De Toegangspas
News Story

De Toegangspas

1 weergaven

Deel 6: De Puzzelstukken Vallen Samen

Het rode lichtje op de lezer sprong ineens over naar een heldere, pulserende groene kleur. Met een zware, mechanische klik ontgrendelde de gepantserde deur zich en zwaaide langzaam open. De koele, geurloze lucht van de directiekamer stroomde ons tegemoet. ‘Het werkt,’ fluisterde Daan ongelovig. Hij glipte als eerste naar binnen, zijn tablet al gereed om de netwerkverbinding te scannen.

‘We hebben twintig minuten voordat de automatische beveiligingscheck de deurstatus controleert.’ Ik volgde hem op de tast. De kamer was enorm; het mahoniehouten bureau van Els stond in het midden als een altaar van macht, met erachter een panoramisch uitzicht over de verlichte skyline van Amsterdam in de regen. Maar we kwamen niet voor het uitzicht.

Daan liep direct naar de boekenkast tegen de achterste muur. Met een lichte duw tegen een zware leren kunstboekenkast verschoof het hele meubel naar opzij, alsof het op wieltjes stond. Daarachter openbaarde zich een tweede, kleinere deur met een numeriek toetsenbord. ‘De kluis,’ zei Daan. ‘Hier bewaren ze de fysieke dossiers die niet op het netwerk mogen verschijnen.’ ‘Heb je de code?’ vroeg ik.

Daan haalde een klein apparaatje uit zijn jas, een decoderingstool die hij had meegenomen uit het IT-lab. Hij sloot het aan op een verborgen datapoort onder het toetsenbord. Binnen enkele seconden ratelde het apparaat zachtjes, en op het kleine lcd-scherm verscheen een reeks cijfers. Daan drukte ze in. De deur van de kluis klikte open. Binnen in de kluis hingen ordners op ordners, netjes gelabeld met projectnamen en offshore-rekeningnummers.

Maar mijn ogen werden onmiddellijk getrokken naar iets heel anders dat op een lage stalen tafel in de hoek lag. Een handtas. Het was de leren handtas van Sarah. ‘Daan, kijk!’ roep ik zacht, terwijl ik naar de tas loop. Ik rits hem open. Binnenin ligt haar portemonnee, haar autosleutels, en een klein rood notitieboekje. Ik sla het notitieboekje open.

De bladzijden staan vol met namen, handtekeningen die keer op keer zijn geoefend – mijn handtekeningen, nagemaakt door een vreemde hand, onder begeleiding van instructies die kennelijk door Marcus waren gegeven. En toen viel mijn oog op het laatste blaadje, dat met een rode stift was doorgestreept. Er stond een adres op geschreven in Amsterdam-Noord, vergezeld van een datum van gisteren: Voormalig transformatorhuis, NDSM-terrein, kelder. ‘Ze is hier niet,’ zei Daan achter me, terwijl hij ondertussen een USB-stick in een kleine serverkast in de kluis stak om de databestanden te downloaden.

‘Maar dit adres… Sophie, dat transformatorhuis ligt op nog geen tien minuten rijden van hier.’ Plotseling werd de stilte in de kamer verscheurd door een snerpend alarm. Het rode licht op het elektronische paneel bij de buitendeur begon wild te knipperen en een computerstem door de luidsprekers galmde door de ruimte: ‘Onbevoegde toegang gedetecteerd. Systeemvergrendeling geactiveerd over twee minuten.’ ‘Verdomd!’ schreeuwde Daan.

‘Ze hebben de datatransfer opgemerkt! Ze sluiten het gebouw af!’ ‘Download je die bestanden snel?’ vroeg ik, terwijl ik het rode notitieboekje van Sarah in mijn jas stopte. ‘Nog dertig procent! Nog even!’ antwoordde Daan bezweet, terwijl de voortgangsbalk op zijn tablet tergend langzaam verschoof. Buiten in de gang hoorden we het geluid van rennende laarzen en stemmen die elkaar luid toeriepen. De bewaking was gearriveerd.