DEEL 8 — Het Dreigement in de Nacht
De woorden op het scherm van mijn telefoon leken wel in het glas gebrand te staan. “De volgende keer blijft het niet bij een waarschuwing.” Hoe wisten ze dat ik het was? Hadden ze me op de bewakingscamera's in de gang gezien, of had die onbekende vrouw bij het bed van mijn vader mijn gezicht door de kier van de deur opgemerkt? Het kon bijna niet anders.
Het ziekenhuis was een web van camera's en spionnen, en Tom had kennelijk tentakels tot diep in de beveiligingscentrale. Mijn handen trilden zo hevig dat ik de telefoon bijna liet vallen op de rubberen mat van de auto. De angst, die tot nu toe was overschaduwd door vastberadenheid en woede, sloeg nu in alle hevigheid toe. Dit was niet zomaar een familievete over geld en erfgoed meer; dit was gevaarlijk spel.
Er stonden mensen achter die nergens voor terugdeinsden, mensen die bereid waren om intimidatie en illegale praktijken in te zetten om hun zin te krijgen. Maar opgeven was geen optie. Als ik nu zou weglopen, zoals het bericht dreigend eiste, zou mijn vader volledig aan hun genade zijn overgeleverd. Dan zouden ze hem langzaam laten wegzakken in die chemische coma, en zou niemand ooit nog de waarheid horen.
Ik haalde diep adem, probeerde mijn ademhaling onder controle te krijgen, en toetste alsnog het nummer van meester Benders in. Het was inmiddels diep in de nacht – de klok op het dashboard gaf kwart over twee aan – maar de oude advocaat had me op het hart gedrukt dat ik altijd kon bellen, hoe laat het ook was. Na drie overgangen werd er opgenomen.
"Met Benders," zei de stem van de advocaat, verrassend helder en direct wakker, alsof hij had liggen wachten op mijn oproep. "Meester Benders, ik ben het," zei ik met een hese, trillende stem. "Ik ben zojuist het ziekenhuis binnengegaan. Ik heb pap gezien door de deur van zijn kamer." Er klonk een scherpe inademing aan de andere kant. "Je bent naar binnen gegaan?
Kind, ben je gek geworden? Dat is veel te riskant!" "Het moest wel," antwoordde ik snel, terwijl ik over mijn schouder keek of er soms iemand achter mijn auto stond in de donkere parkeerplaats. "En ik ben iets verschrikkelijks te weten gekomen. Pap lag niet alleen; er zat een onbekende vrouw in de kamer die zich voordeed als verpleegster, maar die onmiddellijk extra kalmeringsmiddelen toediende toen pap een kleine vingerbeweging maakte.
Ze proberen hem bewust in coma te houden om die valse volmacht erdoor te drukken!" Aan de andere kant van de lijn bleef het angstvallig stil. Ik hoorde alleen het zachte ruisen van de verbinding. Toen sprak meester Benders met een stem die ineens veel ouder en bezorgder klonk dan voorheen: "Laura, dit is... dit is bewijs van medische malversatie en mogelijke poging tot doodslag of grove mishandeling.
Dit verandert de zaak totaal. We kunnen nu niet meer wachten tot morgenochtend." "Wat moeten we dan nu doen?" vroeg ik. "Ik heb net zelfs een dreigbericht op mijn telefoon gekregen. Ze weten dat ik er ben geweest." "Dat betekent dat ze paniekerig worden," zei de advocaat beslist. "En een paniekerige tegenstander maakt fouten. Luister heel goed naar me: rijd nu onmiddellijk naar mijn kantoor in het centrum van Heerlen.
Ik zal daar de deuren openmaken en de benodigde papieren klaarzetten voor een urgente voorlopige voorziening bij de rechter-commissaris. We gaan morgen vroeg bij het openen van de rechtbank een officieel bevel indienen om je vader onmiddellijk over te plaatsen naar een neutraal ziekenhuis onder politiebewaking." "Naar een ander ziekenhuis?" klonk het hoopvol door mijn hoofd.
"Ja. Maar je moet nu direct hierheen komen. Blijf niet langer in de buurt van dat ziekenhuis in Maastricht; het is daar te onveilig voor je. Ik zie je over drie kwartier op mijn kantoor." De verbinding werd verbroken. Ik keek nog een laatste keer naar de verlichte ramen van het academisch ziekenhuis in de verte, waar de regen langzaam overging in een klamme mist.
Ik startte de auto, zette de ruitenwissers aan en reed de parkeerplaats af, de nacht in op weg naar Heerlen, niet wetende dat ik op de verlaten provinciale weg al werd geschaduwd door een donkere auto met uitgeschakelde koplampen.






