DEEL 6 – De brief uit Milaan
De envelop lag op de houten keukentafel alsof het een giftige slang was. Vittoria speelde op het kleed met haar blokken, gelukkig onwetend van de spanning die zich in de kamer meester van me maakte. Met trillende vingers scheurde ik de dikke enveloppe open. Binnenin zaten juridische documenten die me deden duizelen. Stefano’s advocaat eiste niet alleen een herziening van de alimentatie, maar beweerde ook dat ik ongeschikt was als moeder vanwege zogenaamde ‘psychische onstabiliteit’ na de scheiding. Erger nog: er zat een bijlage bij met foto’s.
Foto’s van mij en Luca Ferri in het vliegtuig.
De beelden waren genomen vanuit een vreemde hoek — waarschijnlijk niet door Moretti vanaf rij veertien, maar door iemand anders die dichterbij had gezeten. Op de foto’s was duidelijk te zien hoe ik met mijn hoofd op Luca’s schouder ruste, en hoe hij later mijn hand vasthad tijdens de turbulentie. De tekst eronder loog er niet om: Stefano’s advocaat gebruikte deze ‘bewijzen’ om aan te tonen dat ik er al een geheime relatie op nahield terwijl de echtscheiding nog vers was, en dat ik daarom mijn recht op de voogdij van Vittoria zou moeten verliezen.
Woede, zo fel en verblindend dat ik er misselijk van werd, trok door mijn hele lichaam.
Het was een val. Stefano wist van de publiciteit rondom Luca Ferri of had via via contactgezocht met diezelfde roddelpers om bewijsmateriaal te verzamelen dat hij kon inzetten in de rechtszaak over Vittoria. Hij wilde me kapotmaken. Niet omdat hij om onze dochter gaf, maar omdat hij zijn eigen reputatie wilde witwassen en wilde voorkomen dat hij mij enige financiële compensatie moest betalen.
“Kijk eens aan,” mompelde Chiara, die net de keuken binnenkwam met een kop koffie in haar hand. Ze keek over mijn schouder mee naar de foto’s en sloeg haar hand voor haar mond. “Nee… meen je dit? Hoe komen ze hier in vredesnaam aan?”
“Stefano,” zei ik met een hese, trillende stem. “Hij gebruikt dit om me af te breken. Hij wil me Vittoria afpakken, Chiara.”
“Dat kan hij niet maken! Dat is illegaal!” roept Chiara verontwaardigd uit. “We moeten naar een advocaat. Direct!”
Maar ik wist dat een gewone advocaat niet genoeg zou zijn. Stefano had geld, macht en connecties in de vastgoedwereld van Milaan. Hij zou elk juridisch maasje in de wet benutten om mij klein te krijgen.
Toen viel mijn oog op het nachtkastje in mijn slaapkamer. Daar lag het visitekaartje van Luca Ferri.
Zou hij me kunnen helpen? Of zou hij weigeren om betrokken te raken bij een moddergevecht dat zijn eigen toch al wankele carrière bij de luchtvaartmaatschappij volledig zou kunnen vernietigen? Ik stond op, liep met lood in de schoenen naar mijn slaapkamer en pakte het kaartje vast. Zonder na te denkentoets ik het nummer in op mijn telefoon. De hartslag in mijn keel bonkte alsof ik opnieuw in dat turbulente vliegtuig zat.
De telefoon ging over. Een keer. Twee keer. Drie keer.
Net toe ik wilde ophangen, klonk er een diepe, bekende stem aan de andere lijn.
“Met Ferri.”






