Het hoofdbureau van de politie veranderde binnen enkele minuten in een mierennest van activiteit. Hoofdinspecteur Wouters had het signaal op scherp gezet. De twijfel in zijn ogen was verdwenen en vervangen door de jachtinstincten van een ervaren speurder.
"Mevrouw Limburg, u blijft hier," zei Wouters streng toen hij de deur van de verhoorkamer opendeed.
"Geen sprake van!" zei ik resoluut, terwij ik opstond en mijn polsen, die inmiddels bevrijd waren van de boeien, masseerde. "Mijn dochter en mijn kleinzoon zijn hierbij betrokken. Julian zal niet twijfelen om alles te vernietigen als hij weet dat hij klem zit. Ik ga mee."
Wouters keek me strak aan, zag de ijzeren wil in mijn ogen en knikte kortstondig. "Goed. Maar u blijft in de wagen."
Vijf minuten later raasde een konvooi van vier politiewagens en een SWAT-busje met loeiende sirenes over de snelweg richting de luchthaven van Luik-Bierset. Thomas en Iris zaten bij mij in de achterste wagen. Iris hield baby Thijs stevig tegen zich aan gedrukt. De angst was nog steeds op haar gezicht te lezen, maar er was ook een glimp van opluchting: eindelijk werd de waarheid gezien door de autoriteiten.
"Als hij een privéjet heeft klaarzitten, betekent het dat hij alle gestolen documenten en het geld al digitaal heeft overgezet," zei Thomas, terwij hij uit het raam starde naar de borden die de luchthaven aankondigden. "Hij heeft alleen nog een fysieke vlucht nodig om uit het bereik van de Europese politie te komen."
"En zodra hij in het internationale luchtruim is, krijgen we hem nooit meer te pakken," voegde ik eraan toe.
De luchthaven van Luik-Bierset rees op in het landschap—een uitgestrekt complex van landingsbanen, vrachtterminals en een afgezonderde sectie voor privé-luchtvaart. De politiewagens vlogen door de beveiligde poort van de vrachtterminal, waarbij de slagbomen met geweld werden geramd.
We kwamen aan op het platform voor de VIP-hangars. En daar, op honderd meter afstand op de taxibaan, stond een slanke, witte privéjet. De motoren draaiden al met een hoog, fluitend geluid en de vliegtuigtrap werd net ingetrokken.
"Blokkeer de taxibaan!" schreeuwde Wouters door zijn marifoon.
Twee politiewagens schoten naar voren en stelden zich dwars op de weg van het vliegtuig op. De koplampen en zwaailichten verlichtten de cockpit van de jet.
De privéjet stopte abrupt. De turbine-motoren bleven loeien, maar het vliegtuig kon niet meer vooruit zonder tegen de politiewagens aan te rijden.
Het SWAT-team sprong uit het busje en nam posities in achter de wagens, hun automatische wapens strak gericht op de deur van het vliegtuig.
"Hier spreekt de Federale Politie!" schalde de stem van Wouters door de megafoon. "Zet de motoren uit en kom met de handen omhoog naar buiten!"
Een minute lang gebeurde er niets. De spanning op het platform was te snijden. Het enige geluid was het gieren van de straalmotoren en het ruisen van de wind over de landingsbaan.
Toen zwaaide de deur van de privéjet langzaam open. De trap werd weer naar beneden geklapt.
Een man stapte naar buiten op het platform van de trap. Hij drong een strak, donker pak en een lange mantel. In zijn rechterhand droeg hij een zware, leren koffer.
Het was Julian.
Hij keek neer op de overmacht aan politieagenten alsof het niet meer dan een hinderlijke onderbreking van zijn reis was. Zijn gezicht was volkomen kalm.
"Julian Limburg!" riep Wouters. "Het is voorbij! Stap langzaam de trap af!"
Julian lachte zachtjes—een geluid dat verloren ging in het geraas van de motoren, maar de minachting op zijn gezicht was duidelijk zichtbaar. Hij keek langs de agenten heen, zijn blik zoekend tot hij de politiewagen vond waar ik achter stond. Zijn blauwe ogen boorden zich in de mijne.
"Het is nooit voorbij, Clara," sprak hij, hoewel zijn stem niet te horen was.
Vervolgens deed hij iets wat niemand verwachtte. Hij greep een klein, zwart kastje uit zijn binnenzak—een afstandsbediening met een rode knop.
"Niet schieten!" schreeuwde Thomas vanaf de achterbank van onze wagen. "Hij heeft het vrachtdepot van de luchthaven ondermijnd! Als hij die knop indrukt..."
Julian hief zijn hand met de afstandsbediening omhoog, zijn duim rustend op de rode knop.
"Iedereen achteruit!" brulde Wouters. "Hij heeft een ontsteker!"
---






