DEEL 11 – Een telefoontje vanuit de wolken
Ik haalde mijn telefoon tevoorschijn en keek naar het scherm. Het nummer was afgeschermd. Met een lichte frons op mijn voorhoofd drukte ik op de opneemknop.
“Met Elena,” zei ik voorzichtig.
“Mevrouw Rossi?” klonk een formele, zakelijke stem aan de andere lijn. Het was een vrouwenstem, kordaat en professioneel. “Spreek ik met de passagier die op 12 oktober op vlucht AZ206 zat?”
Ik keek even naar Luca, die mijn bezorgde blik opving en vragend zijn wenkbrauwen ophief.
“Ja, dat klopt,” antwoordde ik. “Wie is dit?”
“Hier spreekt inspecteur Morelli van de veiligheidscommissie van de nationale luchtvaartmaatschappij. We zijn bezig met een grondige evaluatie van het incident rond vlucht AZ206 en de poging tot chantage op kapitein Ferri. We hebben geconstateerd dat uw getuigenis cruciaal is geweest, maar we hebben ook ontdekt dat er tijdens die specifieke vlucht nog iets is voorgevallen in het bagageruim dat destijds niet is opgemerkt door de bemanning.”
Mijn hart sloeg een slag over. “In het bagageruim? Wat bedoelt u in vredesnaam?”
“Tijdens de inspectie van de koffers van vlucht AZ206 is er na het landen in Rome een niet-geïdentificeerde metalen kist aangetroffen die gekoppeld was aan de bagage van uw ex-man. De inhoud… velen spreken van gevoelige documenten en USB-sticks met versleutelde data over de interne aanbestedingen van de luchtvaartmaatschappij. We vermoeden dat uw ex-man u niet alleen gebruikte om kapitein Ferri te chanteren, maar dat hij het vliegtuig ook heeft gebruikt om illegale smokkelwaar te verplaatsen.”
De woorden dreunden na in mijn hoofd alsof er een bom ontplofte. Smokkelwaar? Mijn ex-man had niet alleen een dubbelleven en een corrupte vriendenkring, hij had kennelijk ook mij en Vittoria onbewust gebruikt als menselijk schild om illegale goederen door de douane te smokkelen op onze vlucht naar Rome!
“Bent u daar nog, mevrouw Rossi?” vroeg de inspecteur aan de andere lijn.
“Ja… ik ben er,” bracht ik uit, terwijl ik voelde hoe de grond onder mijn voeten leek te wankelen. Ik keek naar Luca. Aan zijn ogen kon ik zien dat hij de ernst van het telefoontje direct begreep. Zijn kaken spanden zich opnieuw strak aan.
“Wat is er aan de hand?” vroeg Luca met een hese stem toen ik het toestel even tegen mijn borst hield.
“Stefano heeft onze vlucht gebruikt om smokkelwaar te verplaatsen,” fluisterde ik, doodsbang. “De autoriteiten denken dat wij… dat wij onderdeel waren van zijn netwerk.”
Luca’s ogenvernauwden zich. Zonder een woord te zeggen pak an de telefoon uit mijn hand, zette hem op luidspreker, en nam het gesprek over met de autoriteit van een gezagvoerder die precies wist wat hem te doen stond.






