De regen bleef onophoudelijk neerkomen op het dak van het transformatorhuisje. Ik zat achter het stuur van mijn gehavende wagen, gehurkt in de duisternis, terwijl de kille herfst-lucht door het ingeslagen raam naar binnen floot. Mijn handen klemden zich zo vast om het stuur dat het plastic kraakte.
Mia was weg. Bas had haar meegenomen.
De gedachte aan mijn dochtertje in de handen van die man—een man die niet langer haar vader was, maar een vreemde die bereid was over lijken te gaan—maakte me gek van machteloosheid. Maar paniek was een luxe die ik me niet kon veroorloven. Ik moest helder nadenken.
Ik keek op het dashboard klokje. 04:15 uur. Ik had iets minder dan vier uur voor de afspraak bij de Bank van de Arbeid in de binnenstad van Arnhem.
Wat had ik op dit moment?
1. De koperen kluissleutel van mijn vader (Kluis 04).
2. Het zwarte spraakrecordertje met de bezwarende audio-opnames.
3. Een beschadigde auto, doornatte kleren en bloedende voeten van het scherpe grint.
En wie kon ik vertrouwen?
Het antwoord op die laatste vraag was pijnlijk: niemand bij de officiële instanties. Bas had connecties bij de gemeente, bij de Raad voor de Kinderbescherming en, zo bleek uit de opnames, bij het bestuur van de bank. Als ik naar de politie stapte zonder onomstotelijk bewijs dat de bankkluis bevatte, zouden de advocaten van Bas de opname afdoen als gefabriceerd en mij laten opsluiten wegens ontvoering of psychische instabiliteit.
Er was maar één persoon die ik kon bellen.
Ik haalde mijn mobiele telefoon tevoorschijn met een barst in het scherm en zocht in de contacten naar een naam die ik twee jaar niet meer gesteld had: Frank Berends.
Frank was een oud-collega van mijn vader. Hij werkte dertig jaar als hoofdaudit-accountant bij het Centraal Financieel Toezicht voordat hij met pensioen ging. Hij was de enige man die mijn vader tot het einde toe had vertrouwd.
Het duurde vier kiestonen voordat een slaperige, schorre stem opnam.
"Met Berends."
"Frank... ik ben het. Elena van Leeuwen. De dochter van Hendrik."
Er viel een korte stilte aan de andere kant van de lijn. Ik hoorde het geritsel van een bed en het aanklikken van een leeslampje.
"Elena? Kind, weet je wel hoe laat het is? Wat is er aan de hand? Je klinkt..."
"Frank, luister naar me," onderbrak ik hem met een gejaagde stem. "Mijn vader is niet verongelukt op de A12. Hij is vermoord. En ze hebben Mia."
De stilte die volgde was zwaar. Toen sprak Frank, zijn slaperigheid verdwenen en vervangen door de scherpe, zakelijke toon van een ervaren onderzoeker: "Waar ben je?"
Dertig minuten later zat ik in de krappe, met boeken overladen studeerkamer van Frank in een rustige buitenwijk van Velp. Frank, een magere man met grijs haar en dikke glazen in zijn bril, schonk een mok hete thee voor me in en legde een schone handdoek over mijn schouders.
Ik legde het zwarte spraakrecordertje en de koperen sleutel op zijn bureau.
Frank zette zijn bril recht, pakte het opnameapparaatje op en luisterde via een hoofdtelefoon naar de bestanden. Terwijl hij luisterde, zag ik hoe de kleur langzaam uit zijn gezicht wegtrok. Zijn vingers begonnen licht te trillen.
"Lieve hemel," fluisterde hij toe hij de koptelefoon afzette. "Hendrik had dus toch gelijk. Hij kwam twee weken voor zijn dood bij mij. Hij vertelde dat hij onregelmatigheden had ontdekt in de boeken van Stichting Welzijn Arnhem. Er werd maandelijks geld doorgesluisd via spookbedrijven naar een offshore-rekening. Hij wilde naar het Openbaar Ministerie stappen, maar hij miste de definitieve kluisdocumenten."
"Wat zit er in die kluis, Frank?" vroeg ik wanhopig.
"De Bank van de Arbeid is een oude, besloten privaatbank," legde Frank uit. "Ze werken nog met het oude fysieke dubbel-sleutelsysteem voor hun historische kluizenkelder. Kluis 04 bevat het originele oprichtingsregister en de schaduwboekhouding van de stichting. Als Bas die papieren in handen krijgt, verbrandt hij ze en is het geld definitief spoorloos. Maar als wij die papieren krijgen..."
"...dan hebben we het harde bewijs dat de opname ondersteunt," maakte ik zijn zin af.
"Precies. Maar de bank gaat om 08:00 uur nog niet open voor het publiek. Als Bas jou daar om 08:00 uur wil ontmoeten, betekent dit dat hij hulp heeft van iemand binnen de bank die de kelder voor hem opent voor openingstijd."
Frank keek me doordringend aan. "Elena, dit is een val. Hij wil die sleutel van je aanpakken, de kluis leegmaken en daarna rekenen ze met jou af. Ze gaan Mia niet zomaar laten gaan."
"Ik heb geen keus, Frank! Mia is daar!" de tranen prikten eindelijk achter mijn ogen.
"Jawel, je hebt een keus," zei Frank vastberaden. Hij liep naar een stalen archiefkast in de hoek van de kamer en haalde er een klein, verroest metalen doosje uit. "We gaan het spel niet spelen volgens hun regels. We gaan zorgen dat de val voor hén dichtklapt."
Hij opende het doosje en haalde er een identieke koperen sleutel uit, samen met een klein, rood flesje stempelinkt.
"Wat is dat?" vroeg ik.
"Dit is de reserve-sleutel van het oude kantoorslot van je vader," zei Frank met een kille glimlach. "Met een beetje vijlen en de juiste inkt markering lijkt hij sprekend op de kluissleutel van de bank. Jij geeft Bas de valse sleutel. En terwijl hij denkt dat hij gewonnen heeft, ga ik via een oude ingang die ik nog ken van de auditors-tijd de bank binnen."
Ik keek Frank aan. "En Mia?"
"Mia halen we daar als eerste weg," sprak hij dapper. "Maar je moet me exact gehoorzamen. Eén verkeerde stap, en we redden het niet."






