uw vader de enige was die wist hoe het gif onschadelijk gemaakt kon worden.'
Bep klemde de natte lederen tas stevig tegen haar borst. Haar vingers waren koud en stijf, maar de urgentie van de situatie liet geen ruimte voor twijfel. 'Ik... ik weet het niet. Ik heb alleen de eerste paar pagina's gelezen. Maar er lagen meer documenten in de tas!'
'We moeten hier weg, het is gevaarlijk om deze rook in te ademen!' zei Bakker, terwijl ze Bep bij haar arm pakte en haar naar de passagiersstoel van de terreinwagen leidde.
Ze stapten in en Bakker gaf vol gas. De terreinwagen schoot met slippende banden over het modderige bospad weg van de onheilspellende rotsen. Achter hen bleef de zwarte rook als een spookachtige gedaante boven de bomen hangen.
Tien minuten later stopte de terreinwagen op een afgelegen parkeerplaats langs de Rijksweg, waar inmiddels meerdere politiewagens en een grote vrachtwagen van de brandweer met zwaailichten klaarstonden. De regen kletterde nog steeds op het dak van de auto.
Bakker deed de binnenverlichting van de wagen aan. 'Laat me de papieren zien, Bep. We hebben niet veel tijd.'
Met trillende handen opende Bep de lederen tas en haalde het dagboek en de stapel gelelde documenten tevoorschijn. Bakker boog zich over de kaartjes en schematische tekeningen die vol stonden met ingewikkelde chemische formules en Duitse stempels uit de jaren veertig.
'Kijk hier,' wees Bep met een trillende vinger naar een vergeeld vel papier dat achterin het dagboek was geplakt. Het was geschreven in het duidelijke handschrift van haar vader.
‘Als de tanks ooit breken,’ las Bakker hardop voor, ‘is het toevoegen van water of standaard blusmiddelen catastrofaal. De stof, gedoopt als 'Agent 109', reageert heftig met zuurstof. De enige manier om de kettingreactie te stoppen is het toevoegen van een geconcentreerde oplossing van calciumhydroxide en ongebluste kalk rechtstreeks in de hoofdmengkamer onder de centrale kelder.’
'Ongebluste kalk?' vroeg Bakker verbaasd. 'Dat gebruikt de bouwsector toch?'
'Er staat hier meer,' zei Bep, terwijl ze de pagina omsloeg. Haar ogen vlogen over de regels. ‘De hoofdmengkamer bevindt zich niet in de kleigroeve, maar onder de oude ijskelder van het hoofdgebouw. De toegang kan alleen worden geactiveerd door de koperen penning met nummer 109 in de uitsparing van de schouw in de studeerkamer te drukken.’
Bep keek op. Haar hart sloeg een slag over. Ze voelde in haar jas zak en haalde de ronde koperen penning tevoorschijn die aan de sleutelring had gehangen. Het getal 109 blonk zwak in de binnenverlichting van de auto.
'De sleutel opende de deur in de kelder,' fluisterde Bep, 'maar de penning... de penning is de sleutel voor het neutralisatiemechanisme in de studeerkamer boven!'
'Dat betekent dat we terug moeten naar het huis,' zei Bakker vastberaden. Ze keek op de klok van het dashboard. Het was twintig over twee in de nacht. 'De brandweer heeft kalkvoorraden bij de lokale cementfabriek in Nijmegen opgevraagd, maar iemand moet die studeerkamer binnen om het luik naar de mengkamer te openen.'
'Ik ga mee,' zei Bep beslist.
'Mevrouw Van Leeuwen, dat is veel te gevaarlijk!' protesteerde Bakker. 'Het huis is oud, de instortingsgevaar is groot en de chemische damp kan zich al door het gebouw verspreid hebben!'
'Het was het huis van mijn vader!' roep Bep uit, met een felheid die ze van zichzelf niet kende. 'Twintig jaar lang heb ik geleefd in een leugen! Ik dacht dat mijn vader een gewone man was, daarna dacht ik dat hij een crimineel was... maar hij heeft dit allemaal voorbereid om een ramp te voorkomen! Hij heeft die penning achtergelaten voor mij. Ik ben de enige die de lay-out van dat huis met mijn ogen dicht kent!'
Bakker keek Bep intens aan. In de ogen van de vierenzestigjarige vrouw zag ze geen angst meer, maar een niet te stoppen vastberadenheid.
'Goed,' knikte Bakker ten slotte. 'Maar u blijft dicht bij mij en u zet een ademhalingsmasker op.'
Vijfentwintig minuten later reed een klein konvooi van twee politiewagens en een zware brandweerwagen met gedoofde sirenes het terrein van de Rijksstraatweg 42 op. Het oude, overwoekerde huis zag er onder de schijnwerpers van de hulpdiensten nog grimmiger uit dan voorheen. Dichte rookwolken sijpelden nu niet alleen uit de grond buiten, maar ook uit de kieren van het dak en de gebroken ramen van de begane grond.
Bep en inspecteur Bakker, beiden voorzien van zware zuurstofmaskers en dikke brandweerjassen, stapten uit. De lucht buiten was ondraaglijk heet en zuur geworden.
'We hebben maximaal twintig minuten voordat de structuur van het pand het begeeft!' waarschuwde de brandweercommandant. 'De ondergrondse druk stijgt snel!'
Bep knikte. Ze pakte de koperen penning met nummer 109 stevig in haar handschoen en stapte door de vernielde voordeur van haar ouderlijk huis binnen.
De gang stond vol met dichte, grijze rook. Het hout van de vloer kraakte gevaarlijk. Bep leidde Bakker door de gang, voorbij de klapdeuren naar de grote studeerkamer van haar vader.
In de studeerkamer stond de oude, marmeren schouw er nog steeds, bedekt met een dikke laag stof en roet. Bep liep recht op de schouw af en liet de lichtstraal van haar zaklamp over het ingewikkelde snijwerk van het marmer glijden.
In het midden van de schouw, verborgen achter het reliëf van een familiewapen, zag ze een kleine, ronde uitsparing. Exact het formaat van de koperen penning.
Bep stak haar hand uit en duwde de penning in de opening.
KLIK!
De hele marmeren schouw schoof met een schurend geluid tien centimeter naar voren, en de zware houten vloerdelen in het midden van de studeerkamer klapte met een luide knal open.
Een diepe, verticale schacht werd zichtbaar, waar een ijzeren ladder naar beneden leidde. Uit de diepte van de schacht klonk het kolkende geluid van vloeistof en een vreemde, groene gloed verlichtte de muren.
Maar net toen Bakker de brandweerlieden wilde roepen om de kalk via de schacht naar beneden te brengen, klonk er een harde ontplofing onder de studeerkamer.
De vloer onder hun voeten zakte weg, en Bep en inspecteur Bakker vielen samen de diepte in.






