De Schaduw van Maastricht
News Story

De Schaduw van Maastricht

7 weergaven

DEEL 10 — Het Verlaten Kantoor in Heerlen

De banden van mijn auto gleden met een scherpe piep tot stilstand voor het oude, statige bakstenen kantoor van meester Benders in het centrum van Heerlen. De gevel was opgetrokken in typische jaren-dertigstijl, met hoge ramen en een zware eikenhouten deur waar een koperen naamplaatje glansde in het zwakke licht van de straatlantaarn. Achter de ramen op de eerste verdieping brandde inderdaad een warm, uitnodigend licht.

Hij was er nog. Ik schakelde de motor uit, liet de sleutels in het contact zitten, en stapte met trillende benen uit de auto. Mijn blik schoot onmiddellijk naar de ho getImage van de straat. De donkere stationwagen was nergens te bekennen; kennelijk hadden ze in het stedelijke gebied afgehaakt uit angst om op te vallen tussen andere weggebruikers of beveiligingscamera's.

Maar de angst zat nog diep in mijn botten. Met snelle passen liep ik naar de voordeur en drukte op de bel. Vrijwel onmiddellijk hoorde ik het klikken van het nachtslot, en de zware deur zwaaide open. Daar stond meester Benders, gehuld in een donkerblauwe wollen trui over een overhemd, met een kop warme koffie in zijn hand. Zijn vriendelijke, gerimpelde gezicht stond bezorgd.

"Laura! Gelukkig, je bent er," zei hij, terwijl hij me naar binnen trok en de deur achter ons stevig op slot draaide. "Ik hield mijn hart vast toen je onderweg belde over die achtervolging. Kom snel naar binnen, in mijn werkkamer is het warm." Ik liep achter hem aan naar de achterste kamer op de begane grond, die vol stond met hoge boekenkasten gevuld met dikke wetboeken en ordners.

De geur van oud papier en leersoort hing er geruststellend. Ik liet me neerploffen in een diepe, comfortabele lederen fauteuil en nam de warme mok koffie aan die hij me aanbood. Mijn handen trilden zo erg dat de koffie bijna over de rand klotste. "Ze zaten achter me, meester Benders," zei ik met een hese stem. "Een donkere stationwagen volgde me vanaf het ziekenhuis tot bijna hier in de straat.

Ze wilden me van de weg drukken." De advocaat zuchtte diep en ging achter zijn mahoniehouten bureau zitten. Hij trok een map met documenten naar zich toe. "Dit bevestigt alles wat we vermoedden, Laura. Tom en zijn handlangers spelen op het scherpst van de snede. Ze realiseren zich dat als jij doorzet, hun hele kaartenhuis – inclusief die illegale volmacht en de aanstaande verdeling van de erfenis – als een pudding in elkaar zakt.

Maar we hebben nu genoeg gehoord om actie te ondernemen." Hij schoof een stapel papier naar voren. "Ik heb alvast een officieel verzoek opgesteld voor een spoedbevel bij de rechter-commissaris van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht. Daarin eisen we dat je vader per direct onder onafhankelijk medisch toezicht wordt gesteld, dat de vermeende volmacht wordt geschorst op grond van vermoedelijke wilsonbekwaamheid ten tijde van ondertekening, en dat jij als wettelijk begunstigde en bloedverwant onbeperkt bezoekrecht krijgt." Ik keek naar de papieren, en voor het eerst in uren voelde ik een sprankje hoop door mijn vermoeide geest stromen.

"Kan dit echt morgendagochtend al worden ingediend?" "Ja," knikte Benders beslist. "Om negen uur opent de rechtbank. Ik zal persoonlijk meegaan om het verzoek in te dienen. Maar we moeten vannacht wel erg blijven opleveren. Jij kunt beter niet naar je huis in Utrecht terugrijden, en ook niet naar een hotel in de buurt waar ze je misschien kunnen vinden.

Je blijft vannacht hier in het gastenkamertje op de bovenverdieping." Ik knikte dankbaar. "Dank u wel, meester Benders. Ik weet niet wat ik zonder u had gemoeten." "Niet te vroeg danken, kind," antwoordde hij met een sombere glimlach. "De echte strijd begint morgen pas, wanneer we dat ziekenhuis binnenstappen met een officieel gerechtelijk bevel in onze hand. En geloof me... Tom zal niet zomaar opgeven."