Drie maanden later. De winter had zijn intrede gedaan in Gelderland. Een dunne laag ijs bedekte de vijver in het park vlak bij ons nieuwe, kleine rijtjeshuisje in Dieren—een rustig dorpje aan de rand van de Veluwe waar we onder een nieuwe achternaam een vers begin probeerden te maken.
De storm rond de Bank van de Arbeid was enigszins gaan liggen in de media, maar het strafproces tegen Bas, David en zes andere bestuursleden van de stichting ging zijn beslissende fase in.
Mijn leven had een nieuw ritme gevonden. Ik werkte parttime op een basisschool in een naburig dorp, en Mia ging naar een klein schooltje waar ze eindelijk weer gewoon een kind van zeven kon zijn. Ze lachte weer, maakte vriendinnetjes en speelde urenlang in de sneeuw.
Maar de angst liet me nooit helemaal los. Elke keer als er een onbekende wagen door de straat reed, of als het deurtje van de brievenbus klepperde door de wind, stond mijn hart stil.
Op een ijskoude donderdagmiddag in februari liep ik naar het schoolplein om Mia op te halen. De kinderen renden joelend rond in hun dikke winterjassen, terwijl de sneeuwvlokken langzaam uit de grijze lucht neer dwarrelden.
Ik zag Mia bij de schommels staan met een klasgenootje. Maar toen ik dichterbij kwam, zag ik dat er een lange man in een zwarte mantel aan de rand van het hek stond. Hij sprak met Mia door de spijlen van het hekwerk.
Mijn bloed stolde direct.
"Mia!" schreeuwde ik, terwijl ik over het besneeuwde plein sprintte.
De man draaide zich langzaam om toen hij mijn stem hoorde. Hij haalde zijn handen uit de zakken van zijn mantel.
Het was niet Bas. Het was niet David.
Het was mr. Van Deventer. De duurbetaalde, hypocriete advocaat van Bas die mij drie maanden geleden in de rechtbank nog had uitgelachen om Mia's versleten rugzak.
"Blijf uit de buurt van mijn dochter!" beet ik hem toe, terwijl ik Mia achter me trok en mijn arm beschermend om haar schouders sloeg.
Van Deventer keek me aan met een ijzige, professionele glimlach. Hij zag er onberispelijk uit, maar de donkere wallen onder zijn ogen verraadden dat hij zware weken achter de rug had.
"Mevrouw Van Leeuwen," zei hij met zijn gemaakte, hese stem. "Geen paniek. Ik ben hier puur als rechtsvertegenwoordiger. Ik wilde het meiske alleen een kleine groet brengen van haar vader."
"Bas heeft geen enkel recht meer om contact te zoeken!" snauwde ik. "Er ligt een straat- en contactverbod dat door de rechter is bekrachtigd!"
"Dat klopt," zei Van Deventer koeltjes. "Voor meneer Bas persoonlijk. Maar de rechtszaak van aanstaande maandag is een openbare zitting. En mijn cliënt heeft mij gevraagd om u een welgemeend advies te geven."
Hij boog zich iets naar voren over het hekwerk. "Meneer Bas is bereid om een volledige bekentenis af te leggen over de financiële fraude van de stichting. Dat zal het Openbaar Ministerie jaren aan onderzoek besparen. In ruil daarvoor vraagt hij dat u uw getuigenverklaring over het gesprek op de audio-opname herziet."
"Herziet?" herhaalde ik ongelovig. "Hij wil dat ik lieg over de moord op mijn vader?!"
"Hij wil dat u verklaart dat het gesprek op de tape een rollenspel was, een zakelijke speculatie die verkeerd is geïnterpreteerd," gecorrigeerd Van Deventer zonder blikken of blozen. "Als u dat doet, trekt hij alle slepende civiele procedures over de boedelverdeling in. U krijgt het huis, een riante afkoopsom en rust. Als u dat niét doet..."
hij liet de zin bewust in de lucht hangen.
"Als ik dat niet doe, wat dan?" vroeg ik met een stem die strak stond van de verachting.
Van Deventer haalde een wit envelopje uit zijn binnenzak en legde het op de bovenste spijl van het hekwerk. "Dan zal het proces heel smerig worden, mevrouw Van Leeuwen. We hebben dossier opgebouwd over uw psychische gesteldheid na de dood van uw vader. We zullen elk medisch dossier, elke therapie die u heeft gevolgd, voor de openbare zittingszaal slepen. We zullen bewijzen dat u een emotioneel instabiele moeder bent die een jong kind heeft gebruikt als spion."
Hij knikte kort, keerde zich om en wandelde rustig weg naar zijn geparkeerde Jaguar aan de overkant van de straat.
Ik pakte de witte envelop van het hek. Mijn handen trilden van woede.
Achter me fluisterde Mia zachtjes: "Mam... wat zat er in de envelop?"
Ik opende de flap van het envelopje. Er zat geen brief in. Alleen een afgedrukte foto.
Het was een foto die gisteravond was genomen, door het raam van onze nieuwe woonkamer in Dieren. Op de foto zat Mia aan de keukentafel te tekenen, terwijl ik in de keuken thee inpakte.
Ze hielden ons nog steeds in de gaten. De arm van het netwerk van Bas reikte tot ver voorbij de gevangenismuren.






