DE SCHADUW VAN UBBERGEN
News Story

DE SCHADUW VAN UBBERGEN

112 weergaven

Het schelle geluid van de politiesirenes weerkaatste tegen de hoge, klassieke gevels van de Rue de la Paix. Het blauwe zwaailicht flitste ritmisch door de grote ramen van de salon en hulde het schilderij van Beps ouders in een onheilspellende glans.

Meneer De Witt sprong onmiddellijk overeind. 'Een arrestatiebevel? Op welke grond in hemelsnaam?! Mevrouw Van Leeuwen is het slachtoffer in deze zaak, geen verdachte!'

De oude concierge schudde paniekerig zijn hoofd. 'Ze zeggen dat het gaat om een internationaal rechtshulpverzoek uit Duitsland! Ze beschuldigen haar van betrokkenheid bij de diefstal van de Von Berg-archieven en illegale grensoverschrijding met staatsgeheimen!'

'Victor von Berg...' fluisterde Bep met een ijzige stem. 'Zijn advocaten proberen de zaak te verdraaien vanuit Duitsland voordat zijn eigen rol volledig wordt onthuld.'

'Niet onder mijn toezicht,' zei De Witt vastberaden. Hij knoopte zijn colbert dicht en pakte zijn juristenpaspoort uit zijn binnenzak. 'Colette, sluit de deur. Bep, blijf hier bij het testament en de brieven. Ik ga beneden met de Franse politie spreken. Als Nederlands advocaat en wettelijk beheerder van de Stichting Van Leeuwen heb ik diplomatieke kanalen die ik kan inschakelen.'

De Witt haastte zich de gang op, gevolgd door de concierge. Bep bleef achter in de salon met haar oude tante Colette.

Colette liep rustig naar de deuren die uitwezen op het kleine Franse balkon en trok de dichte, fluwelen gordijnen een stukje dicht. 'Wees niet bang, ma petite,' zei de oude vrouw met een wonderbaarlijke kalmte. 'De familie Von Berg probeert al tachtig jaar lang onze familie te intimideren. Maar ze vergeten dat Parijs niet hun terrein is.'

Bep keek naar de honderden brieven op de eettafel. Ze voelde geen paniek meer. De angst die haar in Arnhem en Ubbergen had beheerst, was verdwenen. Ze had de kelders van haar vader doorstaan, ze had het chemische gevaar geneutraliseerd, en ze had de waarheid over haar moeder ontdekt. Ze was niet langer het passieve slachtoffer van een tachtig jaar oud geheim.

'Tante Colette,' zei Bep beslist. 'Is er in dit gebouw een kluis of een veilige plek waar we deze brieven en het testament kunnen opbergen voordat de politie de kamer eventueel doorzoekt?'

Colette glimlachte trots. 'Je bent echt de dochter van Hendrik en Geneviève. Kom mee.'

Colette leidde Bep naar de bibliotheek achter de salon. Ze liep naar een grote, eikenhouten boekenkast vol Franse klassiekers. Ze pakte een dikke doos met de werken van Victor Hugo en trok er voorzichtig aan.

Met een zacht mechanisch geklik zwaaide het middelste gedeelte van de boekenkast naar voren. Achter de boeken bevond zich een kleine, ingebouwde stalen kluis—identiek aan het type dat Beps vader in Arnhem had gebruikt.

'Mijn zus en je vader hadden dezelfde leverancier voor hun beveiliging,' zei Colette met een knipoog. 'Leg de brieven hierin.'

Bep haastte zich om de bundels brieven en het gouden armbandje in de kluis te leggen. Zodra het staaltje dichtklapte, klonk er luid gestamp op de gang buiten het appartement.

De deur van de salon vloog open.

Drie Franse rechercheurs in strakke trenchcoats stapten de kamer binnen, gevolgd door meneer De Witt, die woedend in het Frans tegen de leidinggevende rechercheur protesteerde.

'C'est une honte!' schreeuwde De Witt. 'U heeft geen rechtsgeldig mandaat om dit privé-eigendom te betreden zonder de aanwezigheid van de Nederlandse ambassadeur!'

De leidinggevende Franse rechercheur, een man met een strakke kaaklijn en een grijze snor, negeerde De Witt. Hij stapte naar Bep toe en haalde een officieel document tevoorschijn.

'Mevrouw Elisabeth van Leeuwen?' vroeg hij in strak Engels.

'Dat ben ik,' zei Bep rustig, terwijl ze met opgeheven hoofd voor hem ging staan.

'U wordt opzoeking gesteld door het Duitse Federale Parket op verdenking van het ontvreemden van historische documenten van de familie Von Berg en mogelijke betrokkenheid bij milieucriminaliteit in de grensstreek,' zei de rechercheur. 'U dient mee te komen naar het hoofdbureau van de Préfecture de Police.'

