Het landgoed in Loosdrecht lag er stil en dreigend bij, net als de eerste keer. Maar nu was er geen sprake van een verrassingselement; ik moest over de omheining klimmen en door de drassige tuinen naar de achterkant van de villa sluipen. De regen was opgehouden, maar de grond was modderig en elke stap voelde als een luidruchtige waarschuwing aan de omgeving. Ik bereikte de achterste serre, waar de schuifdeur op een kier stond – een bewijs van arrogantie, of misschien een val. Ik koos voor het laatste, maar kon niet terug. Met ingehouden adem schoof ik de deur verder open en stapte het donkere huis binnen. De geur van dure sigaren en antiek hout hing in de gang. Het huis was akelig stil, op het zachte getik van een klok in de hal na. Ik wist dat Daan en zijn ouders vermoedelijk in de studeerkamer op de eerste verdieping verbleven; dat was hun commandocentrum. Op sokken liep ik de brede trap op, elke traptredevloer controlerend op gekraak. Mijn hart bonsde in mijn keel alsof het elk moment uit mijn borstkas zou springen. Boven aangekomen volgde ik de zwakke lichtglans onder de deur van de studeerkamer. Ik hoorde gedempte stemmen. Daan en zijn vader waren in gesprek. "...als hij terugkomt naar de politie, staan we nergens," hoorde ik Willem zeggen met die koude, snijdende stem. "Zorg ervoor dat die opname vandaag nog bij de officier van justitie ligt. Ik wil dat die man en dat meisje vandaag nog achter de tralies zitten." "Kom in orde, vader," antwoordde Daan zelfverzekerd. "De USB-stick met de vervalste bestanden ligt al klaar in mijn kluis." De kluis. Dat was het doel. Ik moest naar Daans persoonlijke slaapkamer, die zich aan het andere uiteinde van de gang bevond. Met trillende vingers draaide ik de deurkruk van Daans slaapkamer naar beneden. Gelukkig, hij was niet op slot. Ik glipte naar binnen en sloot de deur achter me met een nauwelijks hoorbare klik. Het donkere vertrek rook naar dure eau de toilette en koude as. In de hoek van de kamer stond een grote schilderij met daarachter de digitale wandkluis. Ik wist dat ik geen tijd had om de code te raden. Maar Sophie had me een klein elektronisch apparaatje meegegeven – een brute-force decoder die ze zelf had ontwikkeld toen ze nog voor hen werkte. Ik sloot het kastje aan op de USB-poort van de kluis. Het schermpje lichtte zwak blauw op en begon snel codes te genereren. Piep... piep... piep... Elke seconde voelde als een uur. Wat als Daan plotseling besloot naar zijn kamer te komen? Wat als het apparaatje te traag was? Plotseling klonk er een luide klik. De zware stalen deur van de kluis sprong op een kier! Met een snelle beweging trok ik de kluis open. Daar lag hij: de master-sleutel van de technische schacht in Hilversum, en daarnaast een zwarte USB-stick met het opschrift 'Bewijs-Fleur'. Ik griste beide objecten uit de kluis, stopte ze in mijn jaszak en sloot de kluis weer. Maar toen ik me omdraaide om naar de deur te gaan, stond de slaapkamerdeur open. Daar stond Daan. In zijn hand hield hij een glas whisky, en op zijn gezicht verscheen een trage, giftige glimlach. "Je bent voorspelbaar, ouwe," zei Daan zacht, terwijl hij de deuropening blokkeerde. "Ik wist dat je terug zou komen."

News Story





