DEEL 7 – Een onverwachte bondgenoot
“Luca?” bracht ik uit, mijn stem trilde hoorbaar.
Aan de andere kant van de lijn bleef het een seconde stil. Toen hoorde ik hoe hij ergens opschoof, alsof hij schrok van het horen van mijn naam. “Elena? Wat… is er aan de hand? Is alles goed met Vittoria?”
“Nee,” antwoordde ik, terwijl de tranen die ik de hele ochtend had ingehouden nu toch over wangen gleden. “Niks is goed. Ik ben er ingeluisd, Luca. Door mijn ex-man.”
Ik vertelde hem in snelle, haperende zinnen over de aangetekende brief, de foto’s van de vlucht, en de dreigende rechtszaak over de voogdij van onze dochter. Terwijl ik sprak, hoorde ik hoe Luca’s ademhaling aan de andere lijn steeds zwaarder en killer werd.
“Die smeerlap,” siste Luca door de telefoon. “Hij gebruikt die foto’s van de vlucht om jou te chanteren? Weet je wel wie die fotograaf, Marco Moretti, werkelijk is?”
Ik verstijfde. “Wat bedoel je?”
“Moretti werkt niet alleen voor roddelbladen,” zei Luca met een stem vol ijskoude verontwaardiging. “Hij is een ingehuurde pion van vastgoedmagnaten in Milaan. Dezelfde kliek waar jouw ex-man kennelijk mee verkeert. Ze proberen al maanden om mij en andere gezagvoerders zwart te maken om onze inspectierapporten over malversaties op de luchthaven te onderdrukken. Jouw ex-man heeft hem betaald om die foto’s te maken en door te spelen.”
De puzzelstukjes vielen met een angstaanjagende hardheid op hun plaats. Het was dus helemaal geen toeval dat Moretti precies op die stoel zat. Het was een vooropgezet plan geweest om Luca te beschadigen — en ik was toevallig het slachtoffer in hun web geworden.
“Wat moeten we nu doen?” vroeg ik wanhopig. “Als dit voor de rechter komt, verlies ik Vittoria. Stefano heeft de rechters in zijn zak.”
“Niet als we hen voor zijn,” klonk Luca’s stem beslist en vol onwrikbare autoriteit. “Luister goed naar me, Elena. Pak de volgende trein naar Milaan. Morgen om tien uur verwacht ik je in het hoofdkantoor van de luchtvaartmaatschappij. Ik heb een dossier over Moretti en zijn opdrachtgevers dat groot genoeg is om je ex-man en zijn vriendjes voor de volgende tien jaar achter de tralies te krijgen. We gaan ze op hun eigen terrein verslaan.”
Voordat ik kon reageren, werd de verbinding verbroken.
De volgende ochtend stond ik vroeg op. Chiara verklaarde me voor gek dat ik terugging naar de stad die ik nog maar zo kort geleden had ontvlucht, maar de blik in mijn ogen liet haar zwijgen. Ik pakte Vittoria in, stapte op de vroege hogesnelheidstrein naar Milaan, en voelde voor het eerst in maanden geen angst meer — alleen een brandende, niet te stuiten vastberadenheid.






