Deel 2: De zwarte envelop
De woorden in de brief van mijn oma echoën na in mijn hoofd terwijl de rest van de familie op de achtergrond tiert van woede. Mijn vader, Victor Vance, stampt met zijn voet op de marmeren vloer en schreeuwt dat het testament vervalst is, dat een advocaat niet zomaar de rechtmatige bloedlijn kan passeren. Maar meneer Harrison blijft ijskoud en onaangedaan.
Hij legt uit dat het testament tien jaar geleden is opgesteld door een vooraanstaand notariskantoor in Den Haag, exact op het moment dat mijn vader en moeder besloten om de familiemaatschappij leeg te roven. Mijn moeder, Helena, probeert haar houding te redden. Ze stapt met een venijnige glimlach op me af, haar ogen smal van minachting. “Denk maar niet dat je hier zult winnen, Lucas.
Dit landgoed, de aandelen, alles staat vol met schulden. Je erft alleen maar ellende!” Ik open de zwarte envelop met trillende vingers, negerend wat ze zegt. Binnenin bevindt zich een handgeschreven briefje met een cijfercombinatie en een specifiek adres in Amsterdam: Prinsengracht 42. Boven de cijfers staat een waarschuwing: “Ze hebben geprobeerd mij te vergiftigen, Lucas. Zoek de waarheid voordat het te laat is.” Mijn adem stokt.
Oma Evelyn stierf vorige week officieel aan een hartstilstand. Maar nu ik dit lees, weet ik dat haar dood geen natuurlijk verloop heeft gehad. Terwijl mijn oom en vader luidkeels ruziemaken met de beveiliging die is ingeschakeld om hen het pand te ontzeggen, stop ik de brief en de gouden sleutel diep in mijn zak. Ik draai me om en loop naar de uitgang van de villa. Achter me hoor ik de ijselijke gil van mijn moeder: “Dit is nog niet voorbij, Lucas! Ik zal je vernietigen!”






