De regen tikte onophoudelijk tegen de ruiten van Sophie’s kantoor terwijl we het plan doorspraken. De USB-stick lag voor ons op het bureau, een glimmend stuk plastic dat onze enige reddingslijn vormde tegen een gevangenisstraf of een nog erger lot. Maar zonder de hoofdbasis op de harde schijf in Hilversum, zou elke poging om naar de politie te stappen op niets uitlopen. Willem had de lokale autoriteiten in zijn zak; alleen overweldigend, onweerlegbaar bewijs kon zijn imperium doen wankelen. "Het hoofdkantoor bevindt zich aan de rand van Hilversum, in een modern glazen pand dat 'De Citadel' wordt genoemd," legde Sophie uit terwijl ze een plattegrond op tafel uitrolde. "Het is een fort. Cameratoezicht, bewegingssensoren en een beveiligingsteam dat elk uur een ronde loopt. Maar er is één zwakke plek." "Welke zwakke plek?" vroeg ik, terwijl ik me over de kaart boog. "De technische schacht aan de achterkant," zei Sophie, wijzend met een rode pen naar een smalle doorgang tussen het hoofdgebouw en een parkeergarage. "Daar bevindt zich de centrale serverkast voor het beveiligingssysteem. Om de boel tien minuten lang te omzeilen, moet iemand daar fysiek inbreken en een bypass-module aansluiten. Daan is verantwoordelijk voor de IT-infrastructuur van het bedrijf; hij heeft de sleutel van die schacht altijd bij zich of in zijn kluis op het landgoed liggen." "Op het landgoed?" herhaalde ik, en een koude rilling liep over mijn rug. "Je bedoelt dat we terug moeten naar de plek waar we nog geen drie dagen geleden zijn gevlucht?" "Het is de enige manier," zei Sophie beslist. "Als we die sleutel of de mastercode van Daan bemachtigen, kunnen we ongemerkt naar binnen in Hilversum en de harde schijf kopiëren voordat Willem in de gaten heeft wat er gebeurt." Ik dacht aan Fleur. Als ik terugging naar dat landgoed in Loosdrecht, liep ik het risico om in een hinderlaag te lopen. Daan en zijn vader zouden op hun hoede zijn. Ze zouden niet verwachten dat wij in de aanval zouden gaan. Het was krankzinnig. Het was zelfmoord. Maar wat was het alternatief? Wachten tot ze ons kwamen halen met hun verzonnen bewijs en ons leven voorgoed vernietigden? "Ik doe het," zei ik vastberaden, hoewel mijn handen trilden toen ik de plattegrond opraapte. Sophie keek me met bewondering en angst in haar ogen aan. "Pas op, Jan. Daan is niet zomaar een verwende rijkeluiszoon. Hij is bikkelhard als hij in het nauw wordt gedreven. En als hij merkt dat je achter zijn geheimen aangaat, zal hij geen genade tonen." Ik nam afscheid van Sophie, de USB-stick stevig verborgen in de binnenzak van mijn jas. Toen ik terugkeerde naar ons huis, trof ik Fleur aan in de keuken. Ze zat met haar knieën tegen haar borst op de bank, starend naar de lege ruimte voor zich. De angst had haar gezicht getekend, maar toen ze mij zag binnenkomen, zag ik ook een flits van hoop in haar ogen. "Waar was je, pap?" vroeg ze schor. "Ik ben bezig om een einde aan dit nachtmerrie te maken," antwoordde ik, terwijl ik haar over haar haar streek. "Maar daarvoor moet ik vanavond nog één keer terug naar die hel." Fleur greep direct naar mijn arm, haar nagels drukten zich pijnlijk in mijn stof. "Nee, pap! Niet doen! Ze vermoorden je! Je weet niet hoe wreed ze kunnen zijn achter gesloten deuren!" "Als ik het niet doe, pakken ze jou, Fleur," zei ik zacht, maar met een vastberadenheid die geen tegenspraak duldde. "Ik heb jou gered uit die kooi, en ik zorg ervoor dat ze je nooit meer kunnen bedreigen." Die avond, toen de duisternis volledig bezit had genomen van het landschap en de mist over de weilanden optrok, startte ik de motor van mijn auto. De rit naar Loosdrecht voelde dit keer als een reis naar het schavot. De koplampen sneden door de dichte mist, en elke schaduw langs de weg leek een bewaker van de familie De Witt te zijn.

News Story





