Deel 7: De Val in het Hoofdkantoor
‘Schiet op, Daan!’ schreeuwde ik toen ik de zware buitendeur zag trillen door de klappen die ertegen werden gegeven. De bewakers probeerden de deur met geweld open te breken omdat het elektronische systeem was vastgelopen. ‘Klaar! Ik heb het!’ Daan trok de USB-stick met een ruk uit de poort, gooide zijn tablet in zijn rugzak en rende naar me toe. Maar het was al te laat om via de gang te ontsnappen.
De deur barstte open met een luide knal. Twee bewakers in zwarte uniformen van NovaCorp stormden de kamer binnen, hun wapens getrokken en gericht op ons. ‘Geen beweging! Handen omhoog!’ schreeuwde de voorste bewaker, een brede man met een koel litteken langs zijn kaak. Daan en ik stonden klem tegen de kluisdeur. Er was geen uitweg meer. Ik voelde de paniek als een koude hand om mijn keel grijpen.
Alle bewijzen die we hadden verzameld, lagen op die kleine USB-stick in Daans tas. Als ze die afpakten, waren we verloren. ‘Leg die tas neer, allebei,’ zei een bekende stem vanuit de deuropening. De bewakers deden een stap opzij. Langzaam stapte Marcus het kantoor binnen. Zijn grijze maatpak zat vlekkeloos, zijn haren waren strak achterover gekamd, en op zijn gezicht lag een minachtende glimlach.
Hij keerde zijn sleutels rond in zijn hand alsof hij op zondagmiddag door de stad slenterde. ‘Kijk eens aan,’ zei Marcus zacht, terwijl hij zijn handen in zijn zakken stak. ‘De kleine analist en onze ontspoorde IT-jongen. Ik moet toegeven, Sophie, je bent vasthoudender dan Sarah. Maar aan al het goede komt een eind.’ ‘Jij hebt Sarah iets aangedaan,’ bracht ik uit, terwijl mijn stem trilde van opgekropte woede.
‘Jij hebt haar gedwongen om mijn handtekening te vervalsen, en toen ze niet meer mee wilde werken, heb je haar laten verdwijnen!’ Marcus lachte zachtjes. Het was een hol, kil geluid. ‘Sarah was naïef, Sophie. Ze dacht dat ze de wereld kon redden met een paar gele post-it briefjes. Maar de wereld wordt gerund door cijfers, niet door idealen. En die cijfers wezen naar jou.
Zodra de politie straks de USB-stick in jouw bezit vindt – oh, geloof me, mijn beveiliging zal ervoor zorgen dat die stick in jouw zak wordt gevonden – zal niemand je ooit nog geloven.’ Hij maakte een gebaar naar de bewakers. De man met het litteken stapte naar voren om Daan vast te grijpen. Maar op dat exact juiste moment gebeurde er iets wat niemand had voorzien.
Het lichtsnoer boven onze hoofden begon heftig te flikkeren. Daan had vlak voordat hij de kluis verliet een automatisch script op het gebouwbeheersysteem losgelaten – een noodstroom-reset die alle primaire systemen voor tien seconden uitschakelde. Het kantoor dook in absolute duisternis. ‘Nu!’ schreeuwde Daan. In de chaos hoorde ik een doffe kreet, het geluid van glas dat brak en gestommel.
Ik bedacht me geen moment, greep naar de arm van Daan in het pikkedonker en samen doken we achter het massieve mahoniehouten bureau van Els terwijl achter ons de bewakers in het rond schoten. De kogels vlogen door de lucht en sloegen gaten in de muur en het glas. ‘De nooduitgang achter de boekenkast!’ riep Daan. We gleden op onze knieën over het tapijt, langs de verschoven boekenkast die nog op een kiertje stond, en doken de technische schacht in die naar de daktuin leidde. Achter ons hoorden we Marcus schreeuwen van woede: ‘Pak ze! Laat ze niet ontsnappen!’






