De Schaduw van Maastricht
News Story

De Schaduw van Maastricht

7 weergaven

DEEL 5 — De Schaduw van de Laadperrons

De lucht bij de laadperrons van het academisch ziekenhuis rook naar karton, oud frituurvet en de muffe damp van de industriële wasserij. Grote aluminium afvalcontainers stonden opgesteld als stille wachters in het zwakke gele licht van een paar kapotte buitenlampen. Ik hield mijn adem in terwijl ik door de stromende regen naar de metalen nooddeur rende die volgens de oude plattegrond van meester Benders toegang moest geven tot de technische dienst en de keldergangen.

Tot mijn grote schrik stond de deur niet op slot; hij was slechts op een kier gelaten, waarschijnlijk door een onoplettende schoonmaker of een bezorger die snel een sigaret wilde roken. Met een zacht geknars, dat werd overstemd door het geruis van een grote ventilatieschacht, duwde ik de deur verder open en stapte naar binnen. De warmte en de doordringende geur van ziekenhuisontsmettingsmiddel sloegen me meteen tegemoet.

Ik bevond me in een labyrint van smalle, grijze gangen waar buizen en kabels langs het plafond kropen als metalen lianen. Geen mens te bekennen. Alleen het lage, monotone hummen van de centrale verwarming en het gedempte geluid van voetstappen ergens ver boven me verraadden dat het ziekenhuis nooit echt sliep. Ik haalde mijn telefoon tevoorschijn om het digitale schema te bekijken dat meester Benders me in een snel appje had gestuurd.

Om bij de verpleegpost van afdeling 3 te komen, moest ik eerst de oude goederenlift naar de tweede verdieping nemen en vandaar via de trappenhal van de oostvleugel naar boven klimmen. De oostvleugel was het oudste deel van het complex; het stond erom bekend dat er minder bewakingscamera's hingen omdat de renovatiebudgetten daar jaren geleden waren gestrand.

Met lichte, tikkende stappen – mijn laarzen gaven opvallend veel geluid op de betonnen vloer, waardoor ik op mijn teuten moest lopen – navigeerde ik door het gangenstelsel. Mijn hart bonsde in mijn keel alsof het elk moment uit mijn borstkas zou springen. Elke schaduw leek op een bewaker, elk ritselend geluid in de muren op naderend gevaar. Na een minuut of tien bereikte ik de goederenlift.

De deuren waren van roestig staal en moesten handmatig worden opengetrokken. Ik greep de metalen hendel en trok met al mijn kracht. Met een luide, metalen piep die door de lege gang galmde, schoot de deur open. Ik stapte in de krappe liftkooi, drukte op het knopje met de cijfer 2, en trok de stalen hekjes dicht. De lift kwam met een schok in beweging en begon tergend langzaam omhoog te kruipen, begeleid door het geknars van oude kabels.

Toen de lift tot stilstand kwam en ik het hekje opduwde, bevond ik me in een stillere, minder drukke gang. Hier hingen de muren vol met educatieve posters over revalidatie en fysiotherapie. Aan het einde van de gang bevond zich de deur naar de trappenhal die direct leidde naar de intensive care en de privékamers op de derde verdieping, waaronder kamer 312.

Ik liep op mijn tippen naar de hoek van de gang. Net toen ik de deur van de trappenhal wilde opduwen, hoorde ik stemmen. Dichtbij. Heel dichtbij. "...als Laura hier lucht van krijgt, hebben we een serieus probleem, Tom," zei een koude, klinische stem die ik niet kende, maar die wel autoriteit uitstraalde. Dokter Van Houten, zonder enige twijfel. Ik hield mijn adem in en drukte mijn rug strak tegen de koude tegelmuur, net om de hoek van de gang.

Mijn spieren spanden zich tot het uiterste. "Ze kan niks beginnen," antwoordde de bekende, harde stem van mijn broer Tom. "De handtekening op de volmacht is gelegaliseerd door die corrupte notaris uit Heerlen die we betaald hebben. Tegen de tijd dat ze door heeft dat pap in coma ligt en nooit meer bij bewustzijn zal komen, is de erfenis juridisch waterdicht verdeeld.

Maar je moet ervoor zorgen dat die verpleegster... Clara... haar mond houdt. Ze zag er te nieuwsgierig uit." Dokter Van Houten zuchtte diep. "Clara is te soft. Ik zal haar morgen overplaatsen naar de nachtdienst in de buitenkliniek in Kerkrade. Dan is ze uit de buurt. En nu, laten we teruggaan naar kamer 312 voordat iemand merkt dat we weg zijn." De voetstappen kwamen dichterbij. Ze liepen precies naar de hoek waar ik stond verscholen in de schaduw van een brandblusserkast.