De uren na het incident op de luchthaven verliepen in een roes van juridische procedures, medische controles en persconferenties. Het nieuws dat de beruchte 'dode' crimineel Julian Limburg daadwerkelijk nog leefde en was neergeschoten op Luik-Bierset, sloeg in als een bom in de Nederlandse en Belgische media.
Inspecteur Wouters hield zijn woord. Hij zorgde ervoor dat Iris, Thomas, baby Thijs en ik werden overgebracht naar een veilig onderkomen in een discreet hotel nabij Hasselt. Voor het eerst in zes jaar konden we een nacht doorslapen zonder het constante gevoel dat we opgejaagd werden.
De volgende ochtend zat ik aan een kleine tafel bij het raam van de hotelkamer, kijkend naar de opkomende zon die de tuinen van het hotel goudkleurde. Iris kwam naast me zitten met een kop warme thee. Ze zag er nog steeds vermoeid uit, maar de donkere kringen onder haar ogen begonnen langzaam te vervagen.
"Thomas is bij de politie," zei Iris zachtjes. "Hij is vrijwillig alle documenten aan het doornemen om het hele netwerk van zijn vader en moeder bloot te leggen. De rechercheurs zeggen dat hij waarschijnlijk niet vervolgd zal worden, omdat hij als getuige en slachtoffer heeft gehandeld."
Ik knikte stil en nam een slok van mijn thee. "En Thijs?"
"Hij slaapt," glimlachte Iris, en voor het eerst in jaren zag ik weer die oude, levendige vonk in haar ogen. "Hij is gezond, mam. De dokter heeft hem nagekeken. Hij heeft niks overgehouden aan die verschrikkelijke dagen."
"Het is voorbij, Iris," fluisterde ik, terwij ik haar hand vastpakte. "Echt voorbij."
Rond het middaguur kwam Thomas aan bij het hotel. Hij droeg een eenvoudige spijkerbroek en een trui—geen spoor meer van de man die vastgebonden zat in de mergelgrotten. Hij zag er opgelucht uit, hoewel de schaduw van het verleden nog steeds op zijn schouders rustte.
"De politie heeft de geheime kluizen in Zwitserland en Luxemburg bevroren," zei Thomas terwij hij bij ons kwam zitten. "Al het geld dat door Julian en Helena illegaal is vergaard, wordt overgedragen aan een fonds voor de slachtoffers van hun praktijken."
"En de mergelgrotten bij Slavante?" vroeg ik.
"Het bergingsteam heeft de doorgang onderzocht," antwoordde Thomas ernstig. "De grotten zijn volledig ingestort. Het lichaam van mijn moeder is geborgen... ze was op slag dood. Het hoofdkwartier van Julian onder de berg bestaat niet meer."
Ik keek naar de man die de zoon was van mijn broer, maar die zo anders was geselecteerd door het leven. "Wat ga jij nu doen, Thomas?"
Thomas keek naar Iris, en daarna naar baby Thijs die zachtjes begon te bewegen in de kinderwagen naast de tafel.
"Ik wil een nieuw leven opbouwen," zei hij oprecht. "Ver weg van Limburg, ver weg van de namen en de schaduwen van het verleden. Een plek waar Thijs kan opgroeien zonder te weten van het monster dat zijn grootvader was."
"Een schone lei," zei ik zachtjes, ditmaal met de echte betekenis van die woorden. "Maar niet alleen. Wij zijn een familie."
Op dat moment ging de telefoon van Thomas over. He nam op, luisterde een minuut lang stilzwijgend naar de stem aan de andere kant van de lijn, en zijn gezicht betrokken opnieuw.
"Wat is er?" vroeg Iris direct.
Thomas legde de telefoon langzaam op tafel. "Dat was Inspecteur Wouters. Ze hebben het autopsierapport van het lichaam op de landingsbaan binnen gekregen."
"En?" vroeg ik, terwijl een ijskoude rilling over mijn rug liep.
"De man die op de landingsbaan werd neergeschoten... had weliswaar het gezicht van Julian via plastische chirurgie..." fluisterde Thomas met een trillende stem, "...maar de DNA-test matcht niét met de familie Limburg. Het was een dubbelganger."
---






