Deel 12: De geheime kluis onder het water
Terwijl de handlangers zich hergroeperen en opnieuw op me afstormen, schiet ik door een kleine, onopvallende dienstdeur achter de boekenkast van de directiekamer. Achter de deur bevindt zich een smalle wenteltrap die naar beneden leidt — naar de kelder, precies zoals oma in haar videoboodschap had beschreven. Ik ren de trap af, de treden krakend onder mijn gewicht, terwijl boven me het gestommel van achtervolgers weerklinkt.
De lucht beneden is klam en ruikt naar beton en grondwater. De trap eindigt in een slecht verlichte gang met een zware stalen kluisdeur aan het einde. Dit is de geheime kluis waar de echte nalatenschap en het definitieve bewijs van de familie Vance bewaard liggen. Met trillende vingers haal ik het briefje met de cijfercombinatie uit mijn zak. De stalen deur heeft een digitaal cijferslot en een sleutelgat.
Ik voer de code in: 4-8-1-9-6-2-0 en steek de gouden sleutel die ik van oma kreeg in het slot. Met een diepe, mechanische zoem schiet de zware deur van slot en zwaait langzaam open. Het licht dat uit de kluis schijnt, verblindt me even. Binnen staan rijen met oude mappen, kisten vol officiële eigendomsbewijzen en... een kistje met documenten die bewijzen dat Arthur de Witt al twintig jaar lang systematisch de gehele holding aan het leegroven is om een concurrerend imperium op te bouwen.
Maar net als ik de map open, hoor ik zware stappen op de wenteltrap achter me. Arthur de Witt staat in de deuropening van de kelder, een koud pistool in zijn hand gericht op mijn borst. “Einde oefening, Lucas.”






