Deel 3: De Onverwachte Bondgenoot
‘Stil, als je je leven liefhebt,’ fluisterde een hese stem in mijn oor. De geur van dure cologne en sigarettenrook vulde mijn neus. Mijn spieren spanden zich tot het uiterste. Ik wilde trappen, slaan, mezelf loswringen, maar toen de hand van mijn mond werd gehaald en ik in de ogen keek van de persoon die mij had vastgegrepen, stokte mijn adem opnieuw.
Het was Daan, de hoofdingenieur van de IT-beveiliging bij NovaCorp. Dezelfde man die op maandagochtend nog heel vriendelijk gedag had gezegd bij de koffieautomaat op de vierde verdieping. ‘Daan? Wat… wat doe jij hier?’ bracht ik uit, terwijl ik mijn adem probeerde te kalmeren. Ik drukte mijn rug tegen de koude stalen pilaar en keek om me heen of we werden gadegeslagen.
‘Ben jij ook gevolgd?’ Daan keek bezorgd om zich heen en trok me dieper de schaduw in, achter een stapel houten pallets. Hij droeg geen strak pak zoals op kantoor, maar een donkere regenjas met opgezette kraag. Zijn ogen stonden rood door vermoeidheid. ‘Ik ben niet gevolgd, Sophie. Ik was naar je op zoek. Vanaf het moment dat Els je kantoor binnenhaalde, wist ik dat je het volgende doelwit was.’ ‘Het volgende doelwit?’ mijn stem sloeg over.
‘Daan, leg me uit wat hier in vredesnaam aan de hand is. Sarah is verdwenen, mijn naam staat onder illegale transacties van miljoenen, en zojuist hoorde ik een voicemail waarin Marcus op de achtergrond te horen was vlak voordat Sarah werd aangevallen!’ Daan knikte somber. Hij haalde een klein, aluminium doosje uit zijn zak, opende het en haalde er een USB-stick uit.
‘Marcus werkt niet alleen, Sophie. De hele raad van bestuur zit tot over hun oren in de witwaspraktijken via NovaCorp. Ze gebruiken de Europese rekeningen als doorvoerluik voor vastgoedtransacties in Oost-Europa. Sarah ontdekte het toevallig toen ze de jaarrekening van de afdeling investeringen controleerde. Ze zag dat er structureel geld werd weggesluisd onder de noemer van ‘consultancykosten’.’ ‘En mijn handtekening?’ vroeg ik, terwijl een koude rilling over mijn rug liep.
‘Hoe kregen ze in vredesnaam voor elkaar dat het leek alsof ik het had gedaan?’ ‘Dankzij jouw digitale certificaat,’ antwoordde Daan kalm. ‘Elke werknemer heeft een unieke sleutel op zijn toegangspas. Maar als hoofd van de IT-beveiliging heb ik toegang tot de master-server. Marcus heeft mij onder bedreiging van ontslag – en later bedreigingen aan het adres van mijn familie – gedwongen om jouw inloggegevens te klonen en op jouw terminal te simuleren dat jij die overboekingen hebt goedgekeurd.
Sarah zag mij destijds achter de console staan toen ik het moest doen. Ze dacht dat ik een medeplichtige was. Pas gisteravond, toen ze mij dit pakhuis doorgaf via een anonieme app, begreep ze dat ik werd gechanteerd.’ Ik keek Daan strak aan. Kon ik hem wel geloven? Was dit niet gewoon een sluw toneelstukje om de echte dader te dekken? Maar toen zag ik de blauwe plekken op zijn polsen, alsof hij kort geleden was vastgebonden.
‘Waar is Sarah nu, Daan?’ vroeg ik dwingend. ‘De voicemail… ze werd aangevallen!’ ‘Dat weet ik niet precies,’ zei Daan met een trillende stem. ‘Maar we moeten hier weg. Marcus en zijn beveiligingsteam hebben een GPS-tracker gedetecteerd op Sarahs tweede toegangspas die jij net hebt opgepakt. Ze zijn onderweg naar dit pakhuis. Binnen vijf minuten staan ze hier.’ De woorden waren nog niet koud of in de verte klonk het gedreun van zware autowielen op het grind buiten.
Twee motorvoertuigen remden met piepende banden tot stilstand voor de ingang van het pakhuis. De schijnwerpers sneden door de kieren van de houten wanden. ‘Vlug!’ fluisterde Daan, en hij trok me mee naar een roestige nooduitgang aan de achterzijde van het gebouw, recht richting de waterkant van het IJ.






