HET GEHEIM VAN MAASTRICHT
News Story

HET GEHEIM VAN MAASTRICHT

41 weergaven

Mijn longen vulden zich vrijwel direct met de bijtende, zwarte rook die door de kier onder de deur bleef stromen. Het vuur knapte en vreet zich met een raspend geluid door de droge houten vloerdelen van de Gang. Paniek, puur en meedogenloos, greep me naar de keel.

"Iris! Iris, word wakker!" schreeuwde ik, terwijl ik me omdraaide naar de kleine hoekbank waar mijn dochter met baby Thijs lag te slapen.

Iris schoot overeind, haar ogen wijd opengesperd van schrik. Ze griste Thijs g instinctief in haar armen en drukte een doek tegen het gezichtje van het kind. "Mam! Wat is er gebeurd? Er is vuur!"

"Victor..." hoestte ik, terwijl het zweet op mijn voorhoofd stond van de intense hitte die door de muren drong. "Victor heeft ons opgesloten! Hij heeft het huis in brand gestoken!"

"Wat?!" schreeuwde Iris vol ongeloof. "Dat kan niet! Hij heeft ons geholpen!"

Maar er was geen tijd voor onbegrip of verdriet over het verrad. De vlammen sloegen al door het dunne houten paneel van de deur. De studeerkamer veranderde in een verstikkende oven. Ik keek wild om me heen op zoek naar een uitweg. Het raam was de enige optie, maar het zware houten luik aan de buitenkant was dichtgeschroefd of geblokkeerd.

Ik greep een zware, koperen leeslamp die op het bureau van Victor stond, trok het snoer met een harde ruk los en rende naar het raam. Met al de kracht die in mijn 61-jarige lichaam zat, ramde ik het koperen voetstuk tegen het glas en het houten luik. Het glas versplinterde met een luid gekletter. Het hout van het luik kraakte, maar gaf niet meteen mee.

"Help me, Iris!" riep ik, terwijl ik nog een keer uithaalde.

Samen gooiden we ons gewicht tegen het verweerde hout. Met een luid krakend geluid brak de buitenste grendel af en vloog het luik open. De frisse, koude buitenlucht stroomde de kamer binnen, maar voedde tegelijkertijd het vuur achter ons, dat met een luid gebrul explodeerde.

"Eerst Thijs!" schreeuwde ik.

Ik klom op de vensterbank en hielp Iris om voorzichtig door het raam te klimmen. Ze liet zich vallen in het hoge, natte gras buiten, met de baby veilig op haar borst geklemd. Daarna klom ik zelf door het raamkozijn. Ik kwam hard neer op de drassige grond, waarbij een scherpe pijn door mijn reeds gehavende knie schoot.

We rolden door het gras om de rook uit onze kleren te krijgen en keken achterom. Het rode huis stond volledig in brand. De vlammen reikten tot hoog in de nachtelijke hemel. En daar, op honderd meter afstand bij de steiger, stond Victor. Hij keek ijzig stil naar de vlammenzee, met een walkietalkie in zijn hand.

Ik hoorde zijn stem door de stilte van de nacht schallen, koud en zonder enige twijfel: "Het is geregeld, Julian. Ze zijn opgesloten in de studeerkamer. Het pand brandt tot de grond toe af. Stuur het geld naar de afgesproken rekening."

Mijn bloed kookte. Victor was nooit een jager geweest die op Julian joeg; hij was een lokaas, een werktuig van mijn broer om ons in de val te lokken en het vuile werk op te knappen zonder sporen achter te laten.

"Kom op," fluisterde ik tegen Iris, terwijl ik haar bij de arm pakte. "We moeten weg voordat hij doorheeft dat we buiten zijn."

Bukkend door het hoge riet langs de oever van de Maas bewogen we ons weg van het brandende huis. Elk moment verwachtte ik dat Victor zich zou omdraaien en ons zou zien, maar hij bleef geobsedeerd kijken naar het verwoestende vuur dat zijn eigen schuilplaats in de as legde.

Na een half uur zwoegen door de blubber en het struikgewas kwamen we uit bij een smalle landweg. Mijn krachten waren vrijwel uitgeput. Mijn ademhaling was een rauwe rasp en mijn kleren roken doordringend naar rook en verbrand hout.

"Waar moeten we heen, mam?" vroeg Iris met een gebroken stem. Ze zat op haar knieën in de berm, haar krachten eveneens verdwenen. "We hebben geen auto, geen geld, geen wapens. Julian heeft alles onder controle."

Ik keek naar mijn kleinzoon, die miraculeus genoeg in slaap was gevallen, gewiegd door het ritme van onze vlucht. Ik dacht aan mijn overleden broer Julian, aan de leugens van twintig jaar, en aan de woede die zich in mijn binnenste had opgebouwd.

"Nee," zei ik vastberaden, terwijl ik Iris over haar bol streek. "Julian denkt dat hij iedereen kan bespelen. Maar hij is vergeten dat ik zijn zus ben. Ik ken zijn manier van denken. Ik weet hoe hij twintig jaar geleden te werk ging."

"Wat bedoel je?"

"Toen Julian 'stierf', was er één plek waar hij altijd naartoe ging als hij in de problemen zat," antwoordde ik. "Het oude familiearchief in het klooster van Slavante, op de Sint-Pietersberg. Als er ergens documenten liggen over zijn echte identiteit en de ontvoering van Thomas, dan is het daar."

Op dat moment lichtten er aan de horizon van de landweg twee koplampen op. Een oude landbouwtrekkers met een aanhanger reed langzaam onze richting uit.

Ik stapte de weg op en stak mijn hand uit. Het was tijd om terug te slaan...

---