Het Geheim van de Roestige Sleutel
News Story

Het Geheim van de Roestige Sleutel

1 weergaven

Deel 8: Dok Nummer Zeventien

De mist hing als een dikke, verstikkende deken over de Antwerpse haven. De lantaarnpalen langs de kade gaven slechts een flets, geel licht dat amper door de waterdamp heendrong. De schepen lagen roerloos tegen de kades aangemeerd als gigantische, dode monsters in het donker, hun staatskabeltjes krakend in de nachtelijke wind.

Ik parkeerde mijn oude auto op een verlaten parkeerplaats op tweehonderd meter afstand van dok nummer zeventien. Mijn jas had ik strak om me heen geklopt tegen de bijtende kou die van het water opsteeg. In mijn binnenzak zat het dagboek van Oom Ray, en in mijn hand hield ik de roestige sleutel, die in het donker bijna leek te trillen van spanning.

De loods voor me was een庞大, vervallen gebouw van golfplaat en roestend staal. De ruiten in de hoge stalen kozijnen waren grotendeels ingeslagen of bedekt met dikke lagen vuil. Een zware hangslot ketting hing aan de dubbele schuifdeuren, maar tot mijn verbazing stond de linkerdeur op een kier. Iemand was hier al geweest.

Met ingehouden adem schoof ik de deur een stukje verder open. Een luide, krakende toon sneed door de stilte van de nacht. Ik stapte naar binnen.

De binnenkant van de loods rook naar zoute zee, roest en bedompte olie. Het was er pikkedonker, op een paar bundels maanlicht na die door de gaten in het dak naar binnen vielen. Ik haalde een kleine zaklamp tevoorschijn en klikte hem aan. De lichtbundel sneed door de duisternis en verlichte rijen lege kratten, oude heftrucks en roestige containers die kriskras door elkaar stonden opgesteld.

Plotseling hoorde ik een geluid. Het klonk als een zachte stap op grind, gevolgd door het gedempte geluid van een stem die fluisterde in de verte.

"Ik zeg je dat de kist hier ergens moet liggen," klonk de stem van Bram. Hij klonk nerveus, bijna hysterisch. "De oude man verstopte alles op plekken waar niemand zou zoeken."

Een tweede, koudere stem antwoordde: "Je neefje is slimmer dan je denkt, Bram. En als ze het dagboek heeft, zijn we allemaal verloren."

Mijn bloed stroomde naar mijn slapen. Bram was niet alleen naar dok zeventien gekomen; hij werd opgewacht door de mannen van de Blauwe Compagnie. En ze waren op zoek naar mij.