De Toegangspas
News Story

De Toegangspas

1 weergaven

Deel 5: Het Plan van de Zesde Verdieping

We meerden de aluminium boot aan bij een verlaten steiger nabij de Houthavens, ver van de hoofdingang van NovaCorp. De regen hield aan, maar de wind was iets gaan liggen. We doken een ondergrondse parkeergarage binnen die verbonden was met een leegstaand kantoorpand naast het hoofdkantoor van NovaCorp. Daan bleek een oude sleutelbos bij zich te hebben die hij ooit had meegenomen tijdens een renovatieproject – een geluk bij een ongeluk dat onze enige reddingslijn werd.

In een donkere hoek van de parkeergarage, beschut tegen de wind, legden we ons plan vast. Daan had via zijn versleutelde tablet nog steeds toegang tot de serverlogboeken, zij het met beperkte rechten. ‘Kijk,’ zei Daan terwijl hij het scherm naar me toe draaide. Het blauwe licht verlichte zijn bezorgde gezicht. ‘Er loopt een automatische audit om twaalf uur vannacht.

Al het dataverkeer van de financiële administratie wordt dan gedupliceerd naar een externe server in Zürich. Als we ervoor zorgen dat de echte gegevens – inclusief de bewijzen van de vervalsing door Marcus – voor die tijd worden gekopieerd naar een fysieke harde schijf in de kluis op de veertiende verdieping, kunnen we ze voor anker leggen.’ ‘En Sarah?’ vroeg ik.

‘Wat als zij daar gevangen wordt gehouden?’ Daan zweeg even. Hij keek naar de grond en sloot toen zijn laptop. ‘Als ze nog leeft, Sophie, dan is de kluisruimte de enige plek in dat gebouw waar ze haar kunnen verbergen zonder dat de gewone beveiliging het merkt. Die verdieping is alleen toegankelijk met de master-pas die jij nu in je hand hebt.’ We wisten dat we geen keuze hadden.

Om negen uur ’s avonds, toen het kantoor van NovaCorp volledig verlaten leek op een paar nachtwakers na, sloop we het gebouw binnen via de laadperrons aan de achterzijde. De geur van chemisch reinigingsmiddel en versleten tapijt kwam me tegemoet toen we door de personeelslift naar boven gingen. De lift stopte niet bij de zesde verdieping, maar sloeg direct door naar de tiende, precies zoals Daan had ingesteld via zijn smartphone.

We kropen door het lage ventilatiesysteem naar de twaalfde verdieping. Het metaal was koud en scherp, en elk geluid leek te galmen door de holle schachten. Mijn adem ging in snelle stoten. Beneden ons hoorden we de voetstappen van een nachtwaker die zijn ronde liep met een zaklamp. We hielden onze adem in, ineengedoken in het pikkedonker, tot het geluid van de laarzen op het marmeren vloeroppervlak langzaam wegzakte in de verte.

Toen we eindelijk de veertiende verdieping bereikten, stonden we oog in oog met de zware, gepantserde deur die toegang gaf tot het kantoor van Els en de aangrenzende directieruimtes. Geen gewone klink, geen gewone sleutelgat. Alleen een elektronisch paneel met een vingerafdrukscanner en een lezer voor een toegangspas. ‘Dit is het moment,’ fluisterde Daan, terwijl hij zijn gereedschap klaarzette om het paneel te overbruggen als de pas niet zou werken. Ik haalde diep adem, nam de zwarte pas van Sarah uit mijn binnenzak en hield hem strak tegen de lezer aan. Het bleef even akelig stil. De rode ledlampjes bleven knipperen. Mijn hart sloeg over. Zou het dan toch een valstrik zijn?