De Stille Schreeuw aan het Water
News Story

De Stille Schreeuw aan het Water

174 weergaven

De blik in Daans ogen was niet langer die van een arrogante schoonzoon; het was de blik van een roofdier dat zijn prooi in de val had gelokt. Hij zette zijn glas whisky rustig neer op een tafeltje in de gang, zijn bewegingen tergend langzaam, alsof hij alle tijd van de wereld had. "Je dacht toch niet echt dat je zomaar mijn kluis zou kunnen plunderen en kon wegkomen?" zei Daan met een sissende stem. "Vader had gelijk. Je bent naïef. Je denkt dat je de held kunt spelen, maar je brengt je eigen dochter alleen maar dieper de afgrond in." "Jullie spel is uit, Daan," probeerde ik zo vastberaden mogelijk te klinken, hoewel mijn hart in mijn keel bonstte. "Ik heb de sleutel en ik heb de echte bestanden. Jullie leugens stoppen hier." Daan lachte hardop, een gemosch dat door de lege gang galmde. "De echte bestanden? Jan, alles in die kluis is van ons. Zelfs als je naar Hilversum rijdt, kom je het gebouw niet eens binnen zonder dat de beveiliging je arresteert wegens inbraak. En dan zorgen wij ervoor dat je verdwijnt op een plek waar niemand je ooit nog vindt." Hij deed een stap naar voren, zijn brede schouders blokkeerden de enige uitweg uit de kamer. Ik deed instinctief een stap achteruit, mijn hand in mijn zak stevig om de USB-stick geklemd. Ik moest hier weg. Als ik hier werd gepakt, was er niemand meer om Fleur te beschermen. Met een plotselinge, explosieve beweging stormde Daan op me af. Hij greep me vast bij de kraag van mijn jas en smeet me tegen de boekenkast aan. Boeken en papieren kletterden op de houten vloer, en de adem werd uit mijn longen geslagen. "Je hebt geen idee met wie je te maken hebt!" brulde hij, terwijl hij zijn vuist hief. Ik dacht aan Fleur, aan de twee jaren van angst, aan de tranen en de stilte. Die gedachte gaf me een oerkracht die ik niet van mezelf wist. Toen Daan uithaalde, duwde ik met al mijn gewicht tegen zijn borst en gaf hem een harde trap tegen zijn scheenbeen. Daan gilde het uit van de pijn en struikelde achterover over een omgevallen stoel. Dat was mijn kans. Ik sprong over hem heen, rende de gang door naar de trap en nam de treden drie tegelijk. Achter me hoorde ik Daan vloeken en strompelend achter me aan komen. "Halt! Security!" schreeuwde hij naar beneden. De voordeur was dichtbij. Ik greep de klink, ramde de deur open en rende de natte oprijlaan op, de nacht in. Achter me hoorde ik het geluid van zware laarzen op het grind en hondenblaffen die uit de kennel werden losgelaten. De jacht was geopend.