'Dit is een belachelijke provocatie!' roep De Witt uit. 'De documenten waar u over spreekt zijn vanmorgen officieel overgedragen aan het Nationaal Archief in Den Haag! Victor von Berg is een gecertificeerd crimineel die onder arrest staat in Nijmegen!'

De Franse rechercheur keek De Witt koud aan. 'Dat mag u aan de onderzoeksrechter uitleggen, monsieur. Mijn instructies zijn helder. Mevrouw Van Leeuwen komt met ons mee.'

Bep keek naar De Witt en daarna naar haar tante Colette. Ze zag de angst in de ogen van de oude vrouw, maar Bep knikte haar geruststellend toe.

'Het is goed, De Witt,' zei Bep waardig. 'Ik ga mee. Ik heb niets te verbergen. De waarheid ligt al vast in Den Haag, en de brieven van mijn moeder zijn veilig.'

Ze pakte haar handtas en liep tussen de rechercheurs door naar de deur. De Witt haastte zich achter haar aan. 'Ik bel direct de Nederlandse ambassadeur in Parijs, Bep! U bent binnen twee uur weer vrij!'

Terwijl ze het statige gebouw aan de Rue de la Paix verliet en in de zwarte politiewagen stapte, keek Bep omhoog naar het raam van de vierde verdieping. Tante Colette stond achter de gordijnen en maakte met haar hand een stil, Frans verzetsgebaar—de V van Victorie.

Dertig minuten later werd Bep naar een verhoorkamer geleid op het beroemde hoofdbureau van de politie aan de Quai des Orfèvres, uitziend over de Seine en de Notre-Dame.

De kamer was kaal, met een zware houten tafel en twee stoelen. Bep ging zitten en wachtte geduldig.

Na tien minuten ging de deur open. Maar het was niet de Franse rechercheur die binnenstapte.

Het was een man van rond de vijftig, strak gekleed in een maatpak, met een dure lederen aktetas onder zijn arm. Hij had een verfijnde uitstraling, maar zijn ogen waren ijskoud en berekend.

Hij ging tegenover Bep zitten, zette zijn aktetas op tafel en klapte hem open.

'Mevrouw Van Leeuwen,' zei hij in perfect Nederlands met een licht Duits accent. 'Mijn naam is Dr. Alexander von Berg. Ik ben de hoofdjurist van de Von Berg Foundation in Frankfurt. En de neef van Victor.'

Bep keek hem strak aan. 'U bent te laat, Dr. Von Berg. Uw oom en uw tante staan onder arrest. Het spul in Ubbergen is gestold, en de documenten liggen bij de Nederlandse overheid.'

Von Berg glimlachte superieur. hij haalde een dik pak papieren uit zijn tas. 'Mijn oom Victor was een rücksichtslose idioot, mevrouw Van Leeuwen. Hij dacht in termen van chantage en geweld. Ik denk in termen van eigendomsrecht en internationale verdragen.'

Hij schoof een document naar Bep toe.

'Wat u niet weet,' zei Von Berg met een scherpe stem, 'is dat het landgoed in Ubbergen en de kelders onder het Stadhuis van Arnhem voor 1940 juridisch eigendom waren van een Duits-Nederlandse bankholding die nu volledig in handen is van onze stichting. Alle documenten, alle ontdekkingen en alle goederen die u en uw vader hebben 'beheerd', behoren volgens het internationale privaatrecht toe aan ons.'

Hij boog zich voorover over de tafel. 'Tekent u deze afstandverklaring. Draag de Franse bezittingen van uw moeder aan ons over ter compensatie van de 'schade' die uw vader onze familie heeft berokkend. Doe dat, en de aanklachten in Duitsland en Frankrijk worden binnen vijf minuten ingetrokken. U kunt als een vrije, welgestelde vrouw terugkeren naar uw kleine appartementje in Arnhem.'

'En als ik niet teken?' vroeg Bep rustig.

Von Berg glimlachte dun. 'Dan brengt u de rest van uw dagen door in een Franse cel, terwijl onze advocaten de erfenis van uw moeder via de rechter tot de laatste cent slopen.'

Bep staarde naar het document op de tafel. Ze keek naar de pen die Von Berg naast het papier legde.

En op dat exacte moment klonk er een harde klap op de deur van de verhoorkamer.

Meneer De Witt stapte binnen, vergezeld door een elegante Franse dame in een rood mantelpak—de Nederlandse Ambassadeur in Frankrijk—en twee rechercheurs van de Franse anticorruptie-eenheid.

'Ik zou die pen maar laten liggen, Dr. Von Berg,' zei de Nederlandse ambassadeur met een ijzige stem. 'Want het Franse Ministerie van Justitie heeft zojuist het volledige dossier uit Den Haag ontvangen. En u bent niet de aanklager in deze kamer... U bent de verdachte.'