Deel 8: Op het Dak van de Wereld
De koude herfstwind sloeg ons tegemoet toen we door de smalle opening naar buiten kropen op het platte dak van het veertig verdiepingen tellende hoofdkantoor van NovaCorp. Beneden ons lag Amsterdam-Zuid als een uitgestrekt tapijt van fonkelende lichtjes in de regen. De druppels tikten onophoudelijk op het grind van het dak. ‘Hierheen!’ wees Daan naar een metalen ladder die leidde naar de helikopterplatform op het hoogste punt van het gebouw.
We klommen als bezetenen omhoog, onze handenklauwen vast aan de natte sporten van de ladder. Achter ons hoorden we het metalen geluid van de deur die opengebroken werd. De bewakers en Marcus volgden ons op de hielen. Een felle zaklamp scherpte door de mist en raakte bijna onze ruggen. ‘Ze komen eraan!’ pufte ik, terwijl ik hijgend de rand van het helikopterplatform bereikte en mezelf naar boven hees.
Daan sprong vlak achter me aan. We stonden op de winderige top van het gebouw. Er was geen verdere weg meer omhoog. Om ons heen was alleen de open lucht, de gure wind en de regen die ons doorweekte. ‘Einde van de lijn, Sophie!’ klonk de stem van Marcus die uit het mangat omhoog klom, gevolgd door twee bewakers met getrokken vuurwapens. Hij stond op het platform, zijn jas wapperend in de wind, met een triomfantelijke glimlach op zijn gezicht.
‘Je kunt nergens meer heen. Geef die USB-stick hier, en misschien – heel misschien – zorg ik ervoor dat je cel in de Bijlmer een raam heeft.’ Ik keek naar de afgrond achter Marcus, en toen naar Daan, die stiekem zijn hand in zijn zak legde waar de USB-stick en een kleine zender zaten. ‘Je vergeet één ding, Marcus,’ zei ik, terwijl ik een stap naar voren deed om zijn aandacht vast te houden.
‘Alles wat je hier hebt gedaan, staat inmiddels niet meer alleen op die stick. Het is al automatisch doorgestuurd naar de FIOD en de nationale pers.’ Marcus’ glimlach stokte voor een seconde. Zijn ogen versmaldigden zich. ‘Bluf. Je had geen netwerkverbinding meer.’ ‘Weet je het zeker?’ klonk er ineens een tweede stem vanuit de donkere schaduw achter de helikopterloods. Een gestalte stapte naar voren. Een vrouw in een doorweekte regenjas, met bleke wangen en donkere kringen onder haar ogen, maar met een blik van absolute triomf. Sarah.






