De Stille Schreeuw aan het Water
News Story

De Stille Schreeuw aan het Water

174 weergaven

De wereld leek even stil te staan. Willem de Witt stond in de deuropening, zijn handen rustig in zijn zakken, alsof hij een gast ontving op een feestje in plaats van een indringer in zijn eigen kantoor. Achter hem stond een kolossale beveiligingsbeambte met een blik die geen goeds voorspelde. "Je bent te laat, Willem," zei ik, hoewel mijn hart in mijn keel bonstte en mijn handen klam waren van de zenuwen. Ik keek naar het scherm van de computer: de laadbalk stond op 98%. Nog een paar seconden. Willem glimlachte minachtend en liep langzaam het kantoor binnen. "Denk je echt dat dit kleine spelletje van je iets verandert, Jan? Dit gebouw is van mij. De politie, de rechters, de pers—ze luisteren allemaal naar mij. Zodra deze beambte je afvoert naar de kelder, zorgen we ervoor dat je 'vrijwillig' afstand doet van alles." "99%," fluisterde ik in gedachten, terwijl ik mijn hand dichter bij de USB-stick hield. "Pak hem," zei Willem koeltjes tegen de beveiligingsbeambte. De reus van een man stapte naar voren en greep me bij mijn armen. Ik probeerde me los te rukken, maar zijn grip was als een ijzeren tang. Op dat exact moment klonk er een zachte beep uit de computer. Kopiëren voltooid. Met een bliksemsnelle beweging trok ik de USB-stick uit de computer en gooide hem over het bureau heen, recht in de richting van de hoek waar de open lade van een kast stond. De stick verdween uit het zicht tussen een stapel papieren. "Wat denk je dat je aan het doen bent?!" barstte Willem uit, wiens kalme façade voor het eerst barstte. Hij maakte een gebaar naar de beambte. "Doorzoek hem! Zoek die stick!" De beambte smeet me tegen de grond. De adem werd uit mijn longen geslagen, en sterretjes dansten voor mijn ogen. Hij doorzocht mijn zakken, maar vond uiteraard niets anders dan de lege sleutelhanger. "Hij heeft niets op zich, meneer de Witt," bromde de bewaker. Willem liep woedend naar me toe, ging op zijn haren voor me zitten en greep me bij mijn kin. Zijn gezicht stond strak van woede. "Waar is de data, Jan? Waar heb je het gelaten?" Voordat ik kon antwoorden, ging de intercom op het bureau luidruchtig af. Een paniekerige stem klonk door de luidspreker: "Meneer de Witt! We hebben een noodmelding in het netwerk! Er is een externe datatransfer bezig vanaf uw hoofdbureau naar een onbekend IP-adres buiten het bedrijf! De hele database wordt gekopieerd!" Willems gezicht werd doodsbleek. Hij liet mijn kin los, sprong overeind en liep naar het bureau, waar hij verwoed op de toetsen begon te rammen. Maar het was te laat. Sophie had vanaf de technische schacht het volledige archief veiliggesteld. "Nee! Verdomme!" schreeuwde Willem, en hij sloeg met zijn vuist op het mahoniehouten blad. In die chaos greep ik mijn kans. Ik sprong overeind, gaf de verbijsterde bewaker een harde duw tegen zijn borst en rende met al de kracht die ik in me had de deur uit, de gang in naar de noodtrap.