De kille blik van de stalen handboeien om mijn polsen voelde als een definitieve nederlaag. We werden gescheiden van elkaar afgevoerd in verschillende politievoertuigen. Iris en Thijs werden onder begeleiding van een vrouwelijke rechercheur in een aparte wagen geplaatst, terwijl Thomas en ik achterin een geblindeerd busje terechtkwamen.
"Hij heeft ons erin geluisd," fluisterde ik bitter tegen Thomas, terwijl de auto's met loeiende sirenes door de drukke straten van Luik raasden. "Julian heeft het rode huis in brand laten steken door Victor, en nu geeft hij ons de schuld van Victor's dood."
"Het is een meesterzet," antwoordde Thomas met een doffe stem. "Met ons in de gevangenis heeft hij alle tijd om de erfenis opeisen en het land definitief te verlaten. De politie vervult onbewust zijn vuile werk."
We kwamen aan bij het hoofdbureau van de Federale Politie in Luik. Ik werd meegenomen naar een kale, kille verhoorkamer op de derde verdieping. Een enkel neonlicht flikkerde aan het plafond, en de enige meubels waren een houten tafel en twee stoelen.
Na tien minuten wachten ging de deur open. Een man van middelbare leeftijd met een strak gesneden grijs pak en vermoeide ogen stapte binnen. Hij droeg een dik dossier onder zijn arm en ging tegenover mij zitten.
"Mevrouw Limburg," sprak hij in foutloos Nederlands met een zwaar Belgisch accent. "Ik ben Hoofdinspecteur Wouters. We hebben veel om over te praten."
"Inspecteur, u begrijpt het niet," begon ik haastig, terwijl ik voorover boog. "U houdt de verkeerde mensen vast! Mijn broer, Julian Limburg—"
"Uw broer is twintig jaar geleden overleden bij een verkeersongeval," onderbrak Wouters mij ijskoud. hij opende het dossier en legde een serie foto's op tafel. Het waren foto's van het afgebrande rode huis aan de grens. En een foto van het stoffelijk overschot van Victor Martens, gevonden in de asresten. "Victor Martens was een gerespecteerd oud-collega van ons. En wij hebben getuigenverslagen dat u en uw dochter gisteravond bij zijn woning zijn gezien."
"Victor heeft het huis zélf in brand gestoken!" riep ik uit. "Hij werkte voor Julian! Julian leeft nog! Hij was onderweg in een zwarte helikopter naar..."
Wouters keek me aan met een mengeling van medelijden en skepsis. "Mevrouw Limburg, luister naar uzelf. U beweert dat een dode man weer tot leven is gekomen, een ondergronds imperium leidt en uw eigen familie opjaagt. Het klinkt als het script van een slechte film."
"Het is de werkelijkheid!" schreeuwde ik, terwij de tranen van onmacht in mijn ogen sprongen. "Kijk naar de genetische testen van de baby! Kijk naar de moedervlek van Thijs! Vraag het aan Thomas!"
Wouters zweeg even en bestudeerde mijn gezicht aandachtig. Hij was een doorgewinterde rechercheur en hij zag duidelijk dat de wanhoop in mijn ogen niet gespeeld ছিল.
"Stel... heel even stel dat u geen waanbeelden heeft," zei Wouters langzaam, terwij hij achterover leunde. "Waarom zou een man die twintig jaar dood is, nu ineens de kluis in Luik leeghalen? Waarom zou hij zoveel risico nemen?"
"Omdat in die kluis het bewijs lag dat zijn echte identiteit onthult!" antwoordde ik snel. "Maar als hij de kluis leeg heeft gehaald, moet er een spoor zijn! Wie heeft de kluis geopend? Welke handtekening is er gezet?"
Wouters fronsde. Hij pakte een vel papier uit zijn dossier. "De kluis is geopend met de wettelijke volmacht van de Stichting Limburg-Smeets. De handtekening die gebruikt is..." Hij zweeg plotseling en starde naar het papier.
"Welke handtekening?" vroeg ik ademloos.
"De handtekening is drie uur geleden elektronisch gezet vanaf een IP-adres op de Luchthaven van Luik-Bierset," fluisterde Wouters. He keek op van het papier, zijn gezicht ineens heel ernstig. "Op naam van een man die geregistreerd staat als... Julian Limburg."
Een schok ging door de kamer. Wouters stond abrupt op van zijn stoel. De povere leugens van het verleden begonnen voor zijn ogen te ontrafelen.
"Er staat een privéjet klaar op Bierset," zei Wouters haastig, terwij hij zijn walkietalkie van zijn riem trok. "Vertrek gepland over twintig minuten... bestemming Zwitserland."
---






