Drie jaar later. Lente in Parijs.
De bomen langs de Rue de la Paix stonden volop in bloei. Roze en witte kersenbloesems dwarrelden neer op het glanzende smeedijzeren hek van nummer 14. De straat bruisde van het elegante, Franse leven: de geur van verse stokbroden en sterke espresso steeg op uit de bistro's op de hoek, en het geluid van straatmuzikanten die accordeon speelden vulde de middaglucht.
Op de vierde verdieping van appartement 4B stonden de hoge deuren naar het balkon wijd open. Een frisse, warme voorjaarswind blies de lichte kantengordijnen zachtjes naar binnen.
In de grote salon, waar ooit de schaduwen van het verleden en de stof van decennia hadden gehangen, heerste nu een sfeer van licht, warmte en artistieke energie. De muren waren opnieuw geschilderd in een zachte, crèmekleurige tint die het zonlicht prachtig weerkaatste.
Overal in de kamer hingen historische foto's, originele brieven en prachtige kunstwerken—geordend als in een klein, privé-museum. Boven de schouw hung nog steeds het grote olieverfschilderij van Hendrik van Leeuwen met de kleine Bep in zijn armen, maar ernaast hung nu een even groot, prachtig portret van Geneviève Delacroix, geschilderd door een jonge Franse kunstenares.
Aan de grote eettafel in het midden van de salon zat Bep.
Op zevenenzestigjarige leeftijd zag ze er stralend en vitaal uit. Haar grijze haar was elegant opgestoken, en ze droeg een stijlvolle, donkerblauwe Franse jurk. Haar ogen glinsterden van voldoening en rust.
Tegenover haar zat meneer De Witt, die er in zijn lichte zomerpak ontspannen uitzag. Hij bladerde door het nieuwste jaarverslag van de Stichting Van Leeuwen-Delacroix.
'De cijfers van dit jaar zijn buitengewoon, Bep,' zei De Witt met een tevreden glimlach, terwijl hij zijn leesbril afzette. 'De Stichting heeft dit jaar meer dan veertig studiebeurzen kunnen verstrekken aan jonge historici die onderzoek doen naar de ondergrondse verzetsnetwerken in Europa. En het museum in Arnhem heeft de permanente tentoonstelling over de 'Stille Helden van Gelderland' verwelkomd als een van de meest bezochte exposities van het land.'
Bep glimlachte en schonk nog een kopje verse kamillethee in voor zichzelf en een glas gekoelde witte wijn voor De Witt.
'Dat is fantastisch nieuws, meneer De Witt,' zei Bep zacht. 'Mijn vader en moeder zouden trots zijn geweest. Hun strijd was niet voor niets. De geschiedenis is niet langer een bron van angst of chantage, maar een inspiratiebron voor de nieuwe generatie.'
'En hoe gaat het met het boek?' vroeg De Witt geïnteresseerd, wijzend naar de dikke stapel getypte pagina's die aan de zijkant van de tafel lag.
Bep raakte de pagina's liefdevol aan. 'Ik heb vanmorgen het allerlaatste hoofdstuk afgerond. Het krijgt de titel: 'De Sleutels van de Vrijheid'. Het vertelt het volledige verhaal. Van de doos bij het invallen van de schemering in Arnhem, via de kelders van Ubbergen en de kluizen van het Stadhuis, tot aan dit appartement in Parijs.'
'Een bestseller, zonder twijfel,' zei De Witt met een knik.
Op dat moment ging de deur van de salon open. Tante Colette, inmiddels negentig jaar oud maar nog altijd kranig en voorzien van haar vertrouwde wandelstok, kwam binnen, geholpen door een jonge Franse studente die als assistente voor de Stichting werkte.
'Bonjour, tout le monde!' zei Colette met een heldere stem. 'Bep, de bezoekers voor de middagrondleiding staan beneden op de binnenplaats te wachten. Een groep van vijftien studenten van de Universiteit van de Sorbonne.'
Bep opstond uit haar stoel met een energieke beweging. 'Ik kom er direct aan, tante Colette.'
Ze liep naar het balkon en keek naar beneden op de binnenplaats. Een groep jonge mensen keek nieuwsgierig omhoog, vol verwachting om het verhaal van Elster en Hendrik van Leeuwen te horen uit de mond van de vrouw die het allemaal had doorstaan en ontrafeld.
Bep voelde een diepe golf van dankbaarheid door haar heen stromen.
Ze dacht terug aan die grijze, vochtige oktoberdag in Arnhem, toen het telefoontje van Ger haar rustige leven verbrijzelde. Ze dacht aan de angst, de achtervolgingen door de donkere tunnels, de pistoolschoten in het bos, en de dreiging van de chemische catastrofe.
Toen leek het alsof haar leven verwoest werd. Maar nu begreep ze dat die storm nodig was geweest. De storm had de leugens weggeblazen, de schaduwen verdreven en de waarheid aan het licht gebracht. Het had haar niet alleen haar familiegeschiedenis teruggegeven, maar haar ook een nieuw, betekenisvol doel geschonken.
Bep pakte het kleine gouden armbandje dat ze nu altijd om haar pols droeg—het armbandje met de inscriptie Bep - 10 september 1944.
Ze keek nog één keer omhoog naar de portretten van haar vader en moeder aan de muur.
'Het is volbracht,' fluisterde ze in zichzelf.
Met een lichte, zelfverzekerde stap liep Elisabeth van Leeuwen de salon uit, de trap af, het zonlicht tegemoet om haar verhaal aan de wereld te vertellen.
EINDE






