DE SCHADUW VAN UBBERGEN
News Story

DE SCHADUW VAN UBBERGEN

112 weergaven

Het schraappende geluid van de draaiende stalen schacht boven haar hoofd echode als een onheilspellend vonnis door de donkere gang. Bep wist dat ze geen seconden mocht verspillen. Ze haastte zich door de natte klei naar de oude legertruck toe. Haar schoenen zogen zich bij elke stap vast in de modder, wat een zwaar, soppend geluid maakte.

Het groene, fluorescerende mos op de rotswanden wierp een spookachtige gloed over de houten kisten op de laadbak. Bep streed tegen haar eigen angst en struikelde bijna over een verroeste benzineblik dat op de grond lag. Ze greep de rand van de laadbak vast om haar evenwicht te bewaren. De stempels op het hout waren overduidelijk: Duitse legermarkeerders uit 1944. Dit was het transport waar haar vader in zijn dagboek over had geschreven. Het transport dat officieel nooit Ubbergen had bereikt, maar spoorloos was verdwenen tijdens het geallieerde offensief.

'Bep! Ik weet dat je daar beneden bent!' galmde de stem van de man met het litteken door de schacht. Het geluid klonk dichterbij nu, alsof hij zich al in de glijbaan bevond. 'Je kunt geen kant op! Die tunnel leidt naar de oude kleigroeve, en de uitgang is al dertig jaar ingestort!'

Bep negeerde zijn stem, hoewel een vlaag van paniek haar keel dichtsnoerde. Als de uitgang inderdaad ingestort was, zat ze in de val. Maar waarom zou haar vader een nooduitgang bouwen naar een doodlopende weg? Dat sloeg nergens op. Hendrik van Leeuwen was een berekende, bijna obsessief voorzichtige man geweest. Hij zou nooit een vluchtroute hebben aangelegd die nergens heen leidde.

Ze baande zich een weg langs de zijkant van de vrachtwagen. De tunnel was nauw; de spiegel van de truck was helemaal platgedrukt tegen de rotswand. Aan de achterkant van de wagen zag ze dat de kisten niet alleen stonden gestapeld, maar dat er achter de kisten een opening in de rotswand was gehakt. Het was een smalle doorgang, nauwelijks breed genoeg voor een mens om zijwaarts doorheen te kruipen.

Achter haar klonk een harde plons, gevolgd door een woedende vloek. De man met het litteken was beneden gekomen en in de natte modder geland.

Bep slipte snel door de smalle opening achter de vrachtwagen. De rotsen waren scherp en sneden door de stof van haar jas, maar ze negeerde de pijn. Ze perste zich door de doorgang en kwam uit in een wat bredere, natuurlijke grot. Hier was het ijskoud en klonk het constante gedruppel van water dat van het plafond sijpelde.

In het vage, groene moslicht zag ze dat de grot zich in twee richtingen splitsend voortzette. Een pad ging steil omhoog naar links, waar een lichte luchtstroom vandaan leek te komen. Het andere pad ging naar rechts, dieper de duisternis in, waar het geluid van stromend water te horen was.

Bep bleef een seconde twijfelen. De luchtstroom links wees op een opening naar buiten. Maar toen haar blik over de grond gleed, zag ze op de modderige bodem van het rechterpad verse voetstappen. Niet van haar, en niet van de man die haar achtervolgde. Het waren de afdrukken van een kleine, smalle schoen met een specifiek profiel.

Een vrouwenschoen.

De verpleegkundige? Was zij hier ook geweest? Of iemand anders?

Voordat ze een beslissing kon nemen, verscheen de schaduw van de man met het litteken bij de opening achter de vrachtwagen. Het licht van zijn krachtige halogeenlamp sneed door de grot en verlichtte de splitsing.

'Daar ben je!' grauwde hij.

Bep bedacht zich geen minuut. Ze koos het linkerpad, steil omhoog, roepend op de luchtstroom die haar hoop op vrijheid gaf. Ze klom op handen en voeten over de gladde, natte rotsen. De stenen sneden in haar palmen, maar de adrenaline overspoelde elke sensatie van pijn. Boven haar zag ze een klein, blauwachtig lichtpuntje. Geen mos, maar echt maanlicht dat door een scheur in het gesteente drong.

'Je snapt het nog steeds niet, hè Bep?' schreeuwde de man achter haar. Zijn voetstappen klonken zwaar en vastberaden terwijl hij de klim inzette. 'Je vader heeft mij dertig jaar geleden bedrogen! Hij heeft mijn vader laten opsluiten en de hele buit voor zichzelf gehouden! De familie Von Berg vergeten hun schulden nooit!'

Von Berg! Die naam deed bij Bep een belletje rinkelen. Het was de naam van een rijke adellijke familie die voor de oorlog grote landgoederen bezat aan de Duitse zijde van de grens. Haar vader had vroeger gewerkt als rentmeester voor een baron Von Berg.

'Mijn vader was geen dief!' schreeuwde Bep terug over haar schouder, terwijl ze zich aan een uitstekende rotswortel omhoog trok.

'Je vader was een verrader!' brulde Von Berg. Een schot weerklonk. De kogel sloeg met een harde ketser vlak naast Beps hoofd in de rotswand. Stof en kleine steentjes vlogen in haar gezicht.

Bep gilde, maar klom met vernieuwde woede door. Ze bereikte de scheur waar het maanlicht doorheen scheen. Het was een smalle spleet in de rotsen, overgroeid met dichte bramenstruiken en klimop aan de buitenkant. Met al haar kracht duwde ze haar schouder tegen de takken en perste ze zichzelf door de opening.

De scherpe doornen van de bramen haakten in haar huid en kleding, maar Bep voelde het nauwelijks. Met een harde ruk bevrijdde ze zichzelf en rolde ze over de kletsnatte, met bladeren bedekte bosgrond naar buiten.

Ze was in het bos achter het landgoed. De regen viel nog steeds gestaag uit de zwarte hemel. De frisse, koude nachtlucht vulde haar longen en liet haar hevig hoesten.

Maar ze was niet alleen.

Toen Bep opkeek, doemde er een figuur op uit de mist. De gedaante droeg een lange, donkere regenmantel en hield een paraplu vast. Het licht van de maan viel op het gezicht van de persoon.

Het was een vrouw. Ze had grijzend haar, een strak gezicht en ijsblauwe ogen die Bep met een mengeling van medelijden en meedogenloosheid aankeken.

'Je bent te laat, Bep,' zei de vrouw rustig, met een licht Duits accent. 'De sleutel heeft zijn werk al gedaan.'

Bep staarde naar de vrouw. Ze herkende het gezicht van de oude foto die ze zojuist in het dagboek had gezien. Het was niet de verpleegkundige. Het was het gezicht van de dochter van de Baron.

Achter Bep begon de rotswand te schudden toen Von Berg zich door de smalle spleet probeerde te persen.