De motor van de boot ronkte gestaag terwij we ons met hoge snelheid over het stroomversnellende water van de Maas verplaatsten. De lichten van Maastricht werden langzaam kleiner in de verte, totdat ze verdwenen achter de bochten van de rivier. Pas toen de stilte van het platteland ons omhulde, liet ik me op een houten bankje in de stuurhut zakken. Mijn handen trilden zo erg dat ik ze nauwelijks stil kon houden.
Victor, de man aan het roer, keek strak voor zich uit naar het donkere water. Hij was een man van in de zestig, met diepe rimpels rond zijn ogen en een gezicht dat getekend was door jaren van hard werken in de buitenlucht.
"Het scheelde geen haar," zei Victor met een lage, hese stem. Hij keek even opzij naar Iris, die op de vloer van de cabine zat en baby Thijs probeerde te troosten. "Gaat het met het kleintje?"
"Hij is stil, Gott sei dank," fluisterde Iris. Ze keek mij aan, haar ogen vol schuldgevoel. "Het spijt me zo, mam. Ik had je hier nooit in moeten meeslepen. Maar je was de enige die ik nog kon vertrouwen."
"Verklaringen, Iris," zei ik resoluut, hoewel mijn stem trilde. "Nu. Ik wil alles weten. Wie is die man die zichzelf Julian noemt? Hoe kan mijn broer nog leven? En wie is Victor?"
Victor zuchtte diep en zette de scheepsmotor op een lager toerental. "Ik zal mezelf eerst voorstellen, Clara. Ik ben Victor Martens. Ik was twintig jaar geleden een rechercheur bij de federale politie in België. Ik was de man die het onderzoek leidde naar het 'ongeluk' van jouw broer."
Mijn adem stokte. "Het onderzoek? Maar de politie zei destijds dat het een eenvoudig eenzijdig ongeval was. Een auto die uit de bocht vloog en in de diepte stortte!"
"Dat was het officiële verhaal dat aan de pers en aan jou werd verkocht," antwoordde Victor bitter. "In werkelijkheid was Julian betrokken bij een grootschalig internationaal netwerk dat zich bezighield met kunstsmokkel, witwassen en illegale adopties via de Maastrichtse ondergrondse routes. Toen het netwerk dreigde te worden opgerold, heeft Julian zijn eigen dood in scène gezet met behulp van gecorrumpeerde hooggeplaatsten. Hij veranderde zijn identiteit, dook onder in de schaduwen van Limburg en zette zijn praktijken voort op een veel grotere, duisterdere schaal."
"En Thomas?" vroeg ik, terwijl ik naar de baby keek. "Wie is Thomas?"
Iris nam het woord over. Haar stem was zacht, breekbaar. "Thomas is Julian's zoon, geboren uit een relatie die hij geheim hield tijdens zijn ondergrondse leven. Thomas wist niet wie zijn vader werkelijk was, totdat hij per ongeluk op documenten stuitte in Julian's kluis. Zes jaar geleden ontmoette ik Thomas in Luik. We werden verliefd, zonder dat ik wist wie hij was. Pas toen we erachter kwamen dat onze families op zo'n gruwelijke manier met elkaar verbonden waren, probeerden we te vluchten."
"Julian ontdekte onze plannen," ging Iris verder, terwijl er een traan over haar wang rolde. "Hij kon het niet verkropen dat Thomas hem de rug toe keerde. Drie maanden geleden, vlak voordat Thijs werd geboren, hebben Julian's mannen Thomas ontvoerd. Ik weet niet waar hij is, mam. Ik weet niet eens of hij nog leeft."
"Waarom stuurde je mij die foto van Thijs?" vroeg ik. "Waarom wilde je dat ik naar Maastricht kwam?"
"Omdat Thijs de sleutel is," antwoordde Victor namens haar. Hij stuurde de boot naar een kleine, vervallen steiger aan de Belgische kant van de Maas, verscholen achter een dichte rij wilgenbomen. "Julian heeft een wettelijke erfgenaam nodig om toegang te krijgen tot de geheime stichtingsgeheimen en rekeningen die op naam staan van de bloedlijn van jouw familie. Zolang Thijs in leven is en niet in Julian's handen valt, kan Julian zijn macht niet consolideren. Maar zodra hij de baby heeft..."
"Laten we van boord gaan," onderbrak Victor zichzelf. "We zijn er."
We stapten uit op de natte kade. Voor ons rees een oud, alleenstaand bakstenen huis op met roodgeverfde luiken. Het lag geïsoleerd tussen de velden, op de grens tussen Nederland en België.
Victor ging voorop en opende de zware houten voordeur. Het huis rook naar oud papier, open haardvuur en droge kruiden. Hij leidde ons naar een studeerkamer waar de muren bedekt waren met landkaarten, krantenknipsels en foto's die met rode draden aan elkaar verbonden waren. Het was het levenswerk van een man die geobsedeerd was door het ontmaskeren van Julian Limburg.
"Jullie kunnen hier een paar uur rusten," zei Victor terwijl hij de luiken van het raam stevig sluit. "Morgenochtend moeten we naar Luik. Daar bevindt zich een kluis van Thomas. Daarin ligt het bewijs dat Julian definitief achter de tralies kan zetten."
Ik zakte neer op een oude leren fauteuil. De uitputting van de nacht eiste ten slotte zijn tol. Mijn ogen werden zwaar, en voor het eerst in uren voelde ik een vlaag van veiligheid.
Maar die veiligheid was een illusie.
Rond vier uur 's nachts werd ik wakker geschrikt door een vreemd, gissend geluid. Ik opende mijn ogen en zag dikke, grijze rook onder de deur van de studeerkamer door stromen. Er klonk een knappend geluid van vlammen die zich razendsnel door de houten gang fraten.
Ik sprong overeind en sloeg op de deur. "Victor! Iris!" schreeuwde ik.
Toen ik de klink naar beneden duwde, bleek de deur van buitenaf te zijn geblokkeerd. En door het kleine venster van het roodgeverfde luik zag ik een figuur buiten op het erf staan, die een brandende fakkels op het dak van het huis gooide.
Het was geen vreemde. Het was Victor zelf.
---






