HET GEHEIM VAN MAASTRICHT
News Story

HET GEHEIM VAN MAASTRICHT

41 weergaven

Het silhouet in de helikopter vervaagde snel achter de lage bewolking die boven het Maasdal hing. Mijn hart kromp ineen. Julian was niet dood. Hij had op de een of andere manier een alternatieve vluchtroute gebruikt, een geheime schacht die hem rechtstreeks naar de top van de berg had geleid waar zijn helikopter klaarstond. Helena was nergens te bekennen—zij was waarschijnlijk achtergebleven onder de duizenden tonnen mergelsteen.

"Hij is ontkomen," zei ik met een ijzige stem, terwij ik naar de verdwijnende helikopter starde.

Thomas legde een hand op mijn schouder. Hij was bleek en uitgeput, maar zijn blik was vastberaden. "Hij mag dan wel ontkomen zijn, Clara, maar zijn imperium is gebroken. Zonder Helena heeft hij geen toegang tot de codes. En zonder Thijs heeft hij de wettelijke documenten niet om de fondsen te deblokkeren."

"Maar hij zal terugkomen," zei Iris angstig. "Zolang Thijs leeft, zal Julian nooit stoppen met op ons te jagen."

"Daarom moeten we de spil van zijn netwerk definitief vernietigen," antwoordde Thomas. "De bewijzen die hem voorgoed kunnen stoppen, liggen niet meer in Maastricht. Ze liggen in een bankkluis in Luik. Documenten waarin elke illegale transactie, elke naam van gecorrumpeerde politici en alle bewijzen van de in scène gezette dood van twintig jaar geleden zijn vastgelegd."

We daalden de steile helling van de Sint-Pietersberg af naar de weg. We zagen er gehavend uit: onze kleren waren bedekt met wit mergelstof, onze gezichten vuil en onze ogen rood van de vermoeidheid. Gelukkig vonden we bij een klein café aan de grens een vriendelijke eigenaar die ons, na het zien van de baby en onze deerniswekkende toestand, een taxi liet bellen en ons wat warm eten gaf.

De taxirit naar Luik duurde een klein uur. De snelweg volgde de kronkels van de Maas, die als een dunne zilveren draad door het Belgische landschap snijdt. Niemand van ons sprak veel. Iris hield baby Thijs krampathig vast, terwij Thomas en ik uit het raam staarden, elk verzonken in onze eigen gedachten.

Ik dacht aan mijn broer. Hoe kon een jongen waarmee ik vroeger door de bossen van Limburg rende, veranderen in een gewetenloos monster? Was de kiem van die duisternis al aanwezig toen we jong waren, of was hij gecorrumpeerd door geld en macht?

Rond twaalf uur 's middags kwamen we aan in het centrum van Luik. De stad rees op met haar grauwe, imposante architectuur en drukke straten. Thomas leidde ons naar een oud, neoclassicistisch bankgebouw aan de Place Saint-Lambert.

"Blijf hier buiten wachten," zei Thomas tegen Iris en mij. "Het is veiliger als ik alleen naar binnen ga. Mijn handtekening en vingerafdruk zijn nodig om de kluis te openen."

"Ben je er zeker van dat het veilig is?" vroeg ik bezorgd.

"De bank weet niets van de illegale praktijken," antwoordde hij. "Voor hen ben ik gewoon een vermogende klant."

Thomas stapte de brede stenen trappen van de bank op en verdween achter de zware glazen deuren. Iris en ik gingen op een bankje op het plein zitten. De frisse stadslucht bracht me even tot rust, maar mijn spieren bleven gespannen. Elke passant die voorbijliep, elke man in een donkere mantel, leek een potentieel gevaar.

Kwartier ging voorbij. Halfuur.

"Waar blijft hij zo lang?" fluisterde Iris, terwijl ze onrustig op de bank heen en weer bewoog.

Net toen ik wou opstaan om poolstoot te gaan hoogte bij de ingang van de bank, zwaaiden de glazen deuren open. Thomas kwam naar buiten gerend. Zijn gezicht was doodsbleek en hij droeg geen kluisdoos in zijn handen.

"We moeten weg! Nu!" schreeuwde hij toen hij het plein over stak.

"Wat is er gebeurd?" riep ik, terwij we overeind sprongen.

"De kluis was leeg!" hijgde Thomas toen hij bij ons kwam. "En de bankmanager zei dat de inhoud een uur geleden is opgehaald... door een man die zich identificeerde als mijn vader!"

Mijn maag draaide om. Julian was ons voor geweest. Hij had de helikopter gebruikt om rechtstreeks naar Luik te vliegen en de bewijzen te vernietigen.

Maar voordat we de straat konden oversteken om te vluchten, werden we omsingeld. Drie zwarte auto's blokkeerden de wegen rond het plein. En uit de middelste wagen stapten niet de mannen van Julian... maar gewapende agenten in speciale kogelvrije vesten van de Belgische Federale Politie.

"Niet bewegen!" schreeuwde een stem door een megfoon. "Handen omhoog! Jullie staan onder arrest voor de moord op Victor Martens en brandstichting!"

---