De Schaduw van Maastricht
News Story

De Schaduw van Maastricht

7 weergaven

DEEL 12 — Het Verraad in de Schaduw van de Wet

De woorden van dokter Van Houten hingen als gif in de lucht van de donkere gang. “Laura is veilig hier binnengekomen. Benders heeft haar opgevangen zoals we hadden verwacht. Ze gelooft elk woord dat de oude man zegt.” Het voelde alsof iemand me met volle kracht in de maag had geslagen. Al mijn hoop, al het vertrouwen dat ik in meester Benders had gesteld als de integere huisadvocaat van onze familie, stortte in één ondeelbare seconde in puin als een kaartenhuis.

Hij was niet mijn redder; hij was het lokaas geweest. Of erger nog: hij was al jarenlang de juridische architect achter de louche praktijken waarmee Tom en zijn kliek de controle over het familiebedrijf probeerden over te nemen. Ik drukte mijn hand strak tegen mijn mond om te voorkomen dat ik een hoorbaar geluid zou maken. Mijn benen voelden slap aan, alsof ze elk moment konden bezwijken.

In de werkkamer hoorde ik meester Benders antwoorden met zijn bekende, kalme stem die nu opeens gruwelijk kil en berekenend klonk: "Maak je geen zorgen over dat meisje. Laat haar maar denken dat we morgen naar de rechter-commissaris gaan. Dat geeft ons vannacht de tijd om de laatste handtekeningen definitief te laten legaliseren door een vervangende notaris die geen vragen stelt.

Tegen de tijd dat ze morgen achter de waarheid komt, is de erfenis allang overgeschreven en is het ziekenhuisdossier officieel gesloten." "Goed zo," antwoordde dokter Van Houten aan de andere kant van de lijn. "Zorg ervoor dat ze tot morgenochtend acht uur binnen blijft. Geef haar eventueel iets in de koffie als ze te lastig wordt; we willen geen getuigen die voor morgenrood de stad uit vluchten." In de koffie?

De warme mok die ik tien minuten geleden had opgedronken op uitnodiging van de advocaat! De paniek sloeg met een vernietigende kracht toe. Mijn maag begon zich pijnlijk om te draaien, niet alleen van de emotionele schok, maar plotseling ook door een vreemde, bittere smaak die ik me pas nu herinnerde aan de achterkant van mijn keel. Hadden ze me iets toegediend?

Was dat de reden waarom mijn armen en benen ineens zo zwaar aanvoelden, alsof loden gewichten eraan hingen? Ik moest hier weg. Nu. Onmiddellijk. Als ik hier bleef, zou ik morgen wakker worden in een kliniek of in een diepe, chemische slaap waaruit ik misschien nooit meer zou ontwaken. Met een laatste restje wilskracht draaide ik me om en begon op mijn zwalkende benen terug te lopen naar de trap.

Maar de verdoving in de koffie begon snel te werken; mijn zicht werd wazig, de muren van de gang leken te tollen, en mijn knieën knikten door. Met een doffe bons viel ik op de houten vloer van de gang, net op het moment dat de klink van de werkkamer naar beneden werd geduwd en de voetstappen van meester Benders op de gang verschenen.