Deel 9: Het hoofdkantoor aan de Herengracht
Het hoofdkantoor van Vance Holding aan de Herengracht is een imposant pand met glazen gevels en marmeren zuilen. Vroeger was dit de plek waar mijn vader de dienst uitmaakte en waar ik als verstotene nooit over de drempel mocht stappen. Nu, met het testament en het blauwe dossier in mijn bezit, loop ik met geheven hoofd door draaideur. De receptioniste kijkt me aan met grote ogen; het nieuws van de arrestatie van mijn ouders staat inmiddels op de voorpagina van alle ochtendkranten.
“Goedemorgen, meneer Vance,” zegt ze met een nerveuze glimlach. “De directiekamer is op de vijfde verdieping.” Ik neem de lift naar boven. De glazen wanden bieden een adembenemend uitzicht over de Amsterdamse grachten, maar mijn focus ligt ergens anders: de geheime kluis onder het gebouw, waar oma in haar laatste videoboodschap over sprak. Als ik de directiekamer binnenstap, zit daar niet een lege ruimte te wachten, maar Arthur de Witt — de al tientallen jaren loyaal geachte vice-voorzitter van het bedrijf en de rechterhand van mijn vader.
Hij zit achter het mahoniehouten bureau met een kopje zwarte koffie, zijn gezicht strak en ondoorgrondelijk. “Lucas,” zegt Arthur kalm, terwijl hij zijn kopje neerzet. “Ik had niet verwacht dat jij hier zo snel zou verschijnen na al die jaren in de schaduw.” “Je hoeft geen toneel te spelen, Arthur,” antwoord ik koel, terwijl ik mijn tas op tafel leg.
“Oma heeft alles verteld. En de USB-stick in mijn bezit laat precies zien wie de touwtjes in handen had bij de fraude en de vergiftiging.” Arthur trekt een wenkbrauw op. Zijn mond plooit zich in een koele, giftige glimlach. Hij leunt achterover in zijn leren stoel en zegt: “Denk je werkelijk dat een verloren zoon die zestien jaar lang is genegeerd, zomaar de macht kan overnemen? Je weet nog niet half in wat voor wespennest je bent gestapt, Lucas.”






