De technische schacht bevond zich achter een zware, ijzeren deur die normaal gesproken alleen door gecertificeerd personeel kon worden geopend. Mijn handen trilden toen ik de master-sleutel die ik uit Daans kluis had gehaald in het sleutelgat stak. Het voelde te gemakkelijk, alsof het een valstrik was. Maar de sleutel draaide met een zachte klik om. De deur zwaaide langzaam open. "Snel, naar binnen," fluisterde Sophie, en we gleden beiden de smalle, koele ruimte binnen. De schacht rook naar ozon en warme servers. Overal hingen dikke kabels en knipperden kleine groene en rode ledlampjes. In het midden van de ruimte stond de centrale serverkast die de fysieke beveiliging en het netwerk van het hele hoofdkantoor aanstuurde. "Sluit de bypass-module aan op poort vier," instrueerde Sophie, terwijl ze haar laptop op een inklapbaar tafeltje zette en het scherm oplichtte. Haar vingers vlogen over het toetsenbord. Ik deed wat ze zei. Ik stak de module in de serverkast en zag hoe de rode lampjes direct veranderden in een stabiel groen licht. "Gelukt!" fluisterde Sophie opgetogen. "De beveiligingscamera's zijn nu tijdelijk uitgeschakeld en de deursloten staan op handbediening. We hebben precies acht minuten voordat het systeem een automatische herstart uitvoert." "Waar is de centrale database met de financiële en juridische dossiers van de familie?" vroeg ik. "Drie verdiepingen hoger, in het privékantoor van Willem de Witt zelf," zei Sophie, terwijl ze me een kleine transponder overhandigde. "Met deze sleutelkaart kom je door de liftbeveiliging. Ga naar boven, zoek de computer van Willem en steek deze USB-stick daarin. Mijn script doet de rest en kopieert alle versleutelde bestanden automatisch naar ons toe." "En jij?" "Ik blijf hier om de verbinding te bewaken en te zorgen dat de alarmen niet afgaan," zei ze. "Ga nu, Jan! Elke seconde telt!" Ik knikte, nam de transponder en de USB-stick, en snelde naar de noodtrap. Drie verdiepingen omhoog rennen voelde als een marathon, maar de gedachte aan Fleur gaf me vleugels. Ik bereikte de topverdieping. De gang lag stil en verlaten, verlicht door het zwakke noodlicht van de vluchtroutes. Het privékantoor van Willem de Witt bevond zich aan het uiteinde van de gang, herkenbaar aan de zware eikenhouten deur. Ik hield de transponder tegen het digitale slot. Een zacht groen lichtje brandde op, en de deur klikte open. Ik stapte binnen. Het kantoor ademde macht en rijkdom uit: grote leren fauteuils, een bureau van massief mahoniehout en muren vol kunstwerken. Achter het bureau stond een indrukwekkende desktopcomputer. Ik liep ernaartoe, stak de USB-stick in de poort en wachtde met ingehouden adem. Op het scherm verscheen een laadbalk: Bestanden kopiëren... 10%... 40%... 80%... Plotseling werd het kantoor verlicht door een fel licht. De deur van het kantoor zwaaide met een klap open. Daar stond Willem de Witt in eigen persoon, gekleed in een strak pak, met een kille glimlach op zijn gezicht en een beveiligingsbeambte achter zich. "Zo, Jan," zei Willem met een ijzige stem. "Je maakt het ons wel heel erg makkelijk om je op heterdaad te betrappen."

News Story





