DEEL 13: Het Weerzien
De agenten brachten het jacht terug naar de kade en legden het vast aan de bolders. Ik stond daar te beven, mijn armen uitgestrekt, toen een van de agenten de loopplank afnam en het roze bundeltje voorzichtig aan mij overhandigde. Ik drukte mijn dochter tegen mijn borst alsof ik haar nooit meer los zou laten. Haar kleine handje, warm en zacht, greep direct vast aan mijn vinger, precies zoals ze altijd deed als ze bang was.
Ik barstte in snikken uit, maar deze keer waren het tranen van pure ontlading en grenzeloze opluchting. "Mama is hier," fluisterde ik steeds maar weer tegen haar warme wangetje, terwijl ik haar kleine hoofdje kuste. Meneer Van Dijk stond naast me en veegde met een zakdoek een traan uit zijn ooghoek, glimlachend door zijn emotie heen. Lisa stond een paar meter verderop, met een agent naast zich die haar dankbaar aankeek voor haar cruciale rol in het oplossen van de zaak.
Mevrouw Kramer werd intussen afgevoerd in een geboeide toestand, haar gezicht strak van woede en verslagenheid, terwijl ze in een laatste stuiptrekking naar ons keek. "Je hoeft je nooit meer zorgen te maken over je baan of over de huur," zei meneer Van Dijk zachtjes toen hij zijn hand op mijn schouder legde. "Vanaf morgen zorgen we samen voor een nieuwe start." Ik knikte, te geëmotioneerd om woorden te vinden, en keek naar de stralende oogjes van mijn kleine meisje dat eindelijk veilig was. Maar toen we dachten dat de nachtmerrie voorbij was, liep een rechercheur traag naar ons toe met een verzegelde plastic zak waarin een voorwerp zat dat hij zojuist in de hut van het jacht had gevonden.






