DEEL 4 — De Huisadvocaat in het Donker
Het telefoonsignaal ging lang over. Mijn hart bonkte in mijn keel terwijl ik in de donkere auto zat, starend naar de verlichte ramen van de derde verdieping van het ziekenhuis. Net toen ik wilde ophangen, werd de verbinding verbroken en klonk een diepe, vermoeide stem aan de andere kant van de lijn. "Met mr. Benders. Wie is daar op dit late uur?" "Meester Benders, met Laura," zei ik, mijn stem klinkend als een gespannen snaar.
"Gelukkig dat u opneemt. Ik heb u dringend nodig. Het gaat om mijn vader." Aan de andere kant bleef het even stil, alsof hij moest nadenken over wie ik was. Toen veranderde zijn toon in een van bezorgde zakelijkheid. "Laura? Kind, wat is er aan de hand? Ik hoorde dat je vader in het ziekenhuis ligt in Maastricht na die zware operatie. Ik heb geprobeerd contact te zoeken met Tom om op bezoek te gaan, maar je broer houdt elke communicatie tegen.
Hij beweert dat je vader rust nodig heeft en niemand wil zien." "Dat is een leugen, meester Benders," sprak ik fel. "Of in ieder geval, een halve waarheid. Mijn vader ligt niet zomaar te rusten... hij ligt in coma! Al sinds afgelopen dinsdag!" Er klonk een scherpe inademing door de telefoon. "In coma? Dat kan niet. Dokter Van Houten heeft vanmiddag nog een officieel medisch rapport naar mijn kantoor gefaxed waarin staat dat je vader bij bewustzijn is en eigenhandig een wijziging in zijn volmacht heeft ondertekend.
Een wijziging waarbij Tom de volledige zeggenschap over het familiebedrijf krijgt." De puzzelstukjes vielen met een angstaanjagende klap op hun plek in mijn hoofd. "Dat is onmogelijk! Clara, een hoofdzuster aldaar, heeft me verteld dat hij al dagen buiten bewustzijn is. Tom en die arts werken samen om een vals testament of een valse volmacht door te drukken terwijl pap weerloos in dat bed ligt!" Meester Benders zweeg even.
Ik hoorde het geritsel van papier op zijn werkkamer en het doffe tikken van een klok op de achtergrond. Toen sprak hij met een ernstige, bedachtzame stem: "Als dit waar is, Laura, dan hebben we te maken met ernstige begunstiging, valsheid in geschrifte en mogelijke poging tot onterving onder dwang. Dit is een strafbaar feit. Maar we hebben keihard bewijs nodig.
Een telefoontje van een verpleegster is voor de rechter niet genoeg; Tom zal beweren dat het personeel onbetrouwbaar is of dat jij liegt uit frustratie over de erfenis." "Wat moeten we dan doen?" vroeg ik, terwijl ik naar de glinsterende regendruppels op mijn voorruit keek. "Ik ben zojuist door de beveiliging van het terrein gezet. Ik kan de kamer niet meer in." "Je moet niet via de hoofdingang naar binnen," zei de advocaat na een korte stilte.
"Het ziekenhuis in Maastricht is groot, gebouwd in de jaren zeventig. Er zijn oude onderhoudstunnels, laadlokalen en brandtrappen aan de achterzijde die grenzen aan de oude wasserij. Die worden 's avonds na negen uur nauwelijks bewaakt. Als je naar binnen kunt glipen, moet je proberen het medische logboek of de originele coma-verklaring van de verpleging te vinden in de centrale verpleegpost van de intensive care of de afdeling neurologie, waar patiënten na dergelijke operaties vaak worden geobserveerd.
En Laura... wees voorzichtig. Als Tom en Van Houten inderdaad malversaties plegen, deinzen ze nergens voor terug." De woorden van de oude advocaat galmden na in mijn hoofd. Inbreken in het ziekenhuis? Het klonk als iets uit een misdaadroman, iets wat volstrekt onwerkelijk was voor iemand wiens leven tot voor kort bestond uit rustige dagen in Utrecht.
Maar er was geen weg terug. Mijn vader lag daarboven, misschien vechtend voor zijn leven of gevangen in een web van hebzucht. Ik startte de motor, schakelde de lichten uit om niet op te vallen, en reed langzaam weg van de hoofdparkeerplaats. Ik zocht een plek aan de achterzijde van het enorme zorgcomplex, verscholen tussen de dichte struiken bij de laad- en losdocks. De regen bleef onverminderd stromen. Ik trok mijn donkere regenjas strak om me heen, nam een diepe, trillende teug adem, en duwde het portier open. De nacht en het ziekenhuis wachtten op me.